`Er komen geen nieuwe verbouwingen'

Minister Van der Hoeven en staatssecretaris Rutte zijn het over alles eens. Dat het onderwijs in de ROC's zich op de praktijk moet richten. En dat competentie-gericht onderwijs is doorgeslagen.

Stralend zitten ze naast elkaar, de twee bewindslieden van het ministerie van Onderwijs. Staatssecretaris Mark Rutte: ,,We kunnen het goed met elkaar vinden.'' Minister Maria van der Hoeven: ,,Ja!'' Rutte: ,,En we zijn het ook nog altijd met elkaar eens!''

De kans dat zich in de Haagse Hoftoren opnieuw een paleisdrama zal voordoen, lijkt gering. Een jaar geleden volgde VVD'er Rutte onverwacht zijn partijgenote Annette Nijs op, nadat zij in een interview had gemeld dat haar relatie met Van der Hoeven voor verbetering vatbaar was. Nijs keert binnenkort terug naar de Tweede Kamer.

De bewindslieden hebben het onderwijs verdeeld. Minister Van der Hoeven is verantwoordelijk voor het primair en voortgezet onderwijs, staatssecretaris Rutte doet het hoger onderwijs en het beroepsonderwijs.

De zogenoemde ,,beroepskolom'' raakt beide portefeuilles: het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) valt onder Van der Hoeven, middelbaar (mbo) en hoger beroepsonderwijs (hbo) onder Rutte. Alle betrokkenen zijn het er over eens dat het voor de Nederlandse economie essentieel is dat deze drie onderwijssectoren goed op elkaar aansluiten. En ze zijn het er ook over eens dat dat nu niet het geval is.

Laten we beginnen met het vmbo. Sinds de oprichting in 1999 is er kritiek dat deze schoolsoort te weinig praktijkgericht is. Pas onlangs kwam het ministerie met een bijstelling in die richting. Waarom kwam deze zo laat?

Van der Hoeven: ,,We hebben al drie keer eerder ingegrepen in het vmbo. We hebben de leerwerktrajecten ingevoerd, praktijkexamens toegevoegd en de basisvorming afgeschaft. We zijn heel nuchter: als iets niet werkt, weg ermee.''

Hervormingen veroorzaken veel onrust, zeker als ze een paar later weer worden teruggedraaid. Wat staat het vmbo nog meer te wachten?

Van der Hoeven: ,,De plannen die er nu liggen voor het vmbo zijn vrij definitief. Vanaf nu komen er geen nieuwe verbouwingen meer. Dit moet het zijn voor de komende tien à vijftien jaar. Hoewel... ik natuurlijk niet kan spreken voor mijn opvolgers. Maar wat mij betreft geldt: afblijven van die handel.''

Een van de grote problemen van het mbo is hoge uitval: teveel leerlingen verlaten voortijdig en zonder diploma de opleiding. Waarom is die uitval in Nederland zoveel hoger dan elders in Europa?

Rutte: ,,We zien drie grote oorzaken. Leerlingen worden bij binnenkomst in het mbo vaak op een te laag niveau gezet, dan worden ze niet geprikkeld. We willen Regionale Opleidingen Centra [ROC's, de instellingen waar mbo wordt verzorgd] gaan dwingen om afwijzingen te beargumenteren. Hun toelatingsbeleid is te streng, dat moet ruimer. Ook gaat veel intellectueel potentieel verborgen onder sociale problemen. Met name allochtone jongeren moeten thuis tot rust komen. Als dat eenmaal gebeurt, kunnen ze in veel gevallen de sprong maken naar mbo 4-niveau. Tenslotte is er de `groenpluk', werkgevers die in tijden van schaarse arbeid leerlingen van school halen. Als de economie zometeen weer aantrekt, gaat dat weer spelen.''

Volgens de Lissabon-ambities moet Nederland in 2010 vijftig procent minder schoolverlaters hebben dan in 2000. Is dat wel een reële ambitie?

Van der Hoeven: ,,Het wordt een hele hijs, maar we gaan het wel doen. Het gaat niet zozeer om het halen van die cijfers, maar om het resultaat. Ik bedoel: het moet niet zo zijn dat al jongeren zometeen wel een startkwalificatie hebben, maar geen baan. Het gaat er om dat mensen niet tussen wal en schip vallen.''

Volgens mbo-docenten sluit het mbo slecht aan op de praktijk van de arbeidsmarkt. Ook het bedrijfsleven klaagt hierover.

Rutte: ,,Het mbo is carbonpapier: het bedrijfsleven bepaalt het onderwijs. Dat gebeurt in de negentien kenniscentra, waar bedrijfsleven en beroepsonderwijs per bedrijfstak samenkomen. Mijn probleem met die kenniscentra is dat er teveel grijze pakken zitten, vergadertijgers. Het zouden mensen in overalls moeten zijn, met vieze handen van een klus die ze die ochtend hebben gedaan, met inzicht in het vakgebied. Maar dat ligt aan het bedrijfsleven zelf: ze vaardigen de verkeerde mensen af.''

Van der Hoeven: ,,Het bedrijfsleven moet ook meer stageplaatsen beschikbaar stellen. Dat tekort is nu een groot probleem in het mbo, vooral voor allochtone jongeren. Het is kortzichtig om stageplaatsen in te trekken als het economisch even wat minder gaat.''

In het hbo speelt opeens een debat over de waarde van competentiegericht onderwijs, waarbij de nadruk ligt op het aanleren van vaardigheden. U laat zich daar kritisch over uit, maar is dat wel uw taak?

Rutte: ,,Mijn voorgangers waren altijd erg huiverig om zich uit te spreken over onderwijsinhoudelijke vernieuwingen. Ik heb dat minder. Ik krijg toenemende signalen van docenten en studenten in het hbo dat het onderwijs dreigt door te slaan richting ontplooiing, ten koste van kennisvergaring. Daar heb ik onlangs in een debat voor gewaarschuwd. Ik ben niet tegen competentiegericht onderwijs, ik vind alleen dat we niet moeten doorslaan.''

Van der Hoeven: ,,Wij vellen geen oordeel over de onderwijsvernieuwing an sich, maar over het resultaat dat die vernieuwing oplevert. De output klopt niet, het hbo-niveau wordt lang niet altijd gehaald. Ik constateer bijvoorbeeld dat de verhouding tussen kennis en vaardigheden op de pabo's [lerarenopleiding voor het basisonderwijs, -red.] nu niet goed is. De vakkennis van afgestudeerden is onvoldoende, het onderwijs in rekenen en taal moet beter.''

Rutte: ,,Ik ben geschrokken omdat dit probleem veel breder is dan de pabo's.''

Van der Hoeven: ,,We gaan de accreditatie, de kwaliteitskeuring, van opleidingen evalueren. Die is nu erg gericht op het proces, en te weinig op het resultaat.''