Wij zijn voor hem geen dansers

Voor de senioren van het Nederlands Dans Theater maakte Robert Wilson een regie met weinig beweging. ,,Toen we voor het eerst samen in de studio zaten, gebeurde er niets.''

'2 lips and dancers and space.' `Tulips and dancers and space.' Twee lippen en dansers en ruimte. Tulpen en dansers en ruimte. In het stuk dat regisseur Robert Wilson (Waco, Texas, 1941) maakte voor NDT III, de senioren van het Nederlands Dans Theater, zijn deze woorden als een mantra. Ze bijten zich vast in je hoofd en winnen bij elke herhaling aan betekenis; óf er gebeurt niets, ze bijten zich niet vast, het blijven klanken die je zodra ze zijn uitgesproken weer vergeet. Wie niet van mantra's houdt, zal het moeilijk krijgen bij 2 Lips and dancers and space, dat volgende week in het kader van het Holland Festival drie keer wordt uitgevoerd in het Muziektheater in Amsterdam.

Ook wie hoopt dat hij NDT III-coryfeeën Gioconda Barbuto, Sabine Kupferberg, David Krügel en Egon Madsen andermaal kan zien dansen, weer wat ouder maar vast nog steeds indrukwekkend, komt hier bedrogen uit: ze bewegen nauwelijks. ,,Wilson is geen choreograaf'', zegt Madsen (Denemarken, 1942). ,,En wij zijn voor hem geen dansers. Hij ziet ons als acteurs.''

Het merendeel van de teksten in 2 Lips and dancers and space werd geschreven door Christopher Knowles, een autistische dichter die in 1973 door Wilson werd ontdekt. Knowles was toen negentien. Hij schrijft passages als: ,,I like you, because you wear your clothes. And you will come to a close. Boo! Boo! I like you, because you are very close. And you will come to a close. Boo! Boo! Boo!'' Enzovoort. Hij spreekt ze in hoog tempo en met opgetogen stem in op band en Wilson gebruikt ze als soundtrack, gecombineerd met de duistere, minimalistische muziek van componist Michael Galasso, nog een van zijn vaste medewerkers.

Wilson zelf droeg ook tekstfragmenten bij aan 2 Lips and dancers and space. Scène 1 is een opeenvolging van korte zinnetjes – ,,what's wrong – I fell – OK OK – I'm coming – I need your help''. De zinnetjes worden een liedje: ,,I like eating Chinese food in the rain'', zingt Sabine Kupferberg, die over een mooie trilstem blijkt te beschikken.

,,Toen we tijdens het repeteren een keer onze tekst kwijt waren, begon ik zomaar wat te zingen'', vertelt ze glunderend. ,,En Wilson zei: dat houden we erin.'' Kupferberg (Duitsland, 1951), jarenlang een van de gezichtsbepalende danseressen van het NDT, vindt het heerlijk dat ze bij Wilson mag acteren, haar stem mag gebruiken. Ze opent 2 Lips in haar eentje: op een geel trapje voor het toneeldoek spreekt ze, gekleed als een schoolfrik met een enorme bril, de ,,proud parents of public school 92'' toe. Ze eindigt met demonisch gelach, als een van Roald Dahls Heksen. De toespraak, geschreven door Wilsons assistente Sue Jane Stoker, is het enige stuk tekst met een herkenbaar verloop.

Boventitels

Het contact met Wilson werd twee jaar geleden gelegd door Jíri Kylián, choreograaf en artistiek adviseur van het NDT. ,,We waren in Australië, en daar zagen we Strindbergs Droomspel in een regie van Wilson, met Zweedse acteurs en Engelse boventitels'', vertelt Sabine Kupferberg. ,,We waren er verliefd op. Ik zei: als zóiets met NDT III zou kunnen...'' Weer thuis belde Kylián met Wilson, en stuurde hij hem banden van eerdere NDT III-producties toe. Wilson zei ja.

De eerste ontmoeting tussen de regisseur en de vier dansers vond plaats in de zomer van 2003 in het Watermill Centre op Long Island, New York, waar Wilson elk jaar met studenten en professionals uit allerlei kunstdisciplines nieuw werk maakt. De NDT'ers verbleven er tien dagen. Kupferberg: ,,We waren op kunstkamp. Heerlijk.'' Madsen: ,,Wilson werkt daar aan een heleboel dingen tegelijk, dus we moesten veel wachten. Zo gaat dat met hem. Je wacht op je beurt, hij komt twee of drie uur langs, en dan is hij weer weg. Je weet van dag tot dag niet hoe het zal gaan. Toen we voor het eerst samen in de studio zaten, gebeurde er niets. Wij waren stil. Wilson zat te tekenen. Het leek een soort auditie. Toen zei hij: `Ik zie vier scènes. Ik zie vier mensen. Sabine, jij bent 130 jaar oud. Egon, jij bent een dandy. David, jij bent een soldaat. En Gioconda, jij bent jonger, en bij jou zie ik bloed, iets met gesneden worden.' Toen hij dat idee eenmaal had, ging het opeens heel snel. Christopher Knowles kwam erbij, en daar rolden zo allemaal teksten uit. Micheal Galasso bedacht muziek op zijn viool. Het ontstond allemaal daar, in die ruimte.''

Toen bleek dat Wilsons aandacht voor de bewegingen wel erg summier was, stelden de dansers voor om een choreograaf bij het stuk te betrekken. Dat werd Makram Hamdan, nog iemand uit Wilsons stal, die hem eerder bij enkele opera's assisteerde. Het idioom bleef beperkt: er wordt gelopen, getrippeld, gelegen. En veel geposeerd.

In april 2004 kwam Wilson een week naar Nederland en werd een eerste voorzichtige doorloop van het stuk gepresenteerd. Viktor & Rolf, Nederlands wereldberoemde modeduo dat bekend staat om zijn extravagante ontwerpen, waren inmiddels gevraagd om de kostuums te maken.

Een half jaar later, in oktober, trof het NDT III-team Robert Wilson en zijn assistenten in het Grand Théatre de la Ville in Luxemburg, een van de co-producenten van het stuk. Hier moest 2 Lips and dancers and space in drie weken tijd zijn definitieve vorm krijgen, voor de première op 10 november. Alle NDT'ers die erbij waren, beschrijven het verblijf als een uitputtingsslag. Vooral de technici maakten zulke lange dagen en werden door Wilson zo autoritair bejegend dat een van hen, een heetgebakerde `volgspotter', tegen hem uitviel. Wilson verstarde en zei niets. De jongen, een freelancer, werd daarna `om praktische redenen' niet meer ingehuurd.

,,Wilson is een Jekyll en Hyde-figuur'', zegt Jan van Woerkom, de `reismanager' van NDT III die het team van licht- en geluidjongens aanvoerde. ,,Buiten het podium is hij oké, maar tijdens de repetities is hij niet te genieten. En zo gaat het niet bij NDT. Wij maken onze voorstellingen samen. NDT III is een prettige kleine groep, daar kent iedereen elkaar goed.''

,,Voor Wilson zijn het licht en het geluid even belangrijk als de spelers'', zegt Egon Madsen. ,,Het licht is als een mens, het is een van zijn acteurs. Geluid is voor hem een kracht op zichzelf. In het theater en de studio eist hij absolute stilte, en zo leert hij je om te luisteren – naar voetstappen, naar ademhalen. Fascinerend.''

Kupferberg: ,,Tegen ons spelers zei hij tijdens een doorloop een keer dat hij ons zo geconcentreerd en gedisciplineerd vond. Dat was fijn om te horen. Hij kan hard zijn als je een fout maakt.''

De kostuums van Viktor & Rolf boden zo hun eigen verrassingen. Madsen: ,,We bleken enorm hoge hakken te moeten dragen, en maskers waardoor we niets konden zien. Wilson maakte zich ook wel zorgen toen, hij vroeg of we wel konden dansen. Maar we deden het natuurlijk.'' Kupferberg: ,,Zonder die hakken zou de hele lijn van de kostuums weg zijn. De ontwerpers wisten wat ze deden. We moesten er maar aan wennen. Nu kónden we niet meer veel bewegen; het was een gevecht om alles zo simpel mogelijk te maken.'' Madsen: ,,Om met energie zo te verstillen vereist een enorme controle over je lichaam. Op jongere leeftijd had ik het niet gekund.''

Circusdirecteur

Bij elk van de vier scènes horen nieuwe pakken. Er is een basiskostuum van zwart leer, met voor elke speler andere details: een paarse pruik tot aan de grond voor Kupferberg, een bebloed kussen met takken op het hoofd van Barbuto. Krügels blote bast is groen geschminkt, Madsen ziet eruit als een sexy circusdirecteur met hoge hoed. Daarna komen de dierenpakken, met hun enorme maskers; de bruiden, met tientallen knipperende lichtjes in hun rok; de barok-kostuums, met overal gouden banden. Voor de slotscène moeten de basiskostuums weer aan.

,,Het zijn catwalk-kleren'', zucht een kleedster. ,,Voor ons is het een nachtmerrie.'' In Luxemburg bleken er voor elke kostuumwisseling dertig seconden te zijn. Er moesten extra vrijwilligers voor worden ingeschakeld. En als er ook maar iets ontbrak of afweek, zoals toen Barbuto een ander paar rode handschoenen aankreeg of die keer dat de lichtjes in de bruidsjurken niet allemaal knipperden, zag Wilson het, en stuurde hij na afloop een assistent op het kledingteam af. ,,Wilson is een typische operaregisseur'', zegt Van Woerkom. ,,Hij denkt in plaatjes. Maar hoe die plaatjes er moeten komen, daar houdt hij zich minder mee bezig.''

Kupferberg: ,,Alle creatieve mensen zijn speciaal, ze zijn niet per se `menselijk'. Wilson is constant op reis, hij is altijd aan het scheppen. Niemand kan hem bijbenen. Volgens mij is hij alleen. Ook als je met hem werkt, leer je hem niet kennen. Maar het gevoel is goed.'' Madsen: ,,Hij is ontzettend veeleisend, maar hij is niet gemeen. Het is ook een genie.''

Na de première in Luxemburg maakte 2 Lips and dancers and space een korte tournee door België, Duitsland en nu Nederland. Onderhandelingen over uitvoeringen in Italië en Frankrijk liepen vast op de torenhoge productiekosten. Van Woerkom: ,,Weet je wat alleen het licht per avond kost bij dit stuk? 20.000 euro. Dat kunnen niet veel theaters opbrengen. Wilsons naam heeft ons zeker niet meer succes gebracht dan we gewoonlijk hebben, nee.''

Tijdens de opbouw van licht en decor in het Forum am Schlosspark in het Duitse Ludwigsburg, eind februari, bevestigt Wilson zijn reputatie van norse, hautaine werkgever. In een verduisterde schouwburgzaal, waar niemand mag lopen of praten als de kunst dat niet vereist, geeft hij instructies door de microfoon vanuit zijn stoel middenin de zaal, bij de technici. Het kost hem hoorbaar moeite om dingen te vragen in plaats van ze te bevelen. Hij zucht naar opzij, klaagt over pijn in zijn rug. Het moet perfect. En aldoor zit het tegen.

,,Kan dit nog een keer? Egon?'' zegt Wilson. ,,Ja, Bob?'' Madsen stapt naar voren in een baan van prachtig, mysterieus geel licht. Hij kan Wilson aan, en voert daarom het woord. ,,Kunnen jullie nog op het podium blijven?'' ,,Sure, Bob.'' ,,Dank je, Egon.'' Om zes uur mogen de dansers gaan, om nog net even te rusten tot de voorstelling begint. De technici moeten blijven.

Openingsspeech

Om even voor achten stroomt de uitverkochte Theatersaal vol met 1400 welvarend en keurig uitziende dansliefhebbers. De stemming is er een van vrolijke verwachting; het NDT is hier bekend, en Sabine Kupferberg en Egon Madsen, die beiden hebben gedanst in het ballet van het nabije Stuttgart, zijn zelfs bij naam bekend en geliefd. Kupferbergs openingsspeech oogst gelach en een klein applaus. Maar dan. Naarmate duidelijker wordt dat Wilson niet meer en niet minder biedt dan raadselachtige, uitbundig vormgegeven tableaus, raakt een deel van het publiek geïrriteerd. Dit is geen ballet – maar wat is het dan wel? Het geroezemoes zwelt aan. Mensen beginnen op te staan en weg te lopen; niet besmuikt, maar stampend. Op het balkon klinken hun zolen extra hol. In totaal verlaten zo'n honderd mensen de zaal – tot grote ergernis van de rest van het publiek, dat toegewijd blijft kijken. De dansers vertrekken geen spier; Kupferberg lijkt zelfs te groeien in haar rol. Bij het buigen klinkt alles door elkaar: applaus, gejoel, en her en der een nadrukkelijk `Bravo!'

Als de groep na afloop in de lobby van het hotel soupeert met champagne en vishapjes, beven sommigen nog na van alles wat er die avond misging. Volgspots die niet kwamen. Licht- en geluidmomenten die niet op elkaar aansloten. Decorwisselingen die op een fractie van een seconde op tijd waren. Niemand geeft wie dan ook de schuld; er wordt omhelsd, gelachen en gedronken. Morgen gaat het misschien beter. Wilson staat bij het buffet, torenhoog en geheel in het zwart gekleed. Zijn gezicht staat op minzaam, vriendelijk zelfs. Hij praat zachtjes met een paar mensen en vertrekt vroeg. Hij moet de volgende dag door naar Tokyo.

Tegen de spelers heeft Wilson nauwelijks iets gezegd over het rumoer in de zaal, vertelt Egon Madsen de volgende ochtend. ,,Alleen dat onze reactie zo goed was. Onverstoorbaar doorspelen. Ja, wat dacht je. Wij zijn professioneel.'' Madsen zelf vond het ,,slecht gedrag'' van het publiek, ,,zeker voor hier''. ,,Deze mensen zouden Bob Wilson toch moeten kennen. Maar ze zien `Danstheater' op het affiche staan, en daar komen ze dan op af. Misschien hadden we ze beter moeten informeren.''

Bij de première in Luxemburg ging het ook moeizaam, aldus Madsen, maar de dag erna was de sfeer heel ontspannen. In Frankfurt was het publiek jonger en doodstil. Over de toekomst van het stuk zegt Madsen: ,,We leven nu; we kijken wel.''

,,Half boe en half bravo, dan is het voor mij goed'', zegt Sabine Kupferberg. ,,Elk publiek is anders, je kunt de reacties nooit voorspellen. Niet iedereen is flexibel genoeg om ons iets heel anders te zien doen.''

Madsen: ,,Je moet bij dit stuk niet naar betekenissen zoeken. Ik zie het als een levend schilderij, waar wij deel van uitmaken. Om het te kunnen waarderen, moet je openstaan voor het nieuwe.'' Kupferberg: ,,Alles aan dit stuk was nieuw voor ons, en dus was het eng. Maar ik ben klaar voor iets anders. Ik ben 53 jaar, en ik zou me nu graag in de richting van het pure acteren bewegen. Ik zou het dansen los willen laten. ''

Robert Wilson en Nederlands Dans Theater III, `2 Lips and dancers and space. A dance in four parts', te zien op 1/6 (try-out), 3/6 (première) en 4/6 in Het Muziektheater, Amsterdam. Aanvang 21.00u. Inl: www.ndt.nl of www.hollandsfestival.nl/