Afrikaanse blues van het blinde stel uit Mali

Heel West-Afrika kent het blinde muzikantenkoppel Mariam en Amadou. Ze zingen in het idioom van het Afrikaanse platteland. Hun nieuwe cd is een succes in Frankrijk, wat deels is te danken aan de samenwerking met Manu Chao.

De hitte is verzengend als Amadou zijn gitaar afgeeft en behoedzaam naar een stoel achter het podium wordt geleid. Mariam zit te wachten, haar zonnebril is even af, ze heeft één wit oog waarmee ze licht van donker kan onderscheiden. Interviews geeft het duo samen, rap praten ze door elkaar. Vinden ze het niet vervelend om omringd te worden door mensen die steeds vragen of het gaat, of ze nog iets nodig hebben, mensen zonder wie ze hulpeloos zijn? Amadou lacht. We weten niet beter.

Zijn voet begint ongedurig te tikken als de repetitie wordt hervat. Manu Chao is begonnen met spelen, en Amadou wil nog een nummer met hem doornemen. Hij roept om zijn gitaar. Mariam trekt haar jurk recht en zinkt weg in haar stoel. De deftig geklede Malinezen spelen met een stoppelige bassist en een halfnaakte rockdrummer. Straatverkopers proberen prullaria te slijten aan een onder dure apparatuur zwetende Europese filmploeg. Niemand kijkt ervan op. De muziekscene in Mali is gewend aan kruisbestuiving.

Het blinde muzikantenstel Amadou & Mariam trad vorige week op in hun geboortestad Bamako. Er stonden twee concerten gepland. Een galadiner voor de lokale bourgeoisie rond het zwembad van een hotel. En een benefietconcert voor de `gewone' fans. De opbrengst ging naar de blindenschool van Bamako. De gaststerren hielden zich op de achtergrond. Alles draaide om Amadou en Mariam, na jaren ploeteren het paradepaardje van het nieuwe Franse platenlabel Because.

Amadou Bagayoko (51) en Mariam Doumbia (47) ontmoetten elkaar begin jaren zeventig op het blindeninstituut van Bamako, de enige blindenschool van het land. Amadou speelde gitaar in de schoolband, Mariam kwam er zingen.

Het was niet alleen het begin van een liefdesrelatie die nu bijna een kwart eeuw duurt, maar ook van een geslaagde muzikale loopbaan die onlangs in Frankrijk bekroond werd met een prijs voor de beste cd in de categorie world. In Bamako lieten ze volgens Afrikaans gebruik een eigen villa bouwen, maar meestal zitten ze in Parijs, waar ze wonen en werken.

Sinds de verschijning van hun eerste cassettebandje in 1988 kent heel West-Afrika hen als `het blinde stel'. In Mali wordt zoveel illegaal gekopieerd dat ze niet van hun muziek konden leven. Begin jaren negentig verhuisden ze naar Ivoorkust, waar een professionele muziekindustrie bestaat. Vanaf dat moment ging het hard. Amadou speelt een van traditionele Malinese muziek doortrokken versie van de blues, beïnvloed door rock en elektronische ritmes.

Hun teksten gaan bijna altijd over de liefde of het dorpsleven. Sommige critici noemen het nostalgische kitsch, maar wie Amadou en Mariam hoort zingen, hoort het idioom van het Afrikaanse platteland. Simpel, maar niet stom. ,,Maak je mooi voor het dorpsfeest /maak jezelf het mooist / ik heb rijst en gierst op mijn akker / en maïs en katoen.''

Amadou: ,,We spelen graag in dorpen. De jongeren dansen, de ouderen luisteren naar onze teksten. Je moet het niet al te serieus nemen. Het is amusement.''

Hun meest recente, vierde, cd Dimanche à Bamako – ook in Nederland verkrijgbaar – is in Frankrijk inmiddels goud. Het succes is deels te danken aan Manu Chao, die de meeste nummers heeft gearrangeerd en zelf meespeelt en zingt. ,,De samenwerking ging vanzelf,'' zegt Manu Chao, die na de repetitie een sigaret zit te roken. ,,Ik had ergens laten vallen dat ik een fan ben van hun muziek. Amadou belde op en stelde voor de studio in te gaan. Het was een groot plezier om met ze werken. Ze zijn heel, hoe zal ik het zeggen, menselijk.'' Van het stempel dat hij op Dimanche à Bamako heeft gedrukt, is hij zich niet bewust. ,,Dat is toeval. We hebben gewoon geïmproviseerd. Als er één continent is dat kan improviseren, is het Afrika wel.''

Amadou & Mariam: `Dimanche à Bamako'. Optreden: 19 juni op het Roots Festival in Amsterdam.