`Polen moet het informatietijdperk betreden'

Polen heeft een linkse regering, maar die voert geen links beleid, zegt de 80-jarige econoom Zdzislaw Sadowski. De toetreding tot Europa ging ten koste van de bestrijding van de armoede en de werkloosheid. ,,Dat we onze banken hebben laten overmeesteren door internationale banken beschouw ik als een blunder van formaat.''

Over de situatie in zijn vaderland Polen is hij ronduit pessimistisch. ,,Laten we daarom maar met het goede nieuws beginnen'', zegt Zdzislaw Sadowski.

Het goede nieuws is dat Polen in vijftien jaar van een omelet eieren heeft weten te maken, zoals de vooraanstaande econoom het uitdrukt. In 1989, toen het communisme viel, leek het ombuigen van een planeconomie naar een vrije markt ,,een onmogelijke missie''. De missie slaagde niet alleen, maar werd ook snel volbracht. ,,De economie groeide na drie jaar alweer'', zegt Sadowski, voorzitter van de Poolse belangenvereniging van economen PTE. ,,Rusland kende pas in 2000 weer groei.''

Maar hier eindigt het goede nieuws alweer. Polen kent na vijftien jaar nog steeds massawerkloosheid, de keerzijde van de economische transformatie. Het land telt drie miljoen werklozen, zo'n twintig procent van de bevolking, het hoogste percentage binnen de Europese Unie, waarvan het land vorig jaar mei lid werd. ,,In absolute getallen heeft Duitsland méér werklozen, maar relatief gezien spannen wij de kroon. De werkloosheid is recentelijk wat omlaag gegaan, maar dat is verwaarloosbaar. Niets wijst erop dat zij de komende tijd verder zal dalen.''

In Polen gaan economische debatten doorgaans over begrotingstekorten, Europese normen die gehaald moeten worden voor de invoering van de euro, inflatie en de wisselkoers. Ze gaan zelden over massawerkloosheid of over het gevolg daarvan: armoede. Die desinteresse is op termijn gevaarlijk, zegt Sadowski. Want als de sociale situatie niet verbetert, zullen kiezers met hun maag stemmen. En dat is goed nieuws voor rechtspopulistische, anti-Europese partijen.

De tachtjarige econoom geldt in Polen als een altijd kritische, maar open geest. In de jaren tachtig probeerde Sadowksi, die nooit lid is geweest van de Communistische Partij, het systeem van binnenuit te veranderen door samenwerking te zoeken met hervormingsgezinde communisten. Die toenadering zou hem later het verwijt opleveren dat hij had gecollaboreerd met het regime. Een makkelijk verwijt. De econoom geldt juist als moreel integer. Een man die niet voor één gat te vangen is en die, als het moet, tegen de stroom in zwemt.

Zoals hij voorheen de starheid van het communisme bekritiseerde, zo laakt hij nu de stunteligheid van de postcommunistische politici. Voor de erfgenamen van Lech Walesa en Solidariteit, de vakbondsbeweging die na 1989 in tientallen partijen uiteenviel, heeft hij weinig goede woorden over. De enige keer dat het economisch wat beter ging met Polen, tussen 1993 en 1997, waren zij juist níet aan de macht. In die jaren groeide de economie jaarlijks met 7 procent en lag de werkloosheid rond de 13 procent.

De ironie is dat in die tijd juist de erfgenamen van het communisme, de sociaaldemocraten van de SLD, aan het roer stonden. Ex-communisten met – inmiddels – verstand van kapitalisme. Ook de huidige regering onder leiding van de SLD, die na een rechts intermezzo in 2001 aan de macht kwam, doet het naar omstandigheden niet slecht, vindt Sadowski. Dat rondom de SLD een geur hangt van ancien regime, nepotisme en corruptie doet niet terzake. ,,Wat je ook denkt van links of rechts: het is een feit dat onder linkse regeringen tot nu toe de beste economische resultaten zijn behaald. En dat is wat telt, zeker voor de mensen die het hardst hulp nodig hebben.''

Had de massawerkloosheid na 1989 vermeden kunnen worden?

,,Theoretisch wel, maar de economische en politieke realiteit maakten een genuanceerde benadering moeilijk, zo niet onmogelijk. Het ineenklappen van het regime leidde tot euforie onder de bevolking. Iedereen had 45 jaar gewacht op deze gebeurtenis. Het regime was nooit geliefd geweest, zelfs niet bij de mensen die er direct voor werkten. Ik kan het weten.

,,Die euforie maakte het mogelijk om, zonder al te veel weerstand, economische schoktherapie toe te passen. En een schok wás het. Prijzen gingen gemiddeld met een factor zeventien omhoog, een basisproduct als varkensvlees werd veertig keer duurder. De geldinkomens gingen daarentegen maar negen keer omhoog. Economisch was het allemaal erg gezond, zo uit het handboek. De markt werd in een handomdraai in evenwicht gebracht.

,,De bevolking was bereid de klap te incasseren. Dit was kennelijk de prijs die moest worden betaald voor politieke vrijheid. De communisten waren voor 1989 niet in staat geweest om zelfs maar de kleinste aanpassing door te voeren, zonder dat dit leidde tot demonstraties en rellen, maar nu was er algemene acceptatie, gebaseerd op het geloof dat het over zes maanden beter zou gaan. Veel mensen wachten nu al vijftien jaar.''

Het gaat toch beter met Polen?

,,Vijftien procent van de Polen, zes miljoen mensen, is tevreden. Heel wat, maar niet genoeg. Het probleem van de massawerkloosheid is eigenlijk nog veel groter dan uit de officiële cijfers blijkt. Op het platteland bestaat enorm veel verborgen werkloosheid. Mensen die niets te doen hebben trekken naar het platteland, naar familie als het kan, en knopen daar de eindjes aan elkaar, met eenvoudige middelen van bestaan. Zo'n anderhalf miljoen mensen zitten waarschijnlijk in die situatie. Die moet u optellen bovenop de drie miljoen officiële werklozen.

,,Volgens de jongste analyses leeft de helft van de Poolse bevolking onder het sociale minimum. Tien procent leeft zelfs onder het bestaansminimum. Vijftien procent heeft zoals gezegd een goede levensstandaard en de rest heeft nog niet besloten of het tevreden is of niet.''

Waar is de befaamde Poolse solidariteit gebleven, uit de jaren van Lech Walesa?

,,Die golf van solidariteit, aan het einde van de jaren zeventig, was gebaseerd op een fenomeen dat zelden optreedt in de sociale geschiedenis: de nauwe samenwerking tussen intellectuelen en arbeiders. De Polen die op dit moment in armoede leven, zijn niet georganiseerd. Ze gaan soms de straat op, maar niet vaak. Ze hebben geen stem.''

Zijn ze vergeten door de huidige intelligentsia?

,,Ja. De intelligentsia is vooral heel bang voor populistische politieke partijen. Het bestrijden van armoede krijgt daardoor niet de aandacht die het verdient. Op lange termijn is het voeren van beleid overigens niet eenvoudig in Polen, omdat kiezers steeds van gedachten veranderen en steeds op andere partijen stemmen.

,,De huidige regering erfde een desastreuze situatie. Toen zij aantrad in oktober 2001 was er nauwelijks geld meer in de staatsbegroting voor het laatste kwartaal van het jaar. Achteraf gezien hebben ze die periode onder de omstandigheden goed doorstaan. Het probleem van deze linkse regering is dat zij geen links beleid voert: ze heeft weinig gedaan om de sociale situatie te verbeteren. Voor een belangrijk deel is dat te wijten aan de toetreding van Polen tot de Europese Unie. Op zich was dat een heugelijke gebeurtenis, maar de regering was helemaal daar op gericht en leek al het andere te vergeten.

,,Overigens is de regering verschrikkelijk bekritiseerd voor de wijze waarop ze de toetreding met Brussel heeft uitonderhandeld. De partijen die de Poolse boeren vertegenwoordigen vonden dat er te veel concessies waren gedaan. Maar het zijn juist de boeren die op dit moment als eerste profiteren van Europa, want elke boer in Europa krijgt subsidie. Kennelijk konden ze dat indertijd niet geloven.''

Wat is er te doen tegen de massale werkloosheid?

,,We kunnen er in ieder geval niet op vertrouwen dat de markt alles in goede banen zal leiden. De markt kan in een situatie als deze weinig uitrichten. De demografische ontwikkeling van de Poolse bevolking werkt tegen. We zitten in een golf van een grote toename aan arbeidskrachten, vaak jong en hoogopgeleid. Dat begon in de late jaren negentig en gaat door tot en met 2010. Daarna zal de situatie in korte tijd compleet omslaan, met een overschot aan ouderen.

,,De markt moet een handje geholpen worden. De regering moet het aanbod van banen sneller laten groeien. Het vergroten van de productie is op zich niet voldoende, want dat kan doorgaans worden bereikt door de productiviteit per werknemer te vergroten. Die productiviteit neemt al erg toe. Op zichzelf is dat goed, maar als je de werkloosheid wilt bestrijden is het vervelend.

,,De beste manier om op korte termijn nieuwe banen te scheppen is door nieuwe sectoren, zoals de dienstverlening en de ict te stimuleren. Helaas zijn Poolse regeringen vaak gericht op grote industrieën, zoals olie, kolen en staal. De economie is in dat opzicht heel primitief. Polen moet het informatietijdperk betreden.

,,We zien hier een paradox. Wat betreft onderwijs staan we er niet slecht voor. Veel jonge mensen proberen hun studies te verlengen aangezien er toch geen werk is. Ze zijn ontzettend goed opgeleid. Die situatie is veelbelovend, want het betekent dat we snel het informatietijdperk moeten kunnen betreden. Maar tegelijk geeft de Poolse overheid amper geld uit aan wetenschappelijk onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten. Volgens de Europese norm moet een EU-lid jaarlijks zo'n 3 procent uitgeven aan wat meestal research & development wordt genoemd. Onze regering geeft 0,3 procent uit. Nul punt drie. En het is in al die jaren alleen maar minder geworden.

,,Industrieën die hadden kunnen bijdragen aan de economische modernisering zijn ingestort. In de jaren negentig werd in Polen een interessant begin gemaakt met de elektronica-industrie, zoals de productie van computers. Ook leek er een Poolse farmaceutische industrie van de grond te komen. Maar de plotselinge en extreme verhoging van rentetarieven heeft die ontwikkelingen in de kiem gesmoord. In plaats van 8 procent moesten bedrijven opeens 120 procent rente betalen. Bedrijven gingen over de kop. Daar zaten bedrijven tussen die niet eens inefficiënt kunnen worden genoemd, maar zich simpelweg niet konden aanpassen aan het nieuwe regime. Wat achterbleef waren de verouderde industrieën, zoals de metallurgie. De farmaceutische industrie is helemaal in buitenlandse handen terecht gekomen.''

Bent u er op tegen dat Poolse bedrijven in buitenlandse handen komen?

,,Nee, zeker niet. In de meeste gevallen heeft het hele positieve gevolgen gehad. Dat we onze eigen banken hebben laten overmeesteren door internationale banken beschouw ik echter als een blunder van formaat. Als tachtig procent van je financiële systeem in buitenlandse handen komt, worden belangrijke beslissingen buiten de Poolse grenzen genomen. In geval van crisis kan dat hele naargeestige gevolgen hebben.''

U schets een grimmig beeld van Polen. Een land met massawerkloosheid, waar veelbelovende industrieën om zeep worden geholpen en dat geen controle heeft over zijn eigen financiële situatie.

,,Daarom begon ik ook zo positief.''

Wat is er goed aan Polen?

,,De rentetarieven, het monetaire beleid. Althans, dat vindt het buitenland. Ik ben daar niet zo zeker van, als ik nog even iets aan dat grimmige beeld mag toevoegen. De Poolse centrale bank wil boven alles de inflatie laag houden, ook als overduidelijk is dat de economische groei hiermee wordt geremd. De samenwerking met de regering is ronduit slecht. Een rationele beleidsmix kan daardoor niet van de grond komen.

,,Binnenkort zijn er parlementaire verkiezingen en de gedoodverfde winnaars daarvan zijn het vooral over economische kwesties grondig oneens. Ik ben daar niet erg optimistisch over. Bovendien heb ik de indruk dat we richting een autoritaire politiek gaan, gevoed door de sociale ontevredenheid. Gelukkig zijn we lid van de Europese Unie, want zij zal ingrijpen als het nodig is. Hoop ik.''

Dit is het vierde deel in een serie interviews over de economie van nieuwe EU-landen. Eerdere delen verschenen op 15 april (Hongarije), 29 april (Slowakije) en 13 mei (Slovenië). Zie ook www.nrc.nl.