Literatuur wordt misbruikt

De `Europese Literatuur', bestaat die eigenlijk? Margot Dijkgraaf maakt een tour d'horizon. Deze week de Kroatische schrijfster Dubravka Ugresić. ,,Het begrip nationale literatuur is een kunstmatig begrip.''

Als Dubravka Ugresić haar fiets uit het fietsenrek in Amsterdam-West wil halen, blijken van links en rechts fietsen in de hare verstrengeld. Met ,,ach, die integratie ook altijd!'', becommentarieert ze het onontwarbare kluwen van sturen, trappers en draden. Het is geen vreemde associatie voor de in Zagreb geboren schrijfster. In haar tot nu toe verschenen romans en beschouwingen becommentarieerde ze de recente gebeurtenissen in haar vaderland, het voormalige Joegoslavië, beschreef ze de desillusies van de intellectueel, analyseerde ze de positie van de schrijver in een geglobaliseerde wereldeconomie en schetste ze haar eerste indrukken van Amsterdam. In haar meest recente roman, Ministerie van pijn, laat ze de lezer op indrukwekkende manier voelen hoezeer ontheemding schrijnt en hoe eenzaamheid de balling tot wanhoop kan drijven – alle pogingen tot het scheppen van een nieuw thuis ten spijt.

Ugresić (1949) werd geboren in het voormalige Joegoslavië, haar moedertaal is het Servo-Kroatisch. Vanwege haar kritische houding ten opzichte van de politieke gebeurtenissen werd haar het leven in Zagreb onmogelijk gemaakt, waarna ze in 1993 het land verliet. Na een verblijf in onder andere Berlijn en New York, woont ze sinds 1996 in Amsterdam en heeft ze de Nederlandse nationaliteit. Als literatuurwetenschapper – Ugresić studeerde vergelijkende literatuurwetenschap en Russisch en werkte twintig jaar aan het Instituut voor de Theorie van Literatuur in Zagreb – heeft ze duidelijke ideeën over Europese literatuur.

,,Alle literatuur is Europees, dat lijkt me evident. Alle literatuur kent ontwikkelingen en invloeden die je Europees kunt noemen, of het nu om Nederlandse, Servische, Franse of Kroatische literatuur gaat. Iedere letterkunde in Europa kent bijvoorbeeld perioden van Renaissance, Barok, Classicisme en Realisme.''

De ene auteur beïnvloedt de andere, maar hoe die beïnvloeding precies plaatsvindt is volgens Ugresić uiterst moeilijk na te gaan. ,,Niemand kan het pad van de literaire migratie precies volgen. Europese literaturen vormen één lichaam, één terrein. Veel gebeurt parallel, tegelijkertijd. Lang niet alles ontwikkelt zich vanuit de grote literaire centra naar de perifere gebieden. Het was niet altijd Balzac die anderen beïnvloedde. Andersom was ook mogelijk. Ook in de periferie kunnen literaire thema's zich ontwikkelen. Zeker nu, met de nieuwe media, in de wereld van het global village, worden culturele uitwisselingen steeds gecompliceerder. De paden waarlangs al die onderlinge verbindingen verlopen zijn minder duidelijk.''

Kunstmatig begrip

Europese literatuur bestaat uit een aantal `nationale literaturen'. Het begrip `nationale literatuur' is nog erg jong, zegt de schrijfster, net een eeuw. Pas in de negentiende eeuw werd de vraag gesteld wat een natie is en hoe die te definiëren. Nationale instituties houden het idee in stand dat er een specifieke nationale literatuur zou bestaan. ,,Het begrip nationale literatuur is een kunstmatig begrip, uitgevonden om gemakkelijker te kunnen denken, om orde te scheppen in de chaos.'' Het begrippenapparaat van de traditionele literatuurgeschiedenis is langzaam aan het verdwijnen. ,,Sinds de hoogtijdagen van het structuralisme, het deconstructivisme en de semiotiek is er eigenlijk geen serieuze literatuurwetenschap meer. Die is van karakter veranderd onder invloed van de psychoanalyse, de culturele studies, de politieke wetenschap, het feminisme en het post-kolonialisme.''

Toch is `nationale literatuur' een belangrijk begrip. Hoe halsstarrig men het blijft verdedigen, valt vooral op in kleine landen, zoals Servië, Kroatië en Bosnië. ,,Daar kun je met je eigen ogen zien hoe cultuur wordt ingezet voor ideologische doeleinden.'' Literatuur en politiek hebben altijd met elkaar te maken gehad, ,,maar tegenwoordig is literatuur steeds minder los te zien van politiek. Nieuwe staten als Bosnië, Kroatië, Slovenië, Litouwen en Estland hebben een literatuur nodig. Iets anders dan cultuur hebben ze eenvoudig niet te bieden.'' Literatuur bevestigt hun nationale identiteit, heeft een representatieve functie. Literatuur is de vormgeving van de nationale taal. De Europese Unie is zich daarvan ook heel goed bewust, zegt Ugresić. ,, De culturele politiek van de Europese Unie geeft de voorkeur aan directe culturele uitwisseling tussen nationale culturen. `Hier, dit is iets van ons, Nederland, en geef ons in ruil daarvoor iets Kroatisch, iets van jullie.''' Bovendien heeft Europa een ideologie nodig en het grootste deel daarvan is cultuur. ,,Cultuur betekent alles en niets. Het is het terrein van de manipulatie bij uitstek. Al die grote woorden: `cultuur slaat een brug tussen de mensen', `eenheid in verscheidenheid' of `het is cultuur die ons in Europa samenbrengt' – niemand weet wat het betekent. Nog zo één: `de regio's kruiden Europa'. Er is een kleine Servische minderheid in Slowakije die een taal spreekt die meer lijkt op het Tsjechisch dan op het Slowaaks, al hebben beide talen veel van elkaar weg. Het is maar een klein dialect. Deze minderheid wordt door de EU gesubsidieerd om een eigen literatuur en daarmee een eigen identiteit op te bouwen. Het is alsof je hier in Nederland miljoenen zou investeren om het Fries en de Friese literatuur te ontwikkelen. Je zou het Fries verplicht stellen op school, een plaats eisen voor het Fries in het openbare leven, de Friese literatuur zou belangrijker worden dan de Nederlandse!'' Wat zou het heerlijk zijn, schertst Ugresić ironisch, de nationale schrijver te zijn van een kleine stam in Siberië en dan diens literatuur uitvinden, diens taal en cultuur. Dan besta je pas echt, als schrijver!

De meeste schrijvers geven er de voorkeur aan een `nationale auteur' te zijn. ,,Je kunt beter een schrijver zijn uit een bepaald land dan een auteur die verdwaald is in de wereld. Die laatste telt niet mee. Who cares?'' Europa denkt nog steeds in nationale staten, ,,en dus worden schrijvers gezien als vertegenwoordigers van hun land. Er wordt gesproken van `onze schrijver uit Litouwen, uit Estland' alsof het politici zijn. De hele Europese culturele politiek draait om nationale vertegenwoordigers. Literatuur wordt misbruikt. Schrijvers weten wat er van hen verwacht wordt, ze spelen een rol.''

Hoe dat de literatuur beïnvloedt? ,,Het is gemakkelijk al schrijvend aan de verwachtingen te voldoen die men van je heeft. Als de markt vandaag zit te springen om `wereldliteratuur' of `wereldmuziek', dan worden die hoe dan ook geleverd. Als uitgevers schreeuwen om een Bulgaarse schrijver, dan kun je er zeker van zijn dat er een Bulgaar gevonden wordt die aan het gevraagde imago beantwoordt. Desnoods zet hij ook nog een Bulgaars hoedje op. De macht van de markt is enorm.'' Bovendien leven wij in een geglobaliseerde wereld. Iedereen leest ongeveer hetzelfde, iedereen heeft ongeveer dezelfde referenties. Boekhandels in Zagreb, Belgrado, Moskou en Praag bieden waarschijnlijk ongeveer dezelfde keuze als die in Parijs, Berlijn of Amsterdam. De populairste schrijvers, zij die met het grootste gemak circuleren op de wereldmarkt, zijn diegenen die de stereotypen bevestigen, die aan de verwachtingen voldoen. Dat is bijvoorbeeld mijn probleem.'' Ter illustratie vertelt Ugresić hoe een van haar romans in Engelse vertaling in een recensie werd besproken. De criticus was positief, maar stelde aan het eind van zijn stuk de vraag: hebben we dit boek wel nodig? ,,Ik realiseerde me dat ze van mij verwachtten dat ik met een boek over de Balkan kwam, met iets exotisch, met iets wat aan hun verwachtingen beantwoordde.''

Etiket

Dat komt allemaal doordat Europa nog zo verschrikkelijk in nationale termen denkt. Je zou het niet verwachten, zegt Ugresić, want ,,iedereen is zo aardig en zo open, uitgevers pronken met de twee of drie Litouwse auteurs die ze in hun fonds hebben'', maar onderhand denken ze wel degelijk in hokjes. Mateloos ergert ze zich eraan dat ze steeds het etiket van `Kroatisch schrijfster' krijgt opgeplakt. ,,Ik begrijp wel dat men dat doet om mijn nationalistische gevoelens te respecteren, maar ik héb geen nationalistische gevoelens. Respecteer die dan ook niet! Me Dutch, you Croate. Zo werkt het. Anders wordt het allemaal te ingewikkeld. Niemand heeft zin om erover na te denken.''

Als schrijfster heeft Ugresić geen eenduidige achtergrond, een thematiek die ze in haar romans verwerkt en die voortdurend onderwerp van verder onderzoek is. Zo gaf ze een paar jaar geleden aan Harvard University een college over `minor literatures'. Daarbij ging ze uit van het door Gilles Deleuze en Felix Guattari geschreven boek Kafka: Toward a Minor Literature. ,,`Minor' heeft niets te maken met `klein' of `onbelangrijk'. Deleuze en Guattari schreven over Kafka en ik probeerde hun model op andere schrijvers toe te passen. Zoals bekend schreef Kafka in Praag, in het Duits. Omringd door de meerderheidstaal, het Tsjechisch, schreef hij voor een klein, Duitstalig publiek. Bovendien was Kafka joods. Dat betekent per definitie `in ballingschap', als buitenstaander, als `de Ander'. Die ongemakkelijke positie beïnvloedde Kafka's teksten. Het deed dienst als alibi voor zijn lezers en voor degenen die zijn teksten interpreteerden. Zij lazen er meningen in die er helemaal niet in stonden, maar die hun zelf goed uitkwamen. Zijn teksten werden gezien als kritiek op de bureaucratie, ze werden misbruikt voor allerlei doeleinden. Dat kwam omdat hij niet paste in de bestaande structuren. Dat `niet passen' werd mijn uitgangspunt.'' `Minor' kan zo gedefinieerd worden als het niet aansluiten bij heersende meningen, modes, definities en posities – een adjectief dat in deze eeuw meer en meer van toepassing is op mensen, op literatuur, op cultuur.

,,Veel literatuur wordt geschreven door schrijvers uit `de diaspora', schrijvers met meervoudige culturele identiteiten, schrijvers die elders wonen dan op de plek waar ze zijn geboren, schrijvers die, zoals Kafka, in hun moedertaal schrijven en omringd zijn door een andere taal.'' De moderne Europese literatuur past niet meer in de categorieën van `nationaal' of niet. Voor het gemak wordt iedere auteur die niet `nationaal' is, gerangschikt onder `emigratie- of ballingenliteratuur'. Maar er is een grijze zone waarin van alles gebeurt, betoogt Ugresić, een zone tussen landen en staten in, literatuur die zich niet-hier-en-niet-daar bevindt, een literatuur die `buiten-statelijk' is. ,,Dat is transnationale literatuur – zonder subcategorieën.'' De tekst communiceert en dat is genoeg. Ieder etiket doet afbreuk aan de inhoud, leidt de lezer naar het verkeerde pad. Ieder label verleidt de lezer om in de tekst iets anders te lezen dan wat er staat.

Ugresić' overtuiging staat haaks op de realiteit. Het persoonlijke ligt op straat en ook de schrijver wordt vaak een publiek persoon. ,,De markt doet de literatuur veel meer kwaad dan je denkt. De markt wil bijvoorbeeld alleen jonge mensen. Een jonge auteur uit, laten we zeggen, Pakistan, kan een miljoen pond als voorschot krijgen voor zijn debuut. Zo gaat het ook in Kroatië, zelfs in Rusland. Dat komt omdat zo'n jongen dan gepromoot wordt door iemand die macht heeft in de media, schrijft, op de radio en de televisie verschijnt.''

Nieuwe blik

Ook als het gaat om literatuur uit Midden- en Oost-Europa, is het volgens Ugresić tijd voor een nieuwe blik. ,,Van buitenaf gezien vormde het een groot, verenigd, communistisch blok, maar dat beeld klopt niet. Sommige van die literaturen – de Russische, de Tsjecho-Slowaakse, de Poolse en Hongaarse – kenden vormen van verzet of undergroundbewegingen. Andere landen, zoals Joegoslavië, hadden dat niet. Die specifieke achtergrond bepaalt mede hoe de moderne literatuur in die landen eruitziet.'' Na de val van het communisme stortte die hele cultuur van verzet ineen en verdwenen de daarbij behorende waarden. De schrijvers die ervoor kozen in hun vaderland te blijven moeten de nodige littekens hebben opgelopen. ,,Je kunt je niet ongestraft steeds maar aanpassen. Je kunt je niet blijven bekeren in morele en politieke zin.''

Soms is de coherentie in hun werk dan ook ver te zoeken. ,,Als je kijkt naar wat sommigen schrijven en naar wat ze in het openbaar zeggen, is dat soms zo ambivalent dat je er hoofdpijn krijgt.'' Zo is er bijvoorbeeld een Russische schrijfster die in haar werk radicaal feministische standpunten inneemt, maar zich voor de televisie laat interviewen terwijl ze de overhemden van haar man strijkt. ,,Ze zendt compleet verschillende boodschappen uit, zodat niemand haar meer begrijpt.''

En de jongere generatie schrijvers? ,,Het lijkt erop dat het in Midden- en Oost-Europa zo traditionele huwelijk tussen literatuur en politiek eindelijk te gronde gaat. Jonge schrijvers geven er de voorkeur aan met een schone lei te beginnen en sluiten zich zo snel mogelijk aan bij wereldomvattende literaire trends. Ze zijn niet geïnteresseerd in hun recente literaire achtergrond: die achtergrond draagt het stigma van het communisme. Daardoor is er vaak sprake van `literaire ongeletterdheid' in hun werk.''

De jongere generatie heeft geen enkele moeite met de nationale labels. ,,Ze accepteren het zonder meer om Servisch of Kroatisch genoemd te worden. Joegoslavië heeft in hun belevingswereld nooit bestaan, hun geschiedenis begint na 1990. Ze willen gewoon hun boeken verkopen. Literatuur heeft, vinden ze, niets met politiek te maken. Ze weten ook nauwelijks iets van de geschiedenis van hun land, ze interesseren zich niet voor politiek. Links, rechts, goed, kwaad – alle categorieën van vroeger gooien ze op één hoop. Er zijn er twee: zij die aan politiek deden en zij die dat niet doen. Zelf behoren ze tot de laatste soort, tot degenen die zich bezighouden met Kunst met een hoofdletter.''

Waarover zij schrijven? Niet over geschiedenis, niet over taal, niet over mogelijke conflicten. Dat is in hun beleving allemaal nostalgische `Joego-stuff' en daarvan hebben ze schoon genoeg. ,,In hun ogen schrijf ik over dingen die al eeuwen geleden gebeurd zijn!'' De oorlog, ballingschap, cultuurverschillen – het behoort allemaal tot de thematiek van de jaren negentig. Dat wil voornamelijk zeggen dat het al heel lang geleden is. ,,Ach ja, die jonge schrijvers belichamen natuurlijk de nieuwe tijd. Ik woon in Amsterdam, ik schrijf in het Kroatisch, of, eerder, in het niet-bestaande Kroatisch-Bosnisch-Servisch. Door mijn boeken, die in een aantal Europese talen zijn vertaald, communiceer ik. Ik `onderhandel' als het ware met mijn Zweedse, Poolse, Kroatische en Nederlandse lezer over de betekenis van wat ik schrijf. Om die `onderhandeling van meningen' gaat het in de literatuur. Daarom draait mijn hele schrijversbestaan.''

`Ministerie van Pijn' (vertaald uit het Kroatisch door Roel Schuyt) is verschenen bij uitgeverij De Geus, €19,90