De God van de gaten

Overgewaaid uit Amerika is nu ook in Nederland de discussie losgebarsten over `intelligent design', een pseudo-wetenschappelijke stroming die volhoudt dat een intelligent wezen de materie en het leven op aarde heeft ontworpen.

`THE GOD of the gaps' oftewel `De God van de gaten', zo noemde Michael Shermer, directeur van de Amerikaanse Skepsis Society en columnist van Scientific American, heel treffend de pogingen om religie te verweven met de moderne wetenschap. Gelovigen gaan op zoek naar de gaten in de wetenschappelijke kennis en plaatsen daar hun God, het wezen dat alles heeft geschapen. Maar die lacunes worden met het voortschrijden van de wetenschappelijke kennis steeds kleiner en gefragmenteerder. God heeft al veel terrein moeten prijsgeven.

Het creationisme, een christelijke stroming die probeert de schepping te rijmen met moderne wetenschappelijke inzichten, zoekt het nu in het concept Intelligent Design. Een intelligente ontwerper (God) zou een hand hebben gehad in het tot stand komen van het leven en alle andere dingen in het heelal. Biologen en andere wetenschappers halen doorgaans hun schouders op bij het horen van dit soort exotische hulphypotheses. Zij vinden dat de evolutietheorie, die begon met Darwin en daarna nog sterk verder ontwikkeld is, heel goed op eigen kracht de diversiteit van het leven kan verklaren. Maar nu CDA-onderwijsminister Maria van der Hoeven heeft gezegd behoefte te hebben aan een debat over dit onderwerp, komen zij in het geweer.

``Het is de bekende oude wijn in nieuwe zakken'', briest de Leidse evolutiebioloog Hans Roskam. ``We hebben in het verleden hele discussies gevoerd over de vraag waarom het oog zo perfect werkt, en waarom alle aminozuren linksdraaiend zijn. Nu hebben ze een probleem gekozen dat aan de basis van de wetenschap ligt. Er vinden zulke complexe fenomenen plaats, die kunnen niet vanzelf zijn ontstaan, beweren ze. Het is weer hetzelfde verhaal. En het is het zoveelste armoebod.

``Dat de minister zich nu heeft laten ompraten door sluwe creationisten om opnieuw dit debat te voeren, vind ik schandelijk. Er moet een duidelijke scheiding zijn tussen kerk en staat. De minister moet zich hier verre van houden.''

bundel

Minister Van der Hoeven is onder de indruk geraakt van een gesprek met de Delftse hoogleraar moleculaire biofysica Cees Dekker die op het punt staat een boek te publiceren over Intelligent Design. Dekker heeft wereldwijd grote naam gemaakt met zijn structuren van koolstof nanobuisjes, met tientallen publicaties in vooraanstaande tijdschriften. Maar nu publiceert hij over heel andere zaken, die niets met zijn vakgebied te maken hebben. Dekker en 15 andere auteurs zich af of de gevestigde wetenschap wel het bestaan van alles kan verklaren. Met de bundel `Schitterend ongeluk of intelligent ontwerp? Over toeval en doelgerichtheid in de evolutie', die binnenkort verschijnt bij uitgeverij Ten Have in Kampen, willen Dekker c.s. de discussie over evolutie in Nederland aanzwengelen. De vraag in de titel beantwoorden zij niet, ze neigen slechts naar het laatste.

Emeritus hoogleraar klinische biologie Piet Borst heeft een drukproef van het boek gelezen en is zwaar teleurgesteld: ``Er wordt geen enkele poging ondernomen om meer duidelijkheid te verschaffen. Cees Dekker is een slimme vent, maar hier heeft hij zich er verschrikkelijk met een Jantje van Leiden vanaf gemaakt. Wat hij en zijn medeauteurs schrijven is zó weerlegbaar, en bovendien in het verleden al vaker weerlegd. Als je zoiets schrijft, moet je minimaal je nek uit durven steken en met toetsbare hypothesen komen. Dat doen ze niet en zo blijft het bij wat geloofsgepruttel.''

De verwondering om de schoonheid van de natuur en de sterren heeft mensen steeds geïnspireerd om deze wonderen aan een hogere macht toe te schrijven. Op zoek naar een verklaring voor het bestaan van de wereld en de mens vonden christenen uitkomst in het scheppingsverhaal in het bijbelboek Genesis. Maar de empirische wetenschap zaaide twijfel. De aarde bleek veel ouder dan de zesduizend jaar die op grond van de Bijbel moest worden verondersteld, en ook bleek uit de vondst van fossielen dat lang niet alle soorten van Gods volmaakte schepping het tot het heden hadden volbracht. Gelovigen stapten over op een niet-letterlijke interpretatie van Genesis, waarbij de zes dagen schepping best over miljarden jaren uitgesmeerd konden worden.

Maar ook dat bleek al gauw niet genoeg. De evolutietheorie die Charles Darwin in 1859 ontvouwde in zijn boek `On the origin of species' betekende een schok voor de christelijk-religieuze samenleving in Europa. Nu was er plotseling een theorie die beweerde dat het leven, inclusief de mens, niet was geschapen door God, maar spontaan was ontstaan door een doelloos toevalsproces, natuurlijke selectie.

Darwin baseerde zich destijds op waarnemingen van hemzelf en van anderen. Hij bestudeerde de variatie in de levende natuur, maar keek ook naar fossielen van uitgestorven dieren. Van evolutie op genetisch niveau had hij geen weet, die werd pas veel later ontdekt. Nu die kennis op grote schaal beschikbaar is, wijst alles erop dat Darwin het 150 jaar geleden bij het rechte eind had: de variatie aan soorten komt voort uit een proces van natuurlijke selectie. Natuurlijke selectie houdt in dat eigenschappen die een organisme een extra voordeel opleveren voor de overleving of de voortplanting een grotere kans hebben om aan het nageslacht te worden doorgegeven. Zo worden die eigenschappen op een natuurlijke wijze in een populatie geselecteerd, analoog aan de wijze waarop een fokker generatie op generatie zijn beste dieren selecteert. Door de opeenstapeling van kleine veranderingen in eigenschappen kunnen uiteindelijk nieuwe soorten ontstaan.

Darwins theorie bleek bijzonder krachtig in het verklaren van allerlei fenomenen in de natuur. Zijn ideeën hebben dan ook een enorme invloed gekregen op de wetenschap en vervolgens op de maatschappij.

De moderne interpretatie van de evolutie via natuurlijke selectie is gebaseerd op het samenspel tussen samenwerking en concurrentie. Het leven op aarde begon vier miljard jaar geleden wellicht met een molecuul dat zichzelf kon vermenigvuldigen. Veel wetenschappers kijken daarbij naar RNA, een molecuul waarvan is bewezen dat het zichzelf kan repliceren. Deze zogeheten RNA-wereld uit de oertijd van het leven, zette een belangrijke evolutionaire stap toen de functies van informatieopslag en het uitvoeren van reacties zoals replicatie werden gescheiden; respectievelijk DNA en eiwitten namen die rol over. De moleculen werkten samen (zonder enig bewustzijn uiteraard) en kregen daardoor meer voor elkaar dan zij in hun eentje ooit zouden kunnen.

De volgende belangrijke slag maakte het leven toen de samenwerkende moleculen in een compartiment bijeengehouden werden; het ontstaan van de cel. In de cel kon nu een milieu geschapen worden dat afweek van de omgeving, zodat gunstige omstandigheden voor de replicatie onafhankelijk in stand gehouden konden worden. Bovendien was het nu mogelijk uit te breiden naar plaatsen die voorheen de replicatie verhinderden doordat de heersende omstandigheden ongunstig waren.

De ontwikkeling van meercelligheid, seksuele voortplanting en sociale groepen brachten op vergelijkbare wijze nieuwe voordelen voor het leven. Stukken DNA verdubbelden zich, waardoor er van bepaalde genen extra kopieën ontstonden. Zo kon één kopie de oude functie blijven vervullen terwijl de ander snel kon evolueren tot een nieuwe functie. Tijdens de evolutie is de complexiteit zo stap voor stap enorm toegenomen. Door samenwerkende en concurrerende eiwitten, cellen en meercellige organismen ontstond vanzelf de rijke variatie aan leven die wij vandaag om ons heen zien. De evolutie van het leven is een zichzelf versterkend proces dat zonder vooropgezet doel voortwoekert.

In deze visie is een Schepper geheel overbodig geworden. En dat stuit veel gelovigen tegen de borst. Zij ervaren het ontstaan van het leven en het prachtig functioneren ervan als zo'n formidabel toeval, dat zij ervan overtuigd zijn dat het ergens op een of andere manier ontworpen moet zijn. Sinds de jaren negentig voeren Amerikaanse creationisten die aansluiting bij de wetenschap zoeken een pleidooi voor de theorie van Intelligent Design.

Er zagen dikke boeken het licht over dit onderwerp, zoals Darwins Black Box van Michael Behe uit 1996. Behe beweerde dat sommige onderdelen van de evolutie een `onherleidbare complexiteit' hebben, en daarom wel ontworpen moeten zijn. Als voorbeelden noemde hij onder andere de reactiecascade van het bloedstollingssysteem, het transport van eiwitten in de cel, zweepstaartaandrijving in bacteriën en het immuunsysteem. Deze systemen functioneren alleen als zo volledig zijn (en dus zouden ze met al hun samenstellende onderdelen in één keer moeten zijn geëvolueerd). Kort nadat het boek verscheen hebben verschillende wetenschappers het boek van Behe met argumenten de grond in geboord (zie bijvoorbeeld de website www.geocities.com/paulntobin/behe.html). De theorie van Intelligent Design is geen serieuze wetenschappelijke theorie, het komt niet verder dan een vaag idee.

Ook het nieuwe boek `Schitterend ongeluk', onder redactie van Dekker en zijn collega-hoogleraren Ronald Meester (waarschijnlijkheidsrekening) en René van Woudenberg (filosofie), slaagt er niet in de ID-theorie naar een hoger plan te tillen. De auteurs citeren vaak de creationistisch geïnspireerde ID-literatuur, en stellen vervolgens vraagtekens bij bekende darwinistische publicaties. Vragen genoeg, maar antwoorden ontbreken. Bovendien lijkt een aantal auteurs, waaronder Cees Dekker zelf, niet goed op de hoogte van recente biologische kennis. Borst: ``Ze gaan geheel voorbij aan wat er in de wetenschap al bekend is over complexiteit. We weten nu bijvoorbeeld precies hoe mitochondriën en chloroplasten in de cel zijn ontstaan. Dat is een waanzinnig complex iets, wat nu al wel helemaal uit de doeken is gedaan. Hetzelfde geldt voor het immuunsysteem. Die complexiteit is prima te verklaren uit een reeks van kleine, soms juist heel simpele stapjes.''

Roskam kan zich daar geheel bij aansluiten: ``De Amerikaanse evolutiebioloog Douglas Futuyama heeft in zijn boek `Science on trial: the case for evolution' alle argumenten van creationisten en intelligent designers stuk voor stuk met feiten ontzenuwd. Het is voor dovemansoren, de creationisten doen alsof er niets gebeurd is. Dat is allemaal zo destructief voor de wetenschap. Wees toch eens creatief en kom met een theorie die we met experimenten kunnen testen!

``Als je intelligent design accepteert, dan kom je vroeg of laat altijd uit bij een intelligente ontwerper, zeg maar God. Maar als je creationisten vraagt of zij met een theorie te komen die falsifieerbaar is, zoals ook de evolutietheorie, dan zullen ze dat uiteindelijk toch niet willen. Want dan falsifiëren ze hun godsbegrip en daartoe zijn zij niet bereid.''

Maar op dat stereotype beeld van creationisten wil Dekker wel een uitzondering zijn. ``Ik ben wetenschapper dus ik houd van het experiment. Ik pleit voor een open houding. Laten we zoeken naar het creatieve element in de evolutie''

Gevraagd naar wat voor experimenten de ID-hypothese zouden kunnen ondersteunen, verwijst Dekker naar de Amerikaan William Dembski. Deze wiskundige en filosoof, verbonden aan het ID-bolwerk het Discovery Institute in Seattle, probeert via de zogeheten informatietheorie bewijzen in handen te krijgen voor intelligent ontwerp. De informatietheorie wordt onder meer toegepast bij forensisch onderzoek en bij het speuren naar radiosignalen van buitenaardse intelligenties. Analoog daaran zouden structuren die ontworpen zijn intelligente signalen moeten bevatten, die afwijken van het toeval en van (natuur-)wetmatig gedrag. Dembski heeft echter nog niet gepubliceerd over experimenten die zulke signalen aantonen. Het blijft, alweer, bij theorie.

chaostheorie

Hoogleraar moleculaire celfysiologie Hans Westerhoff van de Vrije Universiteit zegt dat veel van de vermeende Intelligent Design-fenomenen zich veel eenvoudiger laten verklaren als complexe systemen. Het gaat hier om een zelforganiserend principe dat bekend is uit de chaostheorie. Westerhoff: ``Fysici zijn gewend te denken in lineaire systemen, maar zo zit de biologie niet in elkaar. In de cel hebben meer dan vijfhonderd verschillende moleculen interacties met elkaar, waardoor zeer ingewikkelde systemen ontstaan.

``In principe kun je met een systeem van vijf verschillende deeltjes al heel complexe interacties krijgen die voor de menselijke geest niet te voorspellen lijken. Daar zou je een god in kunnen zien. Of die bestaat zou ik echt niet weten, maar veel belangrijker is dat de systeembiologie tientallen malen beter testbaar is dan de ID-hypothese. Via systeembiologie leren we begrijpen hoe uit simpele genen prachtige complexe systemen kunnen ontstaan. Er is daarbij geen extern organiserende intelligentie nodig.''

Dekker: ``De vraag wie de ontwerper is, is mijns inziens nog niet aan de orde. Of de intelligente ontwerper God is, dat is namelijk een andere discussie. Als blijkt dat het leven intelligent ontworpen is, dan kan dat door God zijn gebeurd, maar net zo goed door aliens of door een organiserend principe in de kosmos. Ik ben een christen dus ik zie er uiteraard de hand van God in, maar dat aspect valt buiten het domein van de wetenschap.''

Aanhangers van de ID-theorie verschillen onderling behoorlijk van inzicht. De meesten accepteren dat (een bepaalde mate van) evolutie een rol heeft gespeeld bij de vorming van soorten op aarde. Ook de 15 auteurs van het `Schitterend ongeluk' zijn het onderling niet altijd eens. Dekker: ``Het boek geeft een waaier van ideeën. Ik denk dat ongeveer de helft van de auteurs zich kan vinden in de intelligent design-beweging. Ikzelf twijfel er niet aan dat evolutie heeft plaatsgevonden, maar ik twijfel wel aan het ontstaan van nieuwe complexiteit en nieuwe soorten door het neodarwinistische mechanisme van toevallige variaties en natuurlijke selectie. Intelligent Design houdt voor mij in dat er in de natuur op empirische gronden dingen zijn gevonden die duiden op ontwerp. Daarbij moet je denken aan de onderlinge afstemming van kosmische parameters zoals gravitatieconstante, het elektromagnetisme en uitdijingsnelheden, die allemaal precies zo uitvallen dat het heelal is ontstaan. Dit is het het idee van het kosmologisch antropisch principe. Er bestaat ook een biologisch antropisch principe, zoals Michael Denton heeft betoogd in zijn boek `Nature's Destiny' en wat ook consistent is met wat Simon Conway Morris uitlegt in zijn laatste boek Life's Solution.''

Daarmee waagt Dekker zich aan een geheel eigen interpretatie van de ideeën van Conway Morris. Deze zegt in zijn boek namelijk wel dat evolutie geen toevalsproces is, maar niet dat daarbij een ontwerper in het spel is. Hij ziet enige mate van voorspelbaarheid in de evolutie, maar schrijft dat toe aan beperkingen die de omgeving aan een evoluerende soort oplegt. Zo komt de natuur via natuurlijke selectie meer dan eens met dezelfde oplossing op de proppen. Conway Morris sluit zelfs niet uit dat een herhaling van de complete evolutie opnieuw zou leiden tot de mens, of in ieder geval tot een intelligent wezen dat veel op ons zou lijken. In een interview met deze krant (30 maart 2002) distantieerde Conway Morris zich nog eens expliciet van het creationistisch gedachtegoed, ook in de Intelligent Design-versie.

Opvallend is dat zowel Cees Dekker en Ronald Meester zich niet geheel vereenzelvigen met de ID-gedachte. Dekker: ``In de media wordt ik vaak afgeschilderd als een vurig aanhanger van de ID-theorie, maar dat is absoluut overdreven. Mijn heil zal er niet van afhangen.'' Meester op zijn beurt zegt ``niet echt een aanhanger van de ID-theorie'' te zijn. ``Wat mij er niet aan bevalt is dat er een intelligente schepper veronderstelt wordt. Ik zie wel de waarde van het vragen stellen. De ID-beweging laat heel goed zien wat we wel en niet weten. Er worden goede vragen gesteld.

grenzen

``Evolutie heeft plaatsgevonden, maar ik bestrijd dat we precies begrijpen hoe dat in zijn werk is gegaan. Er zijn volgens mij grenzen aan wat we door middel van wetenschap te weten kunnen komen. Wetenschapppers suggereren dat zij met het mechanisme van natuurlijke selectie en mutatie een volledige wetenschappelijke beschrijving van de evolutie in handen hebben, maar ik vraag mij af of we wel echt snappen wat er is gebeurd. Kunnen we echt waarmaken dat evolutie geen doel of richting heeft?''

In de gangbare wetenschappelijke bladen heeft Intelligent Design nog geen voet aan de grond heeft gekregen. Volgens Dekker komt dat omdat ID nog een jong concept is met een beperkt aantal betrokken wetenschappers. ``De tijd zal leren of het vruchtbaar is als wetenschappelijk concept'', zegt hij. Meester vermoedt dat ID-theoristen nog wat weerstend te overwinnen hebben voor zij kunnen publiceren: ``Wetenschap is star en staat niet zo open voor nieuwe ideeën. Een blad als Nature is heel conservatief en zal dit nooit als eerste publiceren. ID heeft nog altijd de connotatie met het creationisme en daar wil zo'n blad natuurlijk verre van blijven.''

Zou het niet gewoon komen omdat ID geen wetenschappelijke theorie is, zoals Borst en Roskam beweren? Meester: ``Inderdaad is ID geen wetenschappelijke theorie, maar het is de vraag of het darwinisme in dat opzicht wel zo wetenschappelijk is. Volgens mij is de stelling dat natuurlijke selectie verantwoordelijk is voor de hele macro-evolutie net zo goed niet falsifieerbaar. De grenzen zijn wat vaag, maar het is niet iets om heel nerveus over te doen. We moeten het debat gewoon voeren.''

Dekker: ``De ID-theorie is zowel een filosofisch als een wetenschappelijk raamwerk. Eigenlijk is het darwinisme dat ook, dat is parallel. De Canadese filosoof Michael Ruse heeft daarover in Science een opniestuk geschreven, onder de titel Is evolution secular religion? En inderdaad is de evolutietheorie voor veel mensen een vorm van levensbeschouwing.''

Bij het naslaan van die publicatie blijkt echter dat Dekker het artikel selectief gelezen heeft. Na een beschouwing over de geschiedenis van het Darwinisme concludeert Ruse namelijk dat het moderne professionele evolutionisme `niet in grotere mate een seculiere religie is dan bijvoorbeeld de chemische industrie'. Wel zegt hij dat buiten de wetenschap evolutie soms wordt gebruikt als argument om mensen te vertellen hoe zij zich moeten gedragen. Ruse schrijft: `populair evolutionisme, vaak een alternatief voor religie, bestaat'. En hij laat erop volgen: `we moeten wel het onderscheid blijven maken tussen echte wetenschap en wat wij van daaruit extrapoleren.'

Piet Borst heeft ondanks de nu ontketende affaire en zijn ergernis aan het boek zijn sympathie voor Cees Dekker als persoon behouden: ``Het is heel makkelijk om zo iemand te verketteren. Daar pas ik voor. Cees Dekker is heel slim en ik mag hem graag. De discussie die hij oproept, moet je kunnen voeren. Ik heb wel met hem te doen; hij worstelt als wetenschapper met zijn protestants-christelijke verleden. Dat is een lastige strijd. Hoeveel boeken heeft Maarten 't Hart niet nodig gehad om dat te verwerken?''