Re: de euro

Heimwee naar de gulden? Denk er nog maar eens goed over na. In 1992 en in 1993, toen Europa evenals nu door een economisch dal ging, werden op de valutamarkt de nationale munten van de EU-landen meedogenloos tegen elkaar uitgespeeld. Gedwongen devaluaties van de Italiaanse lire, de Spaanse peseta en de Portugese escudo vonden meermalen plaats. Het Britse pond verliet voorgoed het muntstelsel dat de EU toen hanteerde, de Ierse munt moest worden verdedigd met een torenhoge rente en de Franse franc kwam onder vuur. Veilige vluchtmunten als de Duitse mark en de gulden werden juist te sterk, waardoor het economisch herstel vertraagde. De chaos was compleet. Niet alleen financieel-economisch maar ook politiek, want de Europese eensgezindheid werd door die gebeurtenissen zeer op de proef gesteld.

Er is niet zoveel fantasie voor nodig om voor de geest te halen wat er de afgelopen vier jaar zou zijn gebeurd als de verschillende munten in 1999 niet in een gemeenschappelijke euro waren opgegaan. De recessie van nu is hardnekkiger dan toen, de koersen op de aandelenmarkten zijn na het uiteenspatten van de zeepbel gehalveerd, de prijs van ruwe olie heeft records aangetikt en de Amerikaanse dollar vertoont wilde zwenkingen.

Onder de Europese valuta's zouden wederom grote spanningen zijn ontstaan. In plaats daarvan is er nu rust, afgedwongen door de euro. Dat wil niet zeggen dat de situatie ideaal is. De belofte van begrotingsdiscipline onder de eurolanden is verbroken, en sommige landen hebben grote moeite zich aan te passen aan het leven in de geïntegreerde eurozone, met zijn ene munt en uniforme rentetarief. Divergentie, te ver uiteenlopen van de onderlinge euro-economieën, blijft een reëel gevaar.

Het voorspel van de overgang van de gulden naar de euro in 1997 en 1998 moet in het licht worden bezien van de traumatische ervaringen van de valutacrises van 1992 en 1993. Het is begrijpelijk, toen er eindelijk enige rust was teruggekeerd op het valutafront, dat re- of devaluaties van nationale munten in de aanloop naar 1999 maar beter achterwege konden blijven. Er was, zo bevestigde president Wellink van De Nederlandsche Bank gisteren nogmaals, inderdaad het vermoeden van enige onderwaardering van de gulden, overigens alleen tegenover de Duitse mark. Maar om daar de relatie van de gulden (of de mark) met alle andere nationale valuta's van de deelnemende EU-landen voor open te breken zou riskant zijn geweest. En wellicht niet helemaal nodig. Er waren andere mechanismen voorhanden om de op hol slaande Nederlandse economie af te remmen, waaronder vooral het begrotingsbeleid. De tekorten hadden minder groot moeten zijn in die jaren, en toen er overschotten ontstonden, hadden die hoger moeten oplopen. Dan ook had er de afgelopen jaren niet zo draconisch bezuinigd hoeven worden. Een land als Finland heeft dat veel beter gedaan.

De euro dreigt nu de schuld te krijgen van de huidige malaise, inclusief de misvatting dat een eventueel te lage instapkoers direct bijdroeg aan de inflatiegolf van 2002, terwijl de girale invoering van de munt al drie jaar eerder plaatsvond, in 1999. Over het hoofd wordt gezien dat de euro tot nu toe juist stabiliteit heeft gebracht in de huidige, lastige economische omstandigheden. Wie zich de gebeurtenissen van twaalf jaar geleden voor de geest haalt, hoeft er niet aan te twijfelen dat de huidige malaise zónder de ene Europese munt een heel stuk groter was geweest.