`Dutchbat was er ook in naam van mij'

`In de zomer van 1995 fietste ik tijdens de vakantie in Frankrijk, rondom de Mont Ventoux. De geur van lavendel in plaats van het wereldnieuws. Thuisgekomen in Bussum kwam de klap, het ongeloof, de wroeging. Opnieuw had in Europa een massamoord plaatsgevonden. Vijftig jaar na de Tweede Wereldoorlog. Maar toen had de wereldgemeenschap toch afgesproken: dit nooit meer? Hoe kon dit gebeuren?

Nederlandse militairen waren naar de enclave Srebrenica gestuurd om de moslimbevolking te beschermen. En die bescherming kwam niet. Of het nu aan Nederland lag of aan de internationale gemeenschap, wat dat betreft is de waarheid nog niet boven tafel. Maar voor de moslims was Nederland het schild van de internationale gemeenschap. Wíj waren erbij, keken ernaar, en toen de enclave onder de voet werd gelopen, liepen wij hard weg.

Ik weet mij persoonlijk verantwoordelijk. Ik ben een Nederlands staatsburger, Dutchbat was daar ook in mijn naam. Maar ik zie al tien jaar lang een beschamend handen-wassen-in-onschuld van de kant van onze overheden.

Verantwoordelijkheid? Schuld? Het antwoord is altijd: `Val ons niet lastig, wij hebben ons best gedaan.' En kijk eens naar de gevolgen: 8.000-10.000 doden, de doofpot, de verpeste fotorolletjes. Dat gebeurde ook toen de soldaten terugkwamen van de politionele acties in Indonesië en belastend materiaal werd verduisterd. Nu wéér. Als het woord `Srebrenica' valt, schiet Den Haag in een kramp. Is de waarheid te pijnlijk?

De eerste vluchtelingen uit Srebrenica sprak ik op Crailo, het grootste asielzoekerscentrum van Nederland. Ik was daar de onbezoldigde en ongekwalificeerde kinderjuf. Crailo ligt in het Gooi – bij mij om de hoek – en ik ben daar in 1992 gaan werken, want ik wilde vluchtelingen helpen. Ik werkte eerst in de crèche, later in een project waarin ouders en kinderen leren om met elkaar te spelen. Hun verhalen waren verbijsterend, mijn hoofd en mijn hart konden zoveel niet verwerken! Ik dacht: dit moet gedeeld, gezien, en gehoord worden.

Het minste dat ik kan doen is: erbij zijn, letterlijk en figuurlijk. Wat ik hoorde, wat ik zag, ik ben het gaan vastleggen in beelden, om maar niets te vergeten. Schilderen, fotograferen, schrijven, praten. Het zijn de middelen die ik ter beschikking heb om de doden en de overlevenden van de Srebrenica-genocide de stem te geven die zij niet meer kunnen of durven gebruiken.

Tijdens de Kosovo-oorlog kwam ik toevallig terecht in een demonstratie in Den Haag tegen de oorlog. Uit nieuwsgierigheid liep ik mee. Ik raakte in gesprek met iemand en hij bleek actief te zijn in het Politiek Comité Stari Most. Ik vertelde hem over mijn verbondenheid met Srebrenica en hij zei direct: `Jehanne, je hoort bij ons'.

Stari Most telt zo'n vijf actieve leden. Elk jaar organiseren wij op 11 juli de herdenking van de val van Srebrenica op Het Plein in Den Haag tussen het gebouw van de Tweede Kamer en het ministerie van Defensie. Stari Most vroeg me voor de herdenkingen een mobiel monument te maken. Het zijn grote panelen geworden met foto's, schilderijen, namenlijsten. Elk jaar op 11 juli wordt het midden op Het Plein gezet. Als ik weer eens naar Bosnië ben geweest, rolt er een nieuw paneel uit met actuele beelden. Bijvoorbeeld van de massabegrafenissen op de begraafplaats Potocari, tegenover de voormalige Dutchbat-compound. Ja, het is een fysieke en morele noodzaak voor mij om daarbij persoonlijk aanwezig te zijn. Ik ga alleen en ben financieel van niemand afhankelijk. Ik ben moeder van twee volwassen kinderen en mijn scheiding heeft als een katalysator gewerkt om deze activiteiten te ontplooien. Ik regel alles zelf, want ik wil volledig onafhankelijk kijken en handelen.

Op 11 juli 2003 reden we in konvooi met bussen met nabestaanden in de stromende regen naar de begrafenis. De vrouw naast me zei: `Bog place.' God huilt. Het verdriet is vreselijk. In Nederland hebben we geen idee. Ik heb het gefotografeerd. Ik voelde gêne om met mijn camera zo dicht bij het verdriet te komen. Maar het moet geweten worden.

Er waren bloemenkransen uit de hele wereld, Japan, de VS, Duitsland, de Europese Unie, maar niks van Nederland. Ik werd zo boos. De grootste en mooiste krans zou toch van ons moeten komen? Ik heb premier Balkenende een brief geschreven, met een paar foto's erbij op groot formaat. Na een paar maanden kreeg ik antwoord. Fantastisch dat u er was, schreef hij. En hij benadrukte dat niet Nederland verantwoordelijkheid was voor de massamoord, maar Radovan Karadzic en Ratko Mladic. Wij steunen de nabestaanden, schreef hij ook. Wat een hypocrisie! Daar merken de nabestaanden niets van!

In 2004 ben ik er weer geweest, toen werden er 330 geïdentificeerde lichamen begraven. Weer geen bloemen. Weer een brief. Nu kreeg ik een brief terug dat de Nederlandse ambassadeur namens de Europese Unie een krans heeft gestuurd...

In 2000 voerde Stari Most actie voor verblijfsvergunningen voor Srebrenica-vluchtelingen, die in Nederland de bescherming zochten die hun in 1995 niet gegeven werd. Dat slaagde, dankzij staatssecretaris Cohen. Na 2000 werd Stari Most opnieuw geconfronteerd met mensen die in wanhoop naar Nederland vluchtten. Het waren degenen die, zoals het Dayton-vredesakkoord voorschrijft, geprobeerd hebben om terug te keren naar hun woonplaatsen, maar daar met geweld uit werden verdreven. Om de politiek te confronteren met de ernst van de zaak, vroeg Stari Most in 2002 aan vluchtelingen uit Srebrenica hun eigen verhaal op te schrijven. Die persoonlijke getuigenissen – afkomstig van zo'n honderdtien families – hebben we verzameld in het `Roodboek'. Dat werd aangeboden aan toenmalig minister Nawijn van Vreemdelingenzaken en aan de Tweede Kamer, maar daar is bijna niets mee gedaan.

Terwijl het zo'n kostbaar document is, met een schat aan gegevens die ook voor de historie van belang zijn... Deze getuigenissen vertellen het verhaal van degenen aan wie niets gevraagd werd. Bij de parlementaire Srebrenica-enquête werd alleen het woord gegeven aan de Van Mierlo's, de Karremansen en de Couzy's. De slachtoffers worden niet gehoord.

Bij mij is toen het idee ontstaan om uit die getuigenissen en het materiaal dat ik in de loop van deze tien jaar verzameld heb, een eigen document samen te stellen: Bog Place. Een echo van de drama's die zich hebben afgespeeld en die zich nóg afspelen.

Ik heb duizend exemplaren laten drukken en geef het in eigen beheer uit. Drie jaar geleden heb ik een boek gemaakt over de kinderen van Crailo. Verhalen en portretten. `Prachtig materiaal, maar commercieel niet interessant', zeiden de uitgeverijen. Toen heb ik het maar zelf gedaan. Ik heb een maatschappelijk betrokken drukker, hij stuurde pas een rekening nadat ik de meeste boeken al had verkocht. Ik heb nu ook nog geen nota ontvangen.

Bog Place is een boos boek, persoonlijk en partijdig ook. Want zijn er nuances aan te brengen in het verhaal van 8.000 tot 10.000 moslimmannen die vermoord werden, en het verhaal van degenen die wisten te ontkomen en nu zwaar getraumatiseerd over de wereld verstrooid zijn geraakt?

Het eerste exemplaar van mijn boek heb ik vorige week in Sarajevo aan Eva Klonowski overhandigd. Zij is forensisch antropoloog in dienst van een commissie die zich bezighoudt met vermiste personen. Eva identificeert de lichamen uit de massagraven van Srebrenica. Eva en haar team doen fantastisch werk voor de nabestaanden. Die krijgen pas een beetje rust wanneer hun vermiste geliefde geïdentificeerd is.

Het tweede exemplaar was voor de Organisatie van Srebrenica-vrouwen in Sarajevo. De emoties liepen hoog op, tranen. Ik heb ook een exemplaar gebracht naar het kantoor van de vrouwen van Srebrenica in Tuzla. Toen ik op hun kantoor was, kwam er een oude vrouw binnen. Uit haar tasje haalde ze vijf vergeelde pasfotootjes van haar man en vier zonen. Die worden sinds de val van Srebrenica vermist en de vrouw kwam ze nu officieel registreren als vermist. Tien jaar na de massamoord door de Serviërs! Waarom nu pas, vroeg ik haar. Ze zei dat ze steeds de hoop heeft gehad dat ze terug zouden komen. Die hoop heeft ze nu opgegeven. Verdriet om gek van te worden... ik zat naast haar, wat kon ik? Een zoen en het verder vertellen, dat was alles. Ik zag de pijnlijke bevestiging van de noodzaak van mijn boek: geen dikke rapporten, maar de gewone verhalen van de onzegbare ellende die in juli 1995 werd aangericht onder Nederlandse ogen.

Volgens minister Verdonk kunnen de moslims weer gewoon terug naar Srebrenica. Alsof er niks gebeurd is, een plek zo vol trauma's en ellende. Nog steeds. Je buurman kan de moordenaar zijn van je man, broer of zoon. Of je moet terug naar je dorp waar geen huis meer overeind staat.

Een moslimvrouw keerde onlangs terug en toen ze in haar tuin werkte, ontplofte er een granaat die er een dag eerder niet lag. Ze stierf. Een waarschuwing van degenen die het voor het zeggen hebben in het gebied van de voormalige enclave: dit kan gebeuren met de mensen die terugkeren.

Wij bewegen als Stari Most hemel en aarde om de politiek zover te krijgen dat ze deze mensen niet wéér in de kou laten staan. Dat is zelfs een van de aanbevelingen van `Missie zonder vrede' het rapport van de Srebrenica-enquête. Ik zal het je voorlezen: `Nederland zal in elk geval ten nauwste betrokken moeten blijven bij het lot van de nabestaanden en daarnaast een actieve bijdrage moeten leveren aan de verbetering van hun positie.' Woorden zonder waarde.

We hebben met minister Nawijn gesproken over de vluchtelingen en later met minister Verdonk. Bij het afscheid zei ze: u mag terugkomen om over mijn definitieve beslissing te praten. Slechts zeventien van de 250 personen kregen in 2004 een verblijfsvergunning. Toen hebben we minister Verdonk herinnerd aan de afspraak. We mochten best terugkomen, antwoordde ze, en over alles praten, behalve over de status van vluchtelingen. Die was voor haar een uitgemaakte zaak. Schande, schande, schande. Wat moeten deze vluchtelingen nog meer meemaken om te voldoen aan de criteria?

De politiek gaat op een schandalige manier om met het dossier-Srebrenica, zoals dat in Haags jargon heet. Maar `de politiek', dat zijn wij ook zelf, de gewone burgers. Alleen maar zeggen `het is de schuld van politici' en het daarbij laten, dat is te gemakkelijk. `Je voelt je zo machteloos', hoor ik vaak. Machteloos? Echt niet! Gewoon aan de slag. Het effect is vaak groter dan je je kunt voorstellen. Alleen al de belangstelling voor mijn boek in de Bosnische pers... en de steun die de vluchtelingen ervaren als je gewoon maar bij hen bent. De gebeurtenissen zijn niet terug te draaien, maar je kunt veel doen om de gevolgen een beetje te verzachten.

Ik ben ervan overtuigd dat ieder wordt geboren voor het geluk. Maar kijk wat voor een puinhoop wij ervan maken. Dit is onze bestemming niet. Ondertussen langs de kant staan toekijken hoe het fout gaat? Nee, dan ben ik medeplichtig.'

Het boek `Bog Place, God huilt.' Document Srebrenica van Jehanne van Woerkom' telt 112 pagina's. Het is te bestellen via jehanne@zonnet.nl en kost € 20 exclusief verzendkosten.