Tijdbom onder belastingherziening

Nog geen maand geleden presenteerde het kabinet een ambitieus plan voor de modernisering van de winstbelastingen. Een strak tijdschema mikt op de ingangsdatum 1 januari 2007. Maar is het plan al gestruikeld voordat de race is begonnen? Een achter gesloten deuren genomen, bijna terloops besluit van de Tweede Kamer legt een bom onder het tijdschema.

Staatssecretaris van Financiën Joop Wijn (CDA) wil vanwege ons fiscale aanzien in de wereld, lagere belastingtarieven voor bedrijfswinsten. Het kabinet heeft daar echter geen geld voor beschikbaar. Daarom moet het bedrijfsleven `aftrekposten' inleveren. Al met al wordt bijna negen miljard euro aan belastingen omgewoeld ter wille van een facelift van enkele belastingtarieven. Zo'n sigaar uit eigen doos hoeft niet van ons, zo redeneert ondernemingsorganisatie VNO-NCW. Belastingadviseurs waarschuwen dat de operatie er bij sommige concerns zo hard inhakt dat ze met winstwaarschuwingen moeten komen. Maar hoe veeg je zo'n plan van tafel zonder de staatssecretaris te beschadigen? Dat wil VNO-NCW ook weer niet en het met de organisatie sympathiserende CDA al helemaal niet. Want haar eigen staatssecretaris zet al zijn prestige op de modernisering van de vennootschapsbelasting.

Een jaar geleden opende Wijn een speciale website (http://vpb2007.minfin.nl) waarin hij zijn aanpak uit de doeken doet. Deskundigen van naam en faam leverden bijdragen aan het discussieforum op de site. Samen met de Leidse universiteit wijdde Financiën een symposium aan het thema. Alle belangrijke belastingadvieskantoren zijn vooraf geconsulteerd. Zo'n gedegen, goeddeels openbare voorbereiding was van belang omdat Wijns tijdschema heel krap is. Hij wil de wet in oktober 2006 in het Staatsblad hebben opdat die op 1 januari 2007 in kan gaan.

Een vergelijking met een eerdere grote belastingoperatie plaatst dit tijdschema in perspectief. Van de laatste herziening van de inkomstenbelasting (IB 2001) zijn de hoofdlijnen gepresenteerd in december 1997. Het wetsvoorstel ging in mei 1999 naar de Tweede Kamer nadat de Raad van State er drie maanden op had gestudeerd. De wet ging op 1 januari 2001 in, ruim drie jaar na de presentatie van het plan. Overigens verschenen er nog jarenlang `veegwetten' om inderhaast gemaakte fouten er uit te halen. Een belastingherziening kost heel veel tijd. Dat is al te merken bij een hinderlijk foutje in één enkele bepaling van de vennootschapsbelasting waarvan de toenmalige staatssecretaris Van Eijck (LPF) eind 2002 meldde dat dit ,,op zeer korte termijn'' gerepareerd zou worden. Het parlement worstelt nog steeds met de weerbarstige reparatie.

Wijn zit dus erg krap in de tijd, maar zijn goede voorbereiding loont zich. Nu, nog geen maand na de presentatie van de globale plannen, heeft zowat elke organisatie die in de fiscaliteit wat voorstelt een afgewogen reactie gegeven. Het toonaangevende Weekblad fiscaal recht heeft het plan in 55 pagina's tot op het bot gefileerd. Nu moet de Tweede Kamer een politiek oordeel geven. Vervolgens kan Wijn de concept-wetsregels opstellen. Pas dan kan de discussie echt losbarsten, want praten op basis van de huidige globale ideeën heeft een hoog gehalte aan luchtfietserij. Op de dag van de presentatie(29 april) maakte VVD-Kamerlid Ineke Dezentjé Hamming zich daarom hard voor een parlementaire hoorzitting eind mei.

Maar andere partijen trappen op de rem. In een besloten vergadering besliste de vaste commissie voor Financiën dat er op zijn vroegst in oktober een hoorzitting komt. Eerst gaat de Kamer na wie er nog wat over de nota op te merken heeft. Men kan reageren tot 21 juli. Dan is de Kamer net met reces, zodat die pas in september de inzendingen bespreekt. Vervolgens wordt vergaderd over de vraag wie hun visie mogen toelichten op een hoorzitting die in oktober, misschien november plaatsvindt. Pas daarna gaat de Kamer in debat met Joop Wijn. Aan de hand van de uitslag kan die de wettekst schrijven; met hard werken kan de ministerraad eind februari het uitgewerkte wetsvoorstel bespreken. Zelfs als Raad van State, de Tweede en de Eerste Kamer twee keer zo snel werken als bij de operatie IB 2001, redt Wijn het niet de zeer complexe wet tijdig in het Staatsblad te hebben. 2007 is een verkiezingsjaar, dus dan komt er niets van zo'n ingrijpende belastingherziening terecht. De ingangsdatum schuift dan automatisch door naar 1 januari 2009.

Mocht met kunst- en vliegwerk de ingangsdatum van 1 januari 2007 toch nog worden gehaald, dan is er sprake geweest van overhaaste wetgeving. Dat is onverantwoord voor zo'n ingewikkeld onderwerp als de vennootschapsbelasting met zijn Europese dimensie en gevoelige internationale dwarsverbanden. Zeker nu het gaat om een tariefsverlaging die geen echte lastenverlichting meebrengt.

In elk geval is duidelijk dat er bij al dat haastwerk in 2006 geen ruimte is voor een nieuwe parlementaire vragenronde met hoorzitting. Aan zo'n inbreng van deskundigen is tegen die tijd heel wat meer behoefte dan nu.

In een korte procedurevergadering heeft de Kamer achter gesloten deuren vier kostbare maanden opgeofferd aan een in dit stadium overbodige informatieronde. Als de Kamer de modernisering van de winstbelastingen oprecht wil, waarom laat ze het dan aankomen op onverantwoord legislatief haastwerk, belastingrisico's voor de schatkist en fnuikende onzekerheid bij (buitenlandse) investeerders?

De gedachte dringt zich op dat de Kamer liever van het plan van Wijn af wil, zij het zonder openlijke confrontatie met de staatssecretaris. Een tijdschema dat onhaalbaar blijkt, onverwachte complicaties, veranderde economische omstandigheden – het zijn allemaal legitieme redenen om het plan volgend jaar stilletjes op een zijspoor te rangeren. Misschien totdat er wel geld voor een echte lastenverlichting beschikbaar is.

Dat is politieke hogeschool in een Haags achterkamertje.