Vermeerlezing Grunberg

In het Cultureel Supplement van 20 mei staat de bekorte versie van Arnon Grunbergs Vermeerlezing over `De techniek van ons lijden'. Met een heldere pen beschrijft hij een wereld die ook de mijne is, herkenbaar tot in `mijn rottende vlees, dat inderdaad niets om het lijf heeft.' Toch sluit hij af met een droom en geeft daarmee invulling aan wat hij noemt `de fundamentele en noodzakelijke paradox van het spel'.

Deze paradox is fundamenteel omdat elk postmodern mens hem leert kennen. Hij is noodzakelijk omdat geen postmodern mens er omheen kan. En het is een paradox omdat ik ook wel voel dat het tegenstrijdig is (ervan overtuigd te zijn dat het allemaal niets om het lijf heeft en tegelijkertijd te dromen), maar nog niet precies weet waar de schoen wringt.

Maar wat bedoelt Grunberg met spel? En over welk spel heeft hij het?

Het woord `spel' geeft de opening voor de paradox. Spel, gebruiksaanwijzing, lifestyle, de herinnering aan al die keren dat ik `het spel niet serieus meespeelde, en dus verloor.'

Ik herken twee spellen in de lezing van Grunberg die ik voor het gemak Spel 3 en Spel 4 noem. Spel 3 is het spel dat Grunberg beschrijft en becommentarieert. Spel 3 is het spel van de lifestyle, de beheersing en van het masker. Spel 3 is het spel waarin de ratio de vaart bepaalt en de toon zet. De ratio `mechaniseert het leven, de religie en tot op zekere hoogte ook de kunst, de emotie.' Spel 3 is het spel waarvan hij Pawlikowski [de cineast-Red.] laat zeggen `dat er geen wezenlijke keuzes gemaakt kunnen worden.'

Dat lijkt me logisch, want de ratio kan geen keuzes maken. De ratio analyseert, telt en maakt onderscheid in links en rechts, binnen en buiten, voor en achter, lichaam en geest. De ratio geeft of het een of het ander, nooit beide tegelijk. Daarmee legt de ratio de fundering voor het lijden. Lijden is immers `meedoen aan het spel maar voortdurend verliezen'. En als de ratio je steeds maar de helft toebedeelt (links of rechts, binnen of buiten, goed of fout), verlies je op de lange termijn altijd. Is het `grote lijden' niet steeds verrassend rationeel georganiseerd?

Wij spelen nu Spel 3, net als Grunberg. Maar toch hebben we een droom, net als hij. Maar onze droom zit in Spel 4, net als de zijne. Spel 4 is `de nieuwe uitbreidingsset', maar die heeft nog niet iedereen. De paradox ontstaat waar hij speelt in Spel 3, filosofeert over de nieuwe gebruiksaanwijzing en al droomt van het nieuwe Spel 4.

`Het probleem van de lifestyle is', schrijft Grunberg, `dat het hinkt op twee gedachten: aan de ene kant is hij niets dan voorgeprogrammeerd rollenspel, aan de andere kan wil die lifestyle met alle geweld individueel zijn'. En daarmee verbaast Grunberg zich weer over een vergelijkbare paradox.

Maar het is toch logisch dat de lifestyle-mens hinkt. Want zijn ratio hinkt, of op het linkerbeen, of op het rechter. En als Grunberg de woorden is en wil zou lezen als wat nu is en wat komen wil, dan schept hij de mentale ruimte voor het nieuwe spel.

Wat is Spel 4? Grunberg geeft zelf al aan dat het te maken heeft met de overgang van lifestyle naar individueel, maar dan ook echt helemaal individueel. Maar hij ziet ook wel dat we nu nog het vermogen missen om `onderscheid te maken tussen wat echt is en onecht is, en toch wil hij met alle geweld dat onderscheid aanbrengen'. In Spel 4 zal de postmoderne mens leren om dat rationele onderscheid in te ruilen voor het gevoel om waar te nemen of iets voor hem echt is. In Spel 4 laat hij langzaam zijn masker vallen, omdat hij heeft ontdekt dat hij er zelf achter uit wil. Hij realiseert zich dat hij nooit `meer hoeft terug te keren naar een rol die hij zelf niet meer gelooft'.

De gebruiksaanwijzing van Spel 3 verliest zijn kracht in Spel 4. Niet dat die niet meer waar is, hoffelijkheid blijft een mooie deugd, maar hij geeft geen richting meer, omdat het niet voortkomt uit zijn eigen individuele waarheid.

Om Spel 4 te spelen willen we onze ratio beteugelen en in overeenstemming zien te brengen met onze droom. Waarbij ons gevoel kan aangeven of we de juiste verhouding te pakken hebben tussen en-en. Tussen onze machine en zijn gebruiksaanwijzing aan de ene kant en tussen onszelf, de `ik' die de machine gebruikt aan de andere kant. De `ik' die de gebruiksaanwijzing kan herschrijven als hij daartoe de tijd rijp acht.

En het lijden, want daarover begint Grunberg? In Spel 3 speelt het lijden een fundamentele rol. Het zorgt voor de paradox waarmee ze de ratio in toom houdt door hem het zwijgen op te leggen. Het wijst ons met harde hand naar de Uitbreidingsset, waarin we kunnen dromen van een wereld waarin wij in liefde, in het leven, `naar het net toelopen en zeggen: bedankt voor het spelen, Kaneelbloesem'.