Japan: bijna geen `slechte leningen' meer

Japanse banken beginnen de last van de zogeheten `slechte leningen' af te schudden na jarenlang miljarden te hebben afgeschreven. Minister Tatsuya Ito (verantwoordelijk voor banktoezicht) verklaarde deze week dat er een ,,keerpunt'' is bereikt in de strijd tegen een probleem dat de banksector heeft geplaagd sinds de uiteenspatten van de `zeepbel' in 1990. Analisten beamen dit, maar wijzen er op dat lage winstmarges een probleem blijven, waardoor de toekomst allerminst zeker is.

De grote banken hebben het gemiddelde percentage `slechte leningen' – leningen die geheel niet worden afbetaald, danwel waar alleen rente over wordt betaald – weten terug te brengen van 8,4 procent van alle uitstaande leningen in 2002 tot slechts 2,9 procent nu. Ofwel van een bedrag van 26.800 miljard yen (200 miljard euro) in 2002 tot 7.400 miljard yen (54 miljard euro). Dit blijkt uit deze week bekendgemaakte cijfers over het boekjaar 2004, dat op 31 maart afliep. In het verleden zijn er veel vragen geweest over de betrouwbaarheid van cijfers van de banken zelf, omdat banken leningen hoger kwalificeerden dan de omstandigheden rechtvaardigden. De laatste cijfers van de banken zijn echter ,,betrouwbaar'', zegt Hironari Nozaki, bankenanalist bij zakenbank Nikko Citigroup.

Het bedrijfsresultaat (vóór de afschrijving van slechte leningen) ging voor de acht grootste banken gezamenlijk met 1,5 procent omlaag. Dit toont dat de banken qua ,,kerninkomsten'' – de winst uit leningen – in een ,,moeilijk milieu'' opereren, meent Nozaki. De marge tussen geleend en uitgeleend geld bedraagt slechts 1 procent, aldus zakenkrant Nihon Keizai Shinbun, die stelt dat Amerikaanse banken een marge van 3 procent kennen.

Japan en de VS kennen echter een ander zakenklimaat en dus kunnen deze cijfers ,,niet zomaar worden vergeleken'', stelt Nozaki. Maar dat neemt niet weg dat de Japanse situatie ,,niet goed'' is. Winstmarges staan onder druk door een felle concurrentie tussen de banken in een krimpende markt – uitstaande leningen zijn de afgelopen tien jaar met 26 procent gedaald en de rente-inkomsten met 21 procent. De lage winstmarges zorgen er tevens voor dat de banken in een zwakke positie zitten als het gaat om internationaal concurrentievermogen. Nadat Japanse banken in de jaren negentig hun internationale activiteiten hadden teruggedraaid, maken ze zich nu weer op om hun vleugels uit te slaan.

Slechts twee banken sloten het vorige jaar af met verlies: Sumitomo Mitsui (SMFG) en UFJ, dat afgelopen jaar hulp van buiten moest zoeken en dit vond bij Mitsubishi Tokyo (MTFG). Deze twee banken tonen de hoogste afschrijving van slechte leningen afgelopen jaar. MTFG kwam UFJ te hulp met een financiële injectie en zag de eigen winst met bijna 40 procent dalen, ook al reduceerde het de eigen afschrijvingen van slechte leningen tot een kwart van het bedrag van vorig jaar. In oktober van dit jaar zal MTFG fuseren met UFJ, waarvan oud-directeuren voor de rechter staan wegens het vervalsen van de boeken en verbergen van informatie voor bankinspecteurs.

Minister Ito zei woensdag dat de problemen van de banken ,,lange tijd een obstakel voor economisch herstel'' zijn geweest. Maar het is de vraag of herstel van de banken zal leiden tot een florissant economisch perspectief. Het is om te beginnen zeker ,,een voorwaarde'' voor economische bloei, zegt Nozaki, omdat het zorgt voor een betrouwbare geldstroom en vertrouwen bij de consument. Maar het is zeker ,,geen garantie'' voor herstel in andere delen van de economie.