Het pantervel van Roestaveli

Als rijke deelrepubliek van de Sovjet-Unie stond Georgië bekend om zijn schilders en filmmakers. Nu verkeert het in diepe crisis, blijkt ter plaatse. ,,Alles gebeurt voor je ogen. Daar moet je als kunstenaar van profiteren.''

Comment ça va, et cetera, tralala'', roept Karaman Kutateladze voordat hij zijn hoofd in mijn schoot gooit. Hij heeft zojuist het zoveelste glas rode wijn in zijn keel gegoten en zijn zoveelste toespraak beëindigd, over Kunst als Middel om een Betere Wereld te Scheppen waarin Vriendschap het belangrijkst is. ,,Wist je dat mijn grootvader bevriend was met Picasso en dat ik vijf jaar in Parijs heb gewoond?'' mompelt hij. Vandaar dat beetje Frans dus.

Samen met vijftien beeldend kunstenaars, schrijvers en musici uit Georgië, Litouwen en Nederland ben ik een week in een landhuis aan de rand van het dorp Garikula (`Uithoek'), zo'n zeventig kilometer ten zuidwesten van Tbilisi. Het huis met zijn toren en grote warandes – in 1885 gebouwd door een verbannen Poolse generaal – ligt aan een kolkend riviertje en kijkt uit op groene bergen, wijngaarden en de sneeuw van de Kaukasus. In 2002 werd het door de schilder Karaman verbouwd tot een ontmoetingscentrum voor kunstenaars. Een paar keer per jaar komen die er uit verschillende landen bijeen om aan een project te werken, dat dit keer als thema heeft: `Europe, Artists Open Your Heart as a Carpet'. Harten die zich als een oosters tapijt moeten ontrollen.

Behalve door het landschap en het tapijt moeten we ons ook laten inspireren door De ridder in het pantervel, een internationaal vermaard episch gedicht van de twaalfde-eeuwse Georgische dichter Sjota Roestaveli over de vriendschap tussen drie mannen uit verschillende culturen. Maar op een enkeling na heeft niemand dit gelezen, en gezien de maximalistische drankconsumptie van de Litouwse mannen lijken weinigen van plan dit alsnog te doen.

,,Ik hou van je'', zegt Herkus Kuncius als ik hem vraag naar het literaire leven in Litouwen. De veertig jaar oude postmodernist is een van de beroemdste schrijvers van zijn land. Met zijn nihilistische romans en toneelstukken schiet hij het liefst alle heilige huisjes omver. Dronkenschap, Gargantuesk vreten, rauwe seks zonder liefde, poep en pis zijn terugkerende elementen in zijn werk. ,,Litouwen is vooral een land van dichters'', fluistert hij. ,,Er zijn maar zo'n tien serieuze schrijvers zoals ik. Jaarlijks publiceer ik een roman, in een oplage van 1.000 à 1.500 exemplaren.'' Het is zo ongeveer het laatste wat hij tegen me zal willen zeggen.

,,Vorig jaar discussieerden we in Vilnius met Nederlandse en Litouwse kunstenaars over de toekomst van hun beroepspraktijk en het kunstvakonderwijs'', zegt Bert Holvast, directeur van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen. ,,Het was zo'n succes dat Tbilisi ons uitnodigde voor een vervolg.'' Op verzoek van de European Council of Artists organiseerde hij deze `culturele expeditie', die dit keer wordt voorafgegaan door een kunstenaarsworkshop op een mooie locatie.

Als twee dorpsmusici binnenkomen, een magere trommelaar en een kleine, dikke accordeonist, zwijgt het gezelschap. De accordeon golft op de buik van zijn bespeler. Zijn worstenvingertjes lijken vergroeid met de toetsen. Nadat ze een uur onafgebroken hebben gespeeld en gezongen nodigen ze de Nederlandse sopraan Henriette Schenk uit met hen mee te doen. ,,Wat moeten we spelen?'' vragen ze. ,,Les Feuilles Mortes'', antwoordt de sopraan, waarop ze de melodie voorzingt. De accordeonist zuigt dit niet eerder gehoorde lied op en speelt het even later alsof het tot zijn vaste repertoire behoort.

Schuilkelder

Anders dan Schenk en de Litouwse vertolker van volksmuziek Giedrius Svilainis doet de Georgische rockgitarist Lado Boerdoeli niet mee. Hij heeft het te druk met zijn ideaal: ,,In Tbilisi wil ik een voormalige schuilkelder van een kilometer lang tot een club verbouwen met alleen maar goede muziek en goede dj's. Op de Kaukasus kun je nu alleen maar voor veel geld slechte muziek horen in clubs vol maffiosi.''

De volgende ochtend is er geen warm water in de houtgestookte douche. De helft van de groep zit daarom met een glas tsjatsja – `druivenwodka', met 50 procent alcohol – aan het ontbijt. Onder de Nederlandse deelnemers suddert de wanhoop. Beeldend kunstenares Rienke Enghardt heeft er genoeg van en stelt na de lunch dwingend voor aan het werk te gaan. ,,Als we zo doorgaan, gebeurt er hier de komende dagen niets'', zegt ze. Rienke heeft uitgebreide ervaring met het verbroederen der volken dankzij de reizende kunstshows die ze in voormalige oorlogsgebieden in Afrika, Vietnam en op de Balkan organiseert. In Garikula wil ze haar vliegerproject uitvoeren: het laten beschilderen van haar twaalf meter lange Sanjo-vlieger. Even later verenigen enkele kunstenaars zich voor de witte lap die zij aan de muur in de grote zaal heeft bevestigd.

De prominente Litouwse schilder Arunas Vaitkunas – de enige die De ridder in het pantervel kan dromen – gaat de vlieger samen met de Georgische vormgever Archill Turmanidze beschilderen. De Litouwse textielkunstenares Severija Incirauskaite belooft een wollen staartstuk te maken. En de drie musici besluiten tijdens het vliegeren Nederlandse, Georgische en Litouwse volksliederen te laten weerklinken, begeleid door panfluiten, trommels en gitaar. De in Nederland wonende Turkse kunstenaar Servet Kocyigit zal alles met de camera vastleggen en er een videomontage van maken. Die film moet tijdens ons slotoptreden in het conservatorium van Tbilisi worden vertoond, in aanwezigheid van Sandra Saakasjvili, de vrouw van de president.

Halverwege het diner komt er een oudere Georgische kunstenaar binnen, Ilja Zautasjvili. Niemand kent hem, maar hij wordt toegesproken alsof hij Stalin zelf is. Als hij genoeg gedronken en gespeecht heeft, laat hij een van de hoogtepunten uit zijn oeuvre op dvd zien: een vrouwenhand die onder begeleiding van oriëntaalse muziek in een koffertje een bijbel en een pistool schikt wordt afgewisseld door het onderlijf van een masturberende vrouw. Iedereen verstijft. ,,Nou, wat vinden jullie?'' vraagt Ilja trots. ,,Mooi'', zegt een enkeling beleefd. De meesten lopen nu zwijgend naar hun kamer.

,,Dit is de meest gore, commerciële kunst die er bestaat'', zegt Servet de volgende ochtend voor het washok. ,,Alleen maar bedoeld om op te vallen en geld te verdienen.'' Servet neemt in september deel aan de Biënnale van Istanbul en komt op voor de wereld waar hij vandaan komt.

De achttienjarige Otar Magarasjvili, een jonge schrijver die in Amerika op school heeft gezeten, moet niets hebben van de dronkelappen om hem heen. ,,Virginia Woolf is mijn held'', zegt hij. ,,In Amerika heb ik al haar boeken gelezen. Maar hier is geen Engels boek te krijgen. Ze zijn veel te duur en in de bibliotheken kun je ze niet vinden.'' De tweehonderd bibliotheken in Georgië krijgen jaarlijks in totaal maar 20.000 lari voor de aanschaf van nieuwe boeken. Honderd lari per filiaal dus. Goed voor hoogstens vier boeken.

Hamer en vijzel

De hele ochtend is Arunas bezig verf te maken door met een hamer en een vijzel stukken rots te vergruizelen en fijn te malen. Archill staat hem bij. ,,Ik voel me net een derde arm van Arunas'', zegt hij trots.

Na de lunch beschildert Arunas de vlieger. Met een bezem en een latexkwast strijkt hij over het vliegerdoek dat tegen een middeleeuwse muur in de tuin wordt gehouden. Patronen van de steenformaties worden zichtbaar. Otar draagt een lofzang op Garikula voor. De musici zingen drietalig en driestemmig `Aan de Amsterdamse grachten' gevolgd door een Litouws volkslied. Als Bert Holvast even later van een wandeling terugkeert, zegt hij: ,,Aan de overkant van de rivier kon je het horen. Dorpelingen zongen mee.'' De vlieger is dan al veranderd in een pantervel, het pantervel van Roestaveli.

Ook de Litouwse kunstcritica Karolina Jakaite is blij dat er eindelijk iets gebeurt. Tijdens het eten vertelt ze over de moeilijke positie van de kunst in haar geboorteland: ,,In de tijd van de Sovjet-Unie kochten staatscommissies kunst in galeries en borgen die op in depots. Niemand kreeg die kunst hierna nog te zien. Maar na de onafhankelijkheid had de regering geen geld voor cultuur en werd er niets meer aangekocht. Veel kunst verdween naar het buitenland. Nu pas is de overheid bezig een museum voor moderne kunst op te richten.''

Litouwen is inmiddels lid van de EU en beleeft een economische boom, dus dat museum komt er heus wel. Het lot van Georgië is dramatischer. Het voormalig pronkstuk van de Sovjet-Unie spartelt sinds zijn onafhankelijkheid in 1991 in de goot. Het land is straatarm en het ziet er niet naar uit dat de problemen snel worden opgelost. Archill kijkt dan ook met weemoed terug naar de sovjettijd. ,,Toen was er geld om te reizen. Zo ben ik zelf naar Istanbul en Damascus geweest, dat heeft me enorm geïnspireerd. Nu zou ik graag eens naar Berlijn gaan om daar met andere kunstenaars in contact te komen, maar ik vrees dat dit er nooit van zal komen.''

De volgende ochtend wordt de vlieger opgelaten. Herkus slaapt zijn roes uit, maar verder trekt bijna iedereen naar de top van de berg aan de overkant van de rivier. Op de graat beginnen de musici met hun optreden. Eerst klinkt de Italiaanse aria antique `Caro Mio Ben', terwijl Arunas het laatste witte vlak in de vliegerkop zwart maakt. Als de aria is afgelopen laat iedereen de vlieger los, die onmiddellijk door de wind wordt ontvoerd. ,,Meer touw'', roept vliegeraar Rienke streng. De vlieger klimt naar de hemel. De panter boezemt schrik in. Iedereen is ontroerd. Arunas zit in het gras en kijkt naar de hemel. ,,Hiervoor ben ik naar Georgië gekomen'', zegt hij.

De Litouwse Karolina en Severija beginnen hierna met het maken van het wollen kleed, waarvoor Archill een Georgisch logo heeft ontworpen. Tot laat in de avond wordt doorgewerkt. Daarna begint het grote zuipen weer, onder leiding van porno-Ilja en de Litouwse mannen. Tot diep in de nacht galmen hun heildronken door de gangen.

Op de laatste dag van ons verblijf wordt de wol van het tapijt met heet water en zeepsop aangestampt, onder begeleiding van de kikkers en de nachtegalen. En dan rijdt er een bus met zo'n vijftig cultuurapparatsjiki en excentriek geklede kunstenaars – als Palestijn, cowboyvrouw, tweelingbroer van Wagner – het terrein op voor een lunch in de open lucht. Er ploft een gerenommeerde kunstcriticus uit Vilnius naast me neer. Hij is speciaal voor dit festijn overgekomen. Ook hij houdt van lange toespraken, net als de bejaarde Georgische schrijver met de witte manen, de sinterklaasbaard en de baret, die bekent dat het zo zwaar is om als nationale beroemdheid een nieuw boek te schrijven en daardoor op te vallen. Er wordt geschreeuwd en gedronken, gespeecht op Bush, op Europa, en natuurlijk op de Kunst, de Vriendschap en de Liefde. Karaman zegt spottend: ,,Comment ça va, et cetera, tralala.''

De twee Georgische organisatoren, George Kipiani en Manana Doembadze, manifesteren zich als de keizer en keizerin van de Georgische cultuur. George, 140 kilo zwaar, is vice-voorzitter van de Bond van Architecten; Manana, klein, hooggehakt, met opgestuwde boezem en bordeaux kleurspoeling, is behalve de dochter van de beroemdste Georgische schrijver ook secretaris van de Raad van Creatieve Bonden van Georgië. Ze heeft haar gepensioneerde man bij zich: een kopie van de oudere Clint Eastwood, met cowboyriem, laarzen en strakke spijkerbroek. ,,Laat ons drinken op de Kunst'', roept hij alsof het een doodvonnis is.

Aan het eind van de avond reizen we gezamenlijk terug naar Tbilisi, een Potemkin-stad op de Kaukasus. De hoofdstraten zijn vanwege het bezoek van president Bush opnieuw geasfalteerd, de huizen hebben een lik verf gekregen. Het heeft vele miljoenen euro's gekost, terwijl voor de dorpen die de afgelopen maand door de zware regenval zijn verwoest geen geld over is.

In de zijstraten van de Roestaveli-boulevard overheerst het verval. Te midden daarvan staat het Huis van de Schrijversbond, eens een fraai Art Nouveau-gebouw. Daar worden we de volgende ochtend ontvangen door zo'n vijftig schrijvers, dichters, musici en beeldend kunstenaars. Van ons verlangen ze oplossingen voor hun penibele situatie. Na een officieel welkom houdt porno-Ilja een rede waarin hij vooral zijn eigen rol in Garikula en die van Manana prijst. Vervolgens neemt Zaza Gachechiladze, hoofdredacteur van een Engelstalige Georgische krant, het woord. Hij is pessimistisch over de ontwikkelingen in de kunst sinds Georgië een democratie is, al vindt hij vrijheid natuurlijk een schone zaak. ,,De situatie in de kunstwereld is desastreus'', zegt hij. ,,Overal moeten kunstenaars hun werk op straat verkopen om rond te komen.'' Maar het grootste probleem is volgens hem het gebrek aan liquide middelen van de Schrijversbond. ,,Het parlement heeft de Bond 400.000 lari (180.000 euro) toegewezen'', zegt hij. ,,We hebben daar nog niets van gezien.'' De Bond telt 470 leden, die ieder maandelijks zo'n 200 lari moeten krijgen, de helft van het bestaansminimum. Otar is verontwaardigd over die vanzelfsprekende uitkering: ,,Sommigen hebben al in geen veertig jaar iets geschreven. Alleen hun lidmaatschap verschaft ze nog geld en status.''

Een paar straten verderop gloort de hoop in het Kaukasushuis, een organisatie die de etnische culturen van alle Kaukasische volkeren bestudeert. Tentoonstellingen, vertalingen van elkaars belangrijkste literaire werken, symposia en concerten moeten de door burgeroorlog en etnische zuiveringen verstoorde verhoudingen tussen de diverse volken in Georgië verbeteren. Mensenrechten, religieuze en etnische tolerantie zijn hier vanzelfsprekend. ,,Wij doen hier wat de staat zou moeten doen'', zegt Naira Gelasjvili, de schrijfster die het Kaukasushuis leidt. ,,De taal van de politiek vervreemdt de volkeren op de Kaukasus van elkaar, maar de taal van de kunst verenigt hen. Wij vertellen wat er werkelijk is gebeurd, wie Stalin echt was, wie de burgeroorlog in de jaren negentig begon.'' Naira Gelasjvili is voor niets en niemand bang. ,,Door tegenstanders, voornamelijk leden van de Schrijversbond, worden we regelmatig bedreigd'', zegt ze met een kom-maar-op-blik. ,,Zij noemen ons het anti-Georgische Huis.''

Geen vuilnis

Ook de Media Art Farm, een centrum voor jonge kunstenaars op een kilometer afstand van de Schrijversbond, wordt tegengewerkt door de oude garde. ,,De Kunstenaarsbond is zeer conservatief'', zegt Sophia Tabatadze. Van deze aan de Rietveld Academie opgeleide kunstenares is enkele dagen geleden een tentoonstelling geopend in de prestigieuze Blauwe Galerie. ,,De directie was tegen mijn installatie – twee gangen met portretfoto's van beroemde, oude Georgiërs, die door een paradepodium met elkaar worden verbonden. Met die brug wilde ik het mooie van onze mentaliteit met het lelijke verbinden. Privé is bij ons tenslotte alles mooi, terwijl het openbare wordt verwaarloosd. Een deel van de ruimte had ik volgestort met vuilnis, om het contrast te versterken. Een dag voor de opening is dit weggehaald, zogenaamd door een schoonmaakster. Ze beschuldigen me nu van nestbevuiling.'' Ze is echter niet van plan het land te verlaten. ,,Georgië bevindt zich in een overgangsperiode. Alles gebeurt voor je ogen. Daar moet je als kunstenaar van profiteren.''

Even later begint in het Schrijvershuis de slotconferentie. De zaal stroomt vol met kunstenaars die willen weten wat wij van het artistieke klimaat in Tbilisi vinden. Maar George en Manana, die het debat zullen leiden, zijn nergens te bekennen, evenmin als de Litouwse en Nederlandse delegaties. Als ik na twee uur voor de zoveelste keer vraag waar iedereen is, wordt er eindelijk gebeld. Het blijkt nu dat bij een bezoek aan een kunstproject in een kinderopvanghuis de 48-jarige vliegerschilder Arunas aan een hartaanval is bezweken. Icarus is neergestort. De Litouwers zijn in shock. ,,Hij heeft twee uur in een smoezelig straatje gelegen voor hij werd afgevoerd'', zegt Holvast via de telefoon.

Het slotconcert en het banket worden afgelast, tot teleurstelling van Manana en George die juist zo naar een feestje hadden uitgekeken.

's Avonds zitten we bij elkaar in het hotel. De Litouwers bidden. Heildronken zijn er niet, alcohol wordt met mate geschonken. Grote woorden bestaan ineens niet meer. ,,Arunas ligt in een soort lijkenstal bij het station'', zegt Holvast vermoeid na zijn terugkeer uit het `mortuarium'. ,,Een garage zonder dak, zonder koelinstallatie.'' In wat voor een land zijn we in godsnaam terechtgekomen?

Aan het slot van die avond wordt besloten dat de vlieger niet in Georgië blijft, maar naar Litouwen wordt gebracht. ,,We gaan een grote tentoonstelling met Arunas' werk organiseren'', zegt Karolina. ,,De vlieger zal er het hoogtepunt zijn. Het is het laatste wat hij heeft gemaakt.''