Strijdvaardig saxofoonspel Sánchez

Onder de hoede van Eddy Palmieri en Dizzy Gillespie heeft de Puertoricaanse tenor- en sopraansaxofonist David Sánchez zich door de jaren heen weten te ontwikkelen tot dé representant van de afdeling Cubop, waar jazz en Afro-Caribische ritmes in elkaar overlopen. Sánchez is een jonge, gretige en toegewijde speler, die zijn Latijns-Amerikaanse roots niet uit het oog verliest. Hij begrijpt als geen ander dat een van de mooiste vormen van musiceren voortkomt uit de combinatie van verschillende culturele achtergronden.

Gisteravond in het BIMhuis in Amsterdam speelde Sánchez voornamelijk werk van Coral, zijn laatste cd uit 2004 waarop hij met het Philharmonisch orkest uit Praag muziek uitvoert van de Latijns-Amerikaanse componisten Antonio Carlos Jobim, Heitor Villa-Lobos en Alberto Ginastera. Bij het concert liet hij de strijkers gelukkig achterwege – jazz en violen leveren vaak een gepolijst effect op – maar de arrangementen bleven prima overeind bij zijn kwartet, met ook pianist Edsel Gomez, bassist Hans Glawischnig en drummer Henry Cole.

In eerste instantie was de muziek nauwelijks heet te noemen. Al liet Sánchez zijn sax van meet af aan krachtig spreken, het leek of zijn band nog voorzichtig aan het opbouwen was. Pianist Edsel Gomez, die meestal garant staat voor energiek hoekig spel, verkende voorzichtig het klavier en ook de ritmesectie bleef ingetogen in ballades als Jobims Eu Sei Que Vou Te Amar.

Pikanter werd het in meer uptempo nummers, toen ook drummer Henry Cole eindelijk van zich liet horen. Zoals in Elements II, een mooi expressief stuk aan het einde van de eerste set. Cole drumt met zijn hele lijf. Hij kruipt bijna in zijn instrument om naar nieuwe mogelijkheden te zoeken met gortdroge, steeds wisselende tikken.

Dankzij die improvisatorische onvoorspelbaarheid kwam de band in beweging. Langzaamaan werden de verkenningen op het grensgebied van moderne jazz en latin vuriger en dynamischer, en verdween op briljante wijze de dufheid.

Saxofonist Sánchez straalde een bijzonder soort zelfverzekerdheid uit terwijl hij speelde. Zijn houding was strijdvaardig, en zijn uithalen deden nog het meest denken aan een vis die af en toe naar adem komt happen aan de oppervlakte. Op, neer, op, neer volgde hij met zijn hoofd de noten, terwijl hij met mooie ronde tonen zijn puntige improvisaties blies.

Opvallend was de manier waarop Sánchez al zijn stukken naar eenzelfde soort einde blies: groots, in een crescendo. Alsof hij aan het einde van ieder nummer het hele verhaal nog even resumeerde.

Concert: David Sánchez. Gehoord: 26/5 BIMhuis Amsterdam. Herh.: 27/5 Theater Lantaren/Venster, Rotterdam.