Het paradijs van Narcissus

Stomverbaasd bekijken buitenlandse verslaggevers het verwarde Nederland. `Het land van Joseph Mengele', heeft alles aan zichzelf te wijten, blijkt uit een ernstige bloemlezing.

Altijd al gedacht: die borsten van Georgina Verbaan, daar zat meer achter. De redactie van de Rossijskaja Gazjeta heeft dat haarfijn aangevoeld. De opwinding in Nederland over de echtheid van Verbaans borsten, meldt deze Russische krant, was een politieke manipulatie van de overheid, om de aandacht af te leiden van de spanningen tussen christenen en moslims in de weken na de moord op Theo van Gogh.

Het vermakelijke stukje komt voor in Nederland op scherp, een bloemlezing van buitenlandse krantenartikelen over Nederland, aangevuld met enkele speciaal voor deze bundel door buitenlanders geschreven bijdragen. Wie, na het voorbeeld-Georgina, een vrolijke verzameling onzin verwacht die je als beterwetende Hollander glimlachend terzijde kunt schuiven, komt bedrogen uit.

Nederland op scherp bevat vooral kritisch getoonzette stukken over Nederland na de moord op Fortuyn en die op Van Gogh, waaruit ernstige zorg blijkt over de verscherping van etnische en geloofstegenstellingen in Nederland. De ernst van de journalistieke arbeid die tot de conclusies leidt, wisselt sterk van artikel tot artikel. Maar de conclusie is bijna altijd dezelfde: het gaat niet goed met Nederland. De in eigen land door velen gehuldigde stelling dat `Nederland in verwarring' is, blijkt in het buitenland volop te worden gedeeld. Als men al niet tot de meer drastische conclusie komt dat Nederland internationaal een afschuwwekkend voorbeeld is. Misschien kan dát ons, Bataven, nog tot tevredenheid strekken: toch een beetje gidsland gebleven.

Het ligt natuurlijk voor de hand om de Hollandse crisis in verband te brengen met wat, volgens de knipselmap ter redactie, vroeger de originaliteit van Nederland uitmaakte: vrije cannabisverkoop, homohuwelijk, euthanasiewetgeving, de markt voor gestolen fietsen, royale WAO-uitkeringen voor wie niet wil werken en andere libertijnse verschijnselen. Vooral angelsaksische verslaggevers hebben vaak iets van: zie je wel!

Extreem

Sommige opinies zijn zo extreem, dat ze bijna iets grappigs krijgen. De Amerikaanse columnist Bob Barr adviseert, onder de kop `In het land van Josef Mengele', zwangere vrouwen die denken dat ze een mismaakt kind krijgen, om Nederland te mijden. Je weet maar nooit met die liberale euthanasiewetgeving. Salama A. Salama van de Egyptische krant Al Ahram meldt dat Van Gogh deel uitmaakte van een extreem-rechtse partij die de moslims Nederland uit wil hebben, en eist dat de islam zich mondiaal aanpast, eerder dan islamieten een kans op integratie te geven.

Toch komt deze laatste gedachte – dat het maatschappelijk debat in Nederland de suggestie in zich draagt dat de islam als zodanig onverenigbaar wordt verklaard met de Nederlandse samenleving – ook op serieuze plaatsen voor. Neem `Politik des Ressentiments' van Ulrike Hermann, verschenen in de Duitse Tageszeitung. Voor haar zijn bij ons `de ratten uit hun holen gekomen', op een wijze die in Duitsland niet goed denkbaar zou zijn. Daar realiseert men zich namelijk wél de maatschappelijke schade die woorden (zoals het inmiddels in vele wereldtalen omgezette `geitenneuker') kunnen aanrichten.

De in Nederland veel gehoorde boutade `dat je alles moet kunnen zeggen' krijgt in het buitenland weinig handen op elkaar. De Engelse politicoloog Grahame Lock noemt Nederland `het paradijs van Narcissus': bij het ontbreken van dogma's of taboes die als een `maatschappelijk contract' zouden kunnen gelden, beschouwt iedereen zichzelf als het middelpunt van het universum en benadrukt dat door, zonder rekening te houden met anderen, voortdurend maar zijn hoogstpersoonlijke opinies uit te venten.

De politiek volgt, volgens Lock, deze neiging in het maatschappelijk debat: `Het narcisme [...] is geïnstitutionaliseerd in een eindeloze reeks juridische en politieke initiatieven. Alle recente Nederlandse regeringen en alle politieke partijen van enige omvang gaan uit van een principe van individuele hoogmoed: ieder individu wordt aangemoedigd om, in bijbelse termen, op zijn ,,eigen inzicht'' af te gaan. [...] Dit is een politiek van ,,geen taboes''.' En dan volgen ze weer: Fortuyn en Van Gogh wier voornaamste verdienste in Nederlandse ogen er, volgens Lock, uit bestond dat ze taboes doorbraken, het homohuwelijk, de euthanasiewetgeving, de opheffing van het bordeelverbod.

Er is volgens Lock, thans hoogleraar politieke theorie in Leiden en Nijmegen, nog een tweede facet aan het Nederlandse `syndroom': `de onbeperkte bureaucratisering'. `Evenals de neuroticus die duizend keer per dag zijn handen wast', kan de maatschappij `onder het politieke mom van zogenaamde ,,verantwoordelijkheid'', niet meer ophouden met het ontwikkelen van steeds geraffineerdere instrumenten om zichzelf duizend keer te meten en te controleren'. Een proces van zelfwurging, meent hij.

Dat er in Nederland iets radicaals aan de hand is, daarover zijn de auteurs het eens. Voor de Amerikaanse historicus James Kennedy – die zich eerder uitvoerig bezig hield met de cultuuromslag in de jaren zestig – is Nederland opnieuw ten prooi aan een `plotselinge, radicale en massale bekering'. De daarmee gepaard gaande paradigmaverschuivingen, meent Kennedy, vormen `een min of meer voorspelbaar resultaat van een politieke cultuur waar het verlangen naar consensus het continue debat in de weg staat. In een dergelijke cultuur worden tegengestelde visies niet tegen elkaar uitgespeeld, maar volgen ze elkaar op'.

Het bezwaar van deze radicale omwentelingen is, dat de maatschappelijke know how uit de vorige periode telkenmale als irrelevant, achterhaald of zelfs schadelijk wordt weggegooid. In de jongste omwenteling, betoogt Kennedy in zijn inaugurale rede De deugden van een gidsland lijkt de gedachte dat Nederland een gidsland is goeddeels verdwenen. `Het tot stand brengen van vrijheid en verdraagzaamheid in een wereld van geweld en godsdienstig fanatisme: kortom, van het moeras een paradijsje maken' – zo noemde in 1994 de humanist Rob Tielman nog het Nederlandse streven. Die hoop is vervlogen, constateert de nieuwe hoogleraar geschiedenis aan de Vrije Universiteit.

Leidraad

Rest de vraag: wat is dan het nieuwe paradigma, de leidende en als onomstotelijk beschouwde leidraad in het Nederlandse debat over de res publica? Zijn de paradigma's van vóór 2002 – tolerantie, openheid naar de wereld, afkeer van dogma en taboe, zakelijke benadering – definitief op de schroothoop van de geschiedenis beland, of lijkt dat maar zo?

De sleutel tot dit raadsel ligt, denk ik, toch in die merkwaardige stemming die zich in de eerste maanden van 2002, ten tijde van de opkomst van Fortuyn, meester maakte van grote delen van Nederland en waarvan de serieuze studie en beschrijving nog maar in de kinderschoenen staat. De tot een boekje bewerkte doctoraalscriptie van Clemens van Herwaarden is een waardevolle bijdrage tot die studie: op grond van aan Fortuyn gerichte fanmail concludeert hij dat Fortuyn vooreerst als een charismaticus moet worden gewaardeerd, en dat diens politieke plannen hoogstens een secundaire aantrekkingskracht vormden.

Jammer is dat Van Herwaarden de indruk wekt zelf een beetje `in Fortuyn' te zijn en dat hij ten onrechte Fortuyn als de enige charismaticus in de Nederlandse politieke geschiedenis afschildert. Dat charisma berustte – merkwaardig genoeg – sterk op een non-conformisme dat eerder aan een herleving van de jaren zestig doet denken: de geëtaleerde homoseksualiteit, de hondjes, het schelden op de zittende autoriteiten.

Maar helaas gaat Van Herwaarden nauwelijks in op de structuur en de gevoelsinhoud van Fortuyns charisma. De door hem geciteerde fanmail biedt daar nochtans alle aanleiding toe: alle brieven komen van verongelijkten. Verongelijkt was ook de overheersende toon op straat in die dagen, om over de ronduit rancuneuze houding die Fortuyn zelf al jaren aan de dag legde jegens al diegenen waarvan hij meende dat ze hem ooit hadden gedwarsboomd, nog maar te zwijgen. De stampvoetende Narcissus die zijn zin niet heeft gekregen – misschien is dat wel het nieuwe Nederlandse paradigma.

Pieter van Os (samengestelling en inleiding): Nederland op scherp. Buitenlandse beschouwingen over een stuurloos land. Bert Bakker, 253 blz. €14,95

Clemens van Herwaarden: Fortuyn. Chaos en charisma. Bert Bakker, 126 blz. €12,50

James C. Kennedy: De deugden van een gidsland. Burgerschap en democratie in Nederland. Bert Bakker, 60 blz. €8,95