Een nieuwe Nobel

De Amerikaanse industrieel Fred Kavli ontpopt zich als een weldoener van de wetenschap. Vooral fundamenteel onderzoek kan op zijn steun rekenen. Het Kavli Institute of Nanoscience van de TU Delft is er blij mee.

LYRISCH is David Auston over het Delftse nano-onderzoek (fysisch, chemisch, of biologisch onderzoek op atomaire of moleculaire schaal). ``In Europa is de Delftse nanogroep onovertroffen, ze steken met kop en schouders uit boven de rest. Delft heeft een ijzersterk onderzoeksprogramma, en ook is hun basic research zeer divers. Geoliede organisatie, prima leiding, positieve houding van de Delftse universiteit: een minpuntje is nauwelijks te vinden. Bovendien is nanowetenschap on the hook als onderzoeksveld, en de impact op de maatschappij zal geweldig zijn. Vooral aan fundamenteel onderzoek is behoefte. Hoe werkt nanofysica? Hoe gedragen zich de materialen? Het zijn zulke vragen die het onderzoek sturen, niet de vragen naar nanotoepassingen. Een kind ziet dat Delftse onderzoekers schitterende wetenschap bedrijven. En dus heeft Delft een Kavli Institute of Nanoscience.''

Auston (62), Canadees van geboorte en opgeleid als elektrotechnicus, heeft een respectabele staat van dienst. Bij AT&T's Bell Labs (nu: Lucent Technologies) leidde hij een onderzoeksgroep naar opto-elektronica en aansluitend was hij hoogleraar en provoost/rector op o.a. Columbia University (New York) en Rice University (Houston, Texas). Zijn enorme netwerk komt Auston uitstekend van pas in zijn huidige baan: president van de Kavli Foundation te Santa Barbara, Californië.

Die Kavli Foundation is in 2001 opgericht. Fred Kavli (77), opgegroeid in Noorwegen en van huis uit fysicus, emigreerde in 1955 naar Amerika, om in Los Angeles fortuin te maken als industrieel. Financierde de zakenman Fred Kavli aan de Universiteit van Californië al een enkele leerstoel, zijn carrière als filantroop van de natuurwetenschap kwam pas echt van de grond toen hij in 2000 zijn bedrijf Kavlico (producent van sensoren voor o.a. de Blackbird en Space Shuttle) voor 340 miljoen dollar van de hand deed. Eerst dacht Kavli aan meer leerstoelen. Maar David Gross, directeur van het Institute for Theoretical Physics in Santa Barbara (een internationaal centrum dat steunt op visiting scolars), wist hem over te halen om 7,5 miljoen dollar in een uitbreiding van het ITP-gebouw te steken. Een jaar later ging in Stanford – opnieuw via een donatie van 7,5 miljoen – het Kavli Institute for Particle Astrophysics and Cosmology van start.

Kavli had de smaak te pakken. Maart 2004 lanceerde hij in het Carlyle Hotel in New York nog eens zeven instituten – in ruil voor 7,5 miljoen droegen ze zijn naam. Als eerste niet-Amerikaans instituut was ook Delft uitverkoren. Hans Mooij, aanstaand directeur van het Delftse Kavli Institute of Nanoscience, was in New York bij de presentatie aanwezig. Auston, die samen met Kavli de stichting draagt, benadrukt dat er geen proposals zijn maar dat Kavli en hij informanten aftappen, zelf veelvuldig rondreizen en hun selectie maken. Kavli-instituten zijn actief op drie onderzoeksterreinen: astrofysica, nanowetenschap en het menselijk brein – ``het grootste, het kleinste en het meest complexe en de gebieden waar het meeste gebeurt en waar de diepste vragen spelen'', aldus Auston. Inmiddels zijn het er tien, en er komen er nog twee bij. Op die drie terreinen zijn inmiddels ook zes Kavli-hoogleraren aangesteld. De instituten hebben jaarlijks 400.000 dollar (de rente over de 7,5 miljoen) aan Kavli-geld te besteden – voor onbepaalde tijd. Dat lijkt nogal bescheiden gezien de vele miljoenen die een onderzoeksinstituut doorgaans uitgeeft, maar het is vrij besteedbaar geld, ieder jaar weer, en het biedt de leiding de flexibiliteit snel op doorbraken in te spelen.

Delft besteedt het bedrag vooral aan fysisch onderzoek op de grensvlakken met biologie en scheikunde: de nanomachinerie van eiwitten in de levende cel, het koppelen van biologische systemen aan elektronische schakelingen, moleculaire elektronica en quantum-informatieverwerking. De bemoeienis van Kavli en Auston – die jaarlijks op de instituten poolshoogte nemen – is gering. Gruwelverhalen over filantropen die eerst geld geven en vervolgens advies na advies na advies opdringen, zijn op de Kavli Foundation niet van toepassing, constateerde David Gross in Science. De drie Nobelprijzen die oktober 2004 naar onderzoekers verbonden aan Kavli-instituten gingen – de fysici David Gross en Frank Wilczek en biochemicus Richard Axel – hebben de naamsbekendheid van Kavli geen kwaad gedaan. Mooij: ``Ik vind het een eer Kavli-instituut te zijn, zeker als je kijkt welke andere instituten bij de Foundation horen. In de praktijk reageert de buitenwereld ook zeer positief op die naam. Het zit geraffineerd in elkaar. Tweede geldstroomorganisatie FOM geeft ons meer geld maar iedereen heeft het over Kavli.''

Per 2008 komt de Kavli Foundation overigens met eigen tweejaarlijkse prijzen voor astrofysica, nanowetenschap en hersenwetenschap. De winnaars ontvangen 1 miljoen dollar – een Nobelprijs leverde dit jaar 1,3 miljoen op – en het plan is ze in september met veel grandeur in Oslo door de Noorse koning te laten uitreiken. Niet iedere onderzoeker staat te juichen bij dit Kavli-initiatief: in de zo zoetjesaan prijsoverladen wetenschap loopt een nieuwe prijs een fors risico dood te vallen. Auston is daar niet bang voor. ``Het doel is uitnemende wetenschap in het zonnetje te zetten'', zegt hij, ``en zo een groot publiek op de hoogte te stellen van de nieuwste ontdekkingen op fascinerende gebieden van wetenschap.''

Is wetenschap dan onvoldoende zichtbaar?

David Auston: ``Nog niet de helft van de Amerikanen steunt de evolutietheorie van Darwin en wie op straat uitleg wil over de oorsprong van de weerseizoenen komt van een koude kermis thuis. Wetenschap is onzichtbaar en er circuleert een vracht onzin. Niettemin is wetenschap van het grootste belang voor het dagelijks leven. Die Kavli-prijzen willen we aangrijpen om het publiek op te voeden. De mensen moeten leren hoe wetenschap werkt. De weg naar succesvolle innovatie is lang, en vol bochten. Je moet weg van de gebaande paden, bereid zijn risico te lopen, geduld oefenen en doorzettingsvermogen bezitten. En niet vreemd opkijken als je totaal ergens anders uitkomt dan je eerst dacht. Toen Bohr, Schrödinger, Heisenberg en Dirac in de jaren twintig van de vorige eeuw de quantumtheorie ontwikkelden, hadden ze geen transistor, chip of computer voor ogen. De pure intellectuele uitdaging, dat was de drijfveer. Maar zonder die quantumtheorie was een moderne toepassing als telecommunicatie er nooit gekomen. Met het DNA van Watson en Crick en de gentechnologie hetzelfde laken een pak. Het grote publiek moet snappen dat grensverleggende wetenschap tijd kost en de ruimte moet hebben. En dat creationisme iets totaal anders is dan wetenschap.''

Waarom is de Kavli Foundation zo gefocust op fundamenteel onderzoek?

``Omdat we van wetenschap houden, vinden dat wetenschap de mensheid vooruit helpt en geloven dat de beste wetenschap vertrekt vanuit fundamentele vragen. Die vragen zijn vaak vakoverstijgend. Wat is de oorsprong van donkere energie die het heelal versneld doet uitdijen? Kunnen we de biologische processen in de cel benutten om op nanoschaal nieuwe materialen en machientjes te maken? Hoe leiden in onze hersenen complexe verbindingen tussen neuronen tot denken, geheugen en gedrag? Als de wetenschap met die vragen aan de slag gaat komen de toepassingen vanzelf, al kan het soms lang duren. Toepassingen zijn belangrijk maar je moet ze het onderzoek niet laten sturen.''

Waarom is privaat geld als dat van de Kavli Foundation zo welkom? Schiet het systeem tekort?

``In de Verenigde Staten klagen veel jonge onderzoekers dat ze hun aanvragen voor gedurfd onderzoek er niet doorheen krijgen. Instanties die subsidies toekennen mijden risico. Liever dan iets nieuws een kans te geven kiezen ze onderwerpen die zich al bewezen hebben. In review committees zitten gevestigde wetenschappers. Het sterkst speelt dat in de levenswetenschappen. Ik hoor van postdocs dat om voor een grant van de NIH (National Institutes of Health) in aanmerking te komen, je meer dan de helft van het onderzoek al achter de rug moet hebben, inclusief twee of drie publicaties in vaktijdschriften. Dat is de dood in de pot.''

Hoe staat de Amerikaanse overheid tegenover fundamenteel onderzoek?

``Wetenschappers maken zich ongerust. De oorlog in Irak en meer van die zaken zetten het federale wetenschapsbudget onder druk. De komende jaren zal de groei mager zijn, als er überhaupt sprake is van groei. Bij de NASA zie je een verschuiving van fundamenteel, exploratief onderzoek met onbemande sondes naar bemande interplanetaire ontdekkingsreizen naar Mars. Wetenschappers zijn bij de keuze voor dat soort grootse projecten niet betrokken, die worden top down opgelegd. Het fundamentele onderzoek zal ook hier een veer moeten laten, een verontrustende trend. En dan zijn er de beperkingen aan het onderzoek naar menselijke stamcellen, en de beperkingen aan inreisvisa voor wetenschappers uit het buitenland. Zorgwekkend.''

Fred Kavli is veertig jaar industrieel geweest. Moeten Kavli-instituten aansluiting zoeken bij de industrie?

``Door de geweldige concurrentie hebben multinationals fundamenteel onderzoek de deur uit gedaan en richten ze zich in hun laboratoria bijna uitsluitend op toepassingen. Zo werkt dat. Gevolg is dat die bedrijven meer dan ooit belang hebben bij nauwe banden met universitaire laboratoria. Ik ken beide werelden uit de praktijk en weet hoe moeilijk het is om goede contacten te onderhouden. De culturen lopen sterk uiteen. Fundamenteel onderzoek op de universiteit is lange termijnwerk, tien à twintig jaar is doodnormaal. Een bedrijf kan zo lang niet wachten, daar draait het om het product. Toch kan samenwerking heel mooie dingen opleveren. Daarom is de Kavli Foundation blij met de nieuwe clean room die het Delftse nano-instituut samen met TNO binnenkort gaat beheren, en waar ook commerciële bedrijvigheid de ruimte krijgt.''

Wat beweegt mensen als Fred Kavli?

``Liefdadigheid kent in Amerika een lange traditie. Het belastingsysteem nodigt er ook toe uit. Mensen als Rockefeller, Sloan, Carnegie en Keck bulkten van het geld en via de wetenschap wilden ze de mensheid een dienst bewijzen, iets tastbaars achterlaten. Het heeft wat tijd gekost maar inmiddels is ook Bill Gates zover. Fred Kavli is steenrijk en wil daar de wetenschap van laten profiteren.''