Versplinterd politiek bestel eist tol

De uitslag van de Surinaamse Assembleeverkiezingen hebben voor een uiterst instabiel politiek landschap gezorgd. Het land gaat onzekere tijden tegemoet, want geen enkele coalitie lijkt haalbaar.

Dé mantra dat de regerende coalitie van het Nieuw Front (NF) de afgelopen weken in de Surinaamse verkiezingscampagne uitdroeg was: stabiliteit. Kies voor zekerheid, kies traditioneel, koester de bescheiden economische rust, was de boodschap. Maar het Surinaamse electoraat schonk de politici het tegenovergestelde en zorgde juist voor instabiliteit. Zelden was het politieke landschap zó onevenwichtig en onvoorspelbaar als na de Assembleeverkiezingen van woensdag.

De Surinaamse stembusuitslag heeft bizarre trekjes. Hoe je ook rekent en combineert, werkelijk geen enkele politieke coalitie is haalbaar, noch voor het kiezen van een president, noch voor het vormen van een meerderheid in de Assemblee. Partijen hebben elkaar vantevoren uitgesloten, personen zijn onbespreekbaar, beoogde coalities halen net niet de benodigde steun. ,,Eigenlijk is het land onbestuurbaar geworden'', verzuchtte een van de NF-prominenten gisteravond.

Maar Surinaamse politici zijn inventief. ,,Ik ga slapen, want straks moet ik schaken'', zei Desi Bouterse in de vroege donderdagochtend tegen een aantal vertrouwelingen. En zo zullen veel politici hebben gedacht. De komende weken zullen in het teken staan van ragfijne onderhandelingen waarin van alles kan gebeuren. `Overlopende' politici of zelfs hele partijen die aansluiting zoeken bij een ander zijn in Suriname bijvoorbeeld geen uitzondering. Het politieke bestel geeft daar ook alle gelegenheid toe. Bijna alle partijen hebben zich gebundeld in `combinaties' van meerdere groeperingen. En die combinaties zijn niet altijd even stabiel.

Dat geldt zeker voor het Nieuw Front. Deze samenwerking werd naar aanleiding van de historische verkiezingen van 1987 opgericht toen de democratie, na jaren militair bewind, terugkeerde. Geïnspireerd door de verbroederingspolitiek van de legendarische hindoestaanse leider, wijlen Jaggernath Lachmon, maakten de `oude politieke partijen' gezamenlijk een `front' tegen de militairen. De creoolse NPS, de hindoestaanse VHP en de javaanse KTPI, die later werd ingeruild door Pertjajah Luhur, behaalden een groot succes: 40 van de 51 zetels.

Maar een eenheid werd het NF nooit. Veel meer is het een belangenclub van etnisch georiënteerde partijen, die onderling de baantjes verdelen, argwanend staan ten op zichte van elkaar, de traditionele patronagepolitiek in stand houden en wars lijken van vernieuwing.

Het Surinaamse volk kijkt eigenlijk al langer kritisch naar het NF. Bij de verkiezingen van 1991 verloor de combinatie tien zetels, vijf jaar later nog eens zes. De dalende trend werd alleen even gestopt in 2000, toen na de economische malaise van de regering-Wijdenbosch het NF weer 33 zetels behaalde. Maar nu lijkt de dalende lijn weer opgepakt en heeft het Front een dieptepunt van 23 zetels bereikt. Dat zet de interne verhoudingen onder druk. Nu het NF ernstig is verzwakt en zelfs geen parlementaire meerderheid meer heeft, zullen de partijen meer voor zichzelf willen opkomen. Wat zich nu wreekt is dat het NF nooit één politieke visie heeft ontwikkeld en niet met één mond kan onderhandelen, waardoor fragmentatie op de loer ligt.

Inmiddels wordt er al hevig gespeculeerd over hoe het verder moet met het landsbestuur. Namen van compromisfiguren als president vliegen in het rond; op het oog onmogelijke coalities worden gesmeed. Maar het lijkt onvermijdelijk dat de keuze voor het nieuwe staatshoofd zal worden beslecht in de verenigde volksvergadering. Daar kiezen meer dan 800 afgevaardigden met een gewone meerderheid een president. De uitslag is onzeker omdat met name het stemgedrag van ressortraad-leden ongewis is.

Uit het resultaat van de verkiezingen kunnen wel leerzame conclusies getrokken worden. Zo lijkt de aantrekkingskracht van het NF uitgewerkt. Suriname is toe aan modernere politiek, met meer jonge mensen, met meer visie en vooral: met snellere beleidsresultaten. De partij die daarop hamert, de Nationaal Democratische Partij van Bouterse, is niet voor niets met afstand de grootste zelfstandige partij geworden.

Daarnaast hebben de nadelen van het enorm versnipperde politieke landschap hun tol geëist. Veel partijen en combinaties hebben de Assemblee niet gehaald. Ook de onevenwichtigheid van het ingewikkelde Surinaamse `evenredige districtenstelsel' is weer eens geaccentueerd. Zo blijft het vreemd dat meer dan de helft van de kiezers in Paramaribo woont, maar dat dit district maar recht heeft op 17 van de 51 Assembleezetels.

Het beste antwoord voor de huidige patstelling zou eigenlijk een zakenkabinet zijn, desnoods een club technocraten die over twee tot drie jaar nieuwe verkiezingen uitschrijft. In de tussentijd kunnen er een aantal pijnlijke maatregelen waar al jaren tegenaan wordt gehikt worden doorgevoerd, zoals de broodnodige sanering van het gigantische overheidsapparaat. Een dergelijk zakenkabinet zou een geluk bij een ongelukkige verkiezingsuitslag kunnen zijn. Maar of de Surinaamse politici de macht uit handen willen geven en zo'n pragmatische oplossing zien zitten, mag betwijfeld worden.

WWW.NRC.NL: dossier Suriname