Braamsluiper

In Noord-Holland ligt de Eilandspolder; dan is er weer het Uilenbos en daar doorheen loopt het Laarzenpad. In het geheimzinnige duister in het hart van braamstruiken en ander doornig struikgewas houdt de schuwe braamsluiper (Sylvia curruca) zich schuil. Slechts een eentonig ratelend, herhaald lied waarin wij iets van `rèt-tsjit-tsjit' horen, verraadt zijn aanwezigheid. De braamsluiper is helaas een schaarse zomer- en broedvogel. Het mannetje heeft een bruingrijs verenkleed, een grijze kop en een donker `masker' over de wangen. De kruin is blauwig. Vanwege die eentonige zang bezit het vogeltje volksnamen als babbelaartje of klappermannetje. Soms is de kleur van de poten ook doorslaggevend; deze heeft donkere poten. Maar voordat we de poten kunnen aanschouwen is het vooral de kunst om het hele vogeltje eerst waar te nemen. Wachten en geduld hebben, luisteren naar de ratelzang uit het binnenste van de struiken. De braamsluiper komt soms voor in nieuwbouwwijken, als er maar veel dichte begroeiing is. Vroeger leefde hij in de oude stadstuinen van de herenhuizen aan de Amsterdamse grachten.

Illustratie: Rein Stuurman

(Zien is Kennen!)

freriks@nrc.nl