Een nieuwe Gouden Eeuw

Als het ontwerp-Liberaal Manifest van de VVD komend weekeinde wordt goedgekeurd, dan staat de kunst in Nederland een nieuwe Gouden Eeuw te wachten. De politiek zou daarbij meer op afstand moeten staan.

Echt verbaasd is Geert Dales niet. Maar buiten de VVD en in de kunstwereld had er wel meer aandacht mogen zijn voor het toch opzienbarende voorstel in het ontwerp-Liberaal Manifest om het budget voor kunst en cultuur te brengen van iets meer dan een half procent op één procent van de rijksbegroting. Als het ontwerp dit weekeinde door de VVD op een congres in Groningen wordt goedgekeurd, ontstaat er een parlementaire meerderheid om de kunstbegroting te verhogen van 744 miljoen euro tot bijna anderhalf miljard euro.

Geert Dales, burgemeester van Leeuwarden en voorzitter van de commissie die een nieuw beginselprogramma voor de VVD opstelde, zag begin dit jaar wel aankomen dat controversiële voorstellen over een vlaktaks, een ministerie van Veiligheid en ingrijpen in de vrijheid van onderwijs veel meer publiciteit, bijval of tegenspraak zouden krijgen. Daarom nam Dales een sprong voorwaarts en liet hij het voorstel aan de VVD om het kunstbudget fors te verhogen zelf lekken. Dat gebeurde een week voor de officiële presentatie van het concept-Liberaal Manifest.

Dankzij het `lek' kwam in februari het voorstel tot verdubbeling van de kunstbegroting tot één procent van de rijksbegroting op de voorpagina van deze krant als opmerkelijk nieuws. De VVD lijkt op weg naar het omarmen van een idee dat vroeger gold als typisch `links', ontstaan in de late jaren zestig en de revolutionaire tijd van `de verbeelding aan de macht'.

Omgekeerd is er nu binnen de PvdA een beweging naar meer waardering voor private initiatieven. Fractievoorzitter Wouter Bos vertolkte vorige maand in deze krant bijna het traditionele VVD-standpunt: ,,Subsidie krijgen is relatief gemakkelijk: je vult een aantal formulieren in en daarna hoef je je nauwelijks meer te verantwoorden. Dat werkt luiheid in de hand.''

Het voorstel van Dales strookt met de opvattingen van PvdA en D66, die al langer pleiten voor één procent. Van de grote partijen is alleen het CDA tegen een vast percentage voor kunst. Boris Dittrich zette zich eerder bij kabinetsonderhandelingen tevergeefs in voor een fors hoger kunstbudget en nam de verhoging tot één procent onlangs weer op in zijn pamflet Op weg naar nieuwe solidariteit.

Marktmechanisme

Dales verwoordt zijn pleidooi voor een hoger kunstbudget op een meer liberale wijze. De staat heeft volgens hem op het gebied van de kunst een bescheiden verantwoordelijkheid: ,,Het overgrote deel van het kunst- en cultuurleven wordt gerealiseerd door particulier initiatief en gefinancierd door het marktmechanisme.'' Maar de overblijvende verantwoordelijkheid van de staat moet volgens Dales juist goed en genereus worden uitgevoerd en daarvoor moet veel meer geld worden vrijgemaakt.

Dales spreekt op utopische wijze over een ,,nieuwe Gouden Eeuw''. Hij herinnert aan kunstzinnige hoogtepunten uit het verleden als Rembrandt en Frans Hals en de schitterende architectuur van de Amsterdamse grachten. En hij zegt dat ,,onze prestaties van nu de trots van toekomstige generaties moeten zijn''.

In de motivatie van een substantieel staatsaandeel in de financiering van de kunst staat in het VVD-voorstel zelfs een grote maatschappelijke betrokkenheid voorop: ,,Een bloeiend, divers en kwalitatief hoogstaand kunstaanbod kan in sterke mate bijdragen aan het maatschappelijk welzijn en de sociale cohesie.''

Over die erkenning binnen de VVD van de hechte verbinding tussen kunstwereld en samenleving bleef het geheel stil in het politieke en maatschappelijke debat. Dat was verwonderlijk, want de binnen de VVD bepleite verhoging van het kunstbudget staat haaks op het aanvankelijke beleid van het kabinet-Balkenende II. Dat wilde, met instemming van de VVD juist bezuinigen op kunst en cultuur.

,,Buiten de VVD bleef het inderdaad stil, maar binnen de VVD is wel druk gediscussieerd over het voorstel'', zegt Geert Dales. ,,Er zijn allerlei amendementen ingediend. Sommige afdelingen willen geen percentage vastleggen omdat we dat voor onderwijs, defensie en andere beleidsterreinen ook niet doen. Anderen gaat ons voorstel juist niet ver genoeg. De afdeling Den Haag vindt de tekst over het kunstbeleid te bescheiden. Kunst en cultuur zijn volgens Den Haag altijd afhankelijk geweest van het mecenaat van de overheid. En heel terecht is de constatering: `Kunst en cultuur behoren, net als onderwijs en wetenschap, tot de kernwaarden van de moderne samenleving.'

Dales: ,,Dat soort meningen leeft bij meer VVD-afdelingen. Aan de andere kant wil Stef Blok, fractiewoordvoerder voor financiën, de subsidies op de podiumkunsten afschaffen en de markt zijn werk laten doen. Hij zegt: `Als cultuur broodnodig is, behandel cultuur dan ook als brood.' Hij wil niet de makers van kunst subsidiëren, alleen de minima die bezoek aan het theater of de concertzaal niet kunnen betalen. Dat vind ik een heel beperkte redenering. Kortom, er is een wisselend beeld binnen de VVD.''

Een sterke en gemotiveerde medestander heeft Geert Dales in Jozias van Aartsen. De VVD-fractievoorzitter citeert met instemming het antwoord van Dales op een aantal amendementen. ,,Het stuk moet ook worden gezien als een poging om de VVD te verlossen van het onverdiende imago dat de partij onvoldoende oog heeft voor de betekenis van kunsten, niet alleen vanwege het intrinsieke belang, ook vanwege de maatschappelijke functie.''

Van Aartsen vervolgt: ,,Ik was persoonlijk erg gelukkig met dit voorstel. Sommigen menen dat we met een verhoging van het kunstbudget het VVD-idee van lastenverlichting het raam uit zouden gooien. Integendeel, het ontwerp-Liberaal Manifest bepleit juist lastenverlichting. Maar het stuk van de commissie-Dales maakt ook duidelijk dat de financiering van kunst en cultuur onmogelijk alleen is op te brengen door particuliere bronnen, privaat mecenaat en consumenten.''

Boris Dittrich is ,,aangenaam verrast'' door het ontwerp-Liberaal Manifest. ,,Dit is revolutionair voor de VVD. Je ziet de hand van Geert Dales, de voormalige kunstpaus van Amsterdam. Hij was daar als directeur van het Holland Festival en het Fonds voor de Beeldende Kunsten. Het hangt ervan af welke partijen gaan regeren in de volgende periode, maar er komt meer aandacht voor kunst en cultuur.''

Veel verder wil Dittrich niet gaan in zijn optimisme. ,,Het gekke is dat het kunstbudget niet naar één procent ging toen het economisch goed ging en PvdA en D66 in het kabinet zaten. Bij Paars II hebben Melkert en ik het voorgesteld, maar Kok vond het te veel van het goede en de VVD wilde al helemaal niet. Rick van der Ploeg, die staatssecretaris van Cultuur zou worden, heeft toen niet doorgepakt. Er kwam slechts 50 miljoen gulden structureel bij, dat had veel meer kunnen zijn.

,,Toen het vervolgens economisch slecht ging, heb ik bij de onderhandelingen voor Balkenende II niet één procent voorgesteld, maar wel een verhoging. Het CDA reageerde lauw, de VVD was mordicus tegen. Tot de een na laatste dag is de cultuur buiten de bezuinigingen gehouden. Maar toen dwong Zalm af dat op cultuur 19 miljoen structureel werd bezuinigd. Vanuit de Kamer hebben we daar nog 10 miljoen afgehaald en er is wat binnen de begroting geschoven. Uiteindelijk is op de 50 miljoen die er ooit bijkwam 6 miljoen per jaar bezuinigd. Dus het leed is te overzien.'' Medy van der Laan, de D66-staatssecretaris van Cultuur, komt na een bijtelling van 20 miljoen voor de film en een incidentele uitgave van 20 miljoen voor monumenten tot de conclusie dat er sprake is van ,,een forse investering in cultuur''.

Prijskaartje

Dittrich is blij dat Van Aartsen nu pleit voor één procent. ,,Van Aartsen en Dales zijn verlichte geesten. Maar eigenlijk moet Zalm erachter staan. In onderhandelingskamers gebeuren dingen die haaks staan op zulke mooie paragrafen. Bij Balkenende I had de LPF geen woord over cultuurbeleid. Ik wilde beslist een passage over cultuur en sport. Het heeft een halve dag vergaderen gekost om een paar zinnen te formuleren, omdat Zalm bang was dat daar weer een prijskaartje aan hing.''

Jozias van Aartsen neemt hier Gerrit Zalm in bescherming. ,,Hij heeft pas in de Voorjaarsnota de Bibliotheca Philosophica Hermetica van Ritman aangekocht, voor 19 miljoen euro. En Zalm gaf in 1998 ook toestemming voor de aankoop van van het schilderij Victory Boogie Woogie van Mondriaan voor tachtig miljoen gulden. Die ophef daarover vond ik heel kruidenierderig, ook al ben ik zelf geen groot bewonderaar van die fase van Mondriaan. Maar de schoonheid daarvan is een algemeen erkend gegeven.''

Dales herinnert eraan dat Zalm een perspectief heeft geschetst met meer begrotingsruimte, waarmee hij goede hoop heeft gegeven op daadwerkelijke realisering van een hoger kunstbudget.

Van Aartsen wil bij de VVD op het gebied van kunst en cultuur meer elan. ,,We hebben in Nederland niet de instelling dat cultuur in het hart van de samenleving staat. Cultuur is er naast een heleboel andere dingen óók nog. En we denken calvinistisch dat het nut moet hebben. Maar het enige dat daar telt is kwaliteit, het is dus l'art pour l'art. Dat is overigens een heel persoonlijke kijk, die ik mag hebben als fractievoorzitter.''

Meer consensus

Het adopteren van de één procent-norm door de VVD zou in de kunstpolitiek meer consensus brengen tussen de Nederlandse partijen. De negentiende-eeuwse `Thorbecke-doctrine' blijft onomstreden: `De staat is geen oordelaar van kunst'. Van Aartsen, erfgenaam van de liberale voorman Thorbecke, ergert zich dan ook aan de wisselvalligheden in het kunstbeleid. Van kabinet tot kabinet veranderen de opvattingen over welke kant het op moet en wat meer en minder moet worden gesubsidieerd. Van Aartsen ziet de cultuur graag op de lange termijn, net als ooit de door hem bewonderde Franse cultuurminister Malraux, omdat het daar toch vooral om vaste waarden gaat, om de identiteit van ons land die we naar binnen en naar buiten willen uitdragen.

Zelfs het wereldberoemde Koninklijk Concertgebouworkest, door Van der Ploeg nog verheven tot `boegbeeld van de Nederlandse cultuur', moet elke vier jaar zijn bestaansrecht opnieuw bewijzen. Door het huidige kabinet met CDA, VVD en D66 en door de gemeente Amsterdam wordt er nu 515.000 euro per jaar op het Concertgebouworkest bezuinigd. Van Aartsen: ,,Dat is niet goed, daar zal ik voortaan op letten.''

Ook de realisering van de utopie van één procent van de rijksbegroting voor kunst zal geen eind maken aan de discussie over de hoogte en de besteding daarvan. Hoe meer geld daar naartoe gaat, des te meer maatschappelijk debat er zal volgen. Alle grote partijen hebben inmiddels genoeg van de lobby's die om de vier jaar de kunstsubsidiëring willen beïnvloeden. De politiek zou meer op afstand moeten staan. Maar zolang de politiek verantwoordelijkheid heeft voor het uitgeven van belastinggeld, zal het blijven wringen. En waarom zouden kunstenaars niet voor zichzelf mogen pleiten?