Een man met kinderen en een tuin is niet burgerlijk

Mijn generatie moet eindelijk eens volwassen worden. Kom op, mannen! Je kunt ook verantwoordelijkheid én sportschoenen dragen.

Het is een mijnenveld, dit thema. Als je tegenwoordig een vaandel omhoogsteekt met de tekst `Word volwassen! De pret is voorbij!', krijg je al gauw het stempel van een humorloze activist tegen vrijheid en individualisme. Dit is een oproep aan mijn generatie om volwassen te worden. De afgelopen jaren zijn in Duitsland een stuk of wat interessante cijfers verzameld. Veertien procent van de mannen van dertig leeft nog bij zijn ouders – zo hoog was dat percentage nog nooit.

In de afgelopen twintig jaar is het aantal jonge mensen dat lid is van organisaties of politieke partijen, of dat vrijwilligerswerk doet, drastisch geslonken. Bij de regerende SPD is slechts 8,3 procent van de leden jonger dan 36 (andere partijen verstrekken hierover niet eens meer cijfers). Eén op de drie Duitse mannen heeft op zijn veertigste nog geen kinderen. Toen de Duitsers onlangs bij een enquête van het Allensbach-instituut werd gevraagd wat kinderen voor hen betekenen, gaf 92 procent het onheilspellende antwoord ,,verantwoordelijkheid dragen'', terwijl maar 38 procent zei: ,,Een vol leven.'' Dat waren de antwoorden van de mensen zonder kinderen – die hebben nog nooit een kind van vier luchtgitaar zien spelen. Op de vraag waarom zij geen kinderen wilden, zei maar 14 procent dat een goede verzorging van het kind een probleem zou zijn. Zevenentwintig procent antwoordde: ,,Ik wil me geen beperkingen hoeven opleggen.''

Mannen die jong trouwen of kinderen krijgen, worden als exotische wezens beschouwd. Een vriend van mij heeft niet lang geleden een huis gebouwd in een buitenwijk, compleet met tuin en terras: voor het gezin, voor de kinderen. Hij zou graag laten zien wat hij tot stand heeft gebracht, maar hij durft zijn collega's uit de grote stad niet uit te nodigen, want hij vreest hun spot.

Natuurlijk heeft kinderen krijgen weinig te maken met politiek engagement, behalve dat beide steeds zeldzamer worden, en daarmee illustratief zijn voor het feit dat men steeds minder volwassen wordt. Als volwassenheid betekent dat je een onomkeerbare stap zet, of buiten je werk enige verantwoordelijkheid op je neemt, wie van ons is dan nog werkelijk volwassen? En wanneer is dit soort volwassenwording ineens ouderwets geworden?

De socioloog Paul Nolte schreef in zijn boek Generation Reform dat ,,een trend die aanvankelijk nog als verlate adolescentie werd beschouwd – mensen van 25 die hun moeder de was nog laten doen –, naadloos is overgegaan in infantilisering van de volwassenheid. Daarbij is alles gesneuveld waarvan wij het ontbreken nu niet alleen als een individueel, maar ook als een politiek tekort zien: geestelijke ontwikkeling, sociale verankering en integratie, verantwoordelijkheid voor kinderen.''

Geen wonder dat het boek van Nolte een bijbel is geworden voor de politici in Berlijn. Want vooral in de hoofdstad lijken de infantielen de macht te hebben overgenomen. Er is een groep beste-stuurlui-aan-wal opgestaan die kalmpjes toekijkt hoe de kanselier ten onder gaat, maar zelf niets durft te doen, en liever cynisch commentaar levert op wie wél wat doet.

Geen kwaad woord over cynisme natuurlijk, of over ironie. Maar ondanks de economische crisis in Duitsland beschikken velen van ons nog over volop kennis, intelligentie – en geld. De ideale voorwaarden voor een vol en betrokken leven. Maar wij laten het afweten. Zeker, volwassen worden is moeilijk geworden – en dat is om te beginnen goed nieuws. Geen kerk of dictatoriale staat probeert ons meer voor zijn karretje te spannen. Maar rechtvaardigt dat de massale uittocht naar de zijlijn?

We hebben het hier niet over de mensen aan wie het leven de toegang heeft ontzegd, over de slachtoffers van de conjunctuur. Wij hebben het over de mensen die bewust voor vrijblijvendheid kiezen en de mensen die geïntegreerd zijn, die goed verdienen, die getrouwd zijn – maar die niets doen buiten hun werk. Mannen die denken dat ze het gemaakt hebben. Maar wát hebben ze dan gemaakt? En voor wie?

Misschien zitten wij niet alleen met een crisis van de lagere klassen, die in de steek gelaten zijn, maar ook van de middenklassen, die zijn geïnfantiliseerd. De tegenwoordig zo geliefde `late start' wordt vaak gekoppeld aan een argument dat alleen oppervlakkig bezien logisch is: eerst moet je je `ontplooien'. Dit berust op de dwaling dat je persoonlijke ontwikkeling op één of andere manier geremd zou worden als je je ergens op vastlegt – bijvoorbeeld als je een gezin sticht. Je zou verburgerlijken, verstarren. Maar is dat wel zo? Kinderen blijven altijd doorvragen, en dat is geen slecht middel tegen geestelijke verkalking. Kinderen krijgen is niet de enige manier om volwassen te worden, maar wel een van de meest opvallende.

Als `burgerlijkheid' wil zeggen dat je niet wilt veranderen en dat je iedere vernieuwing buiten de deur houdt, is het dan niet nogal burgerlijk om op je veertigste nog net zo te leven als op je twintigste? In de kroeg zitten, stedentrips doen – al die dingen die als `jong' gelden maar die AOW'ers óók doen.

Kom op, mannen! Je kunt ook verantwoordelijkheid én sportschoenen dragen. Wat je alleen níet kunt doen is leven op proef.

Redacteur bij Die Zeit, 33 jaar en vader.

© Die Zeit