De plaats van wonderwapens

Kunstenares Franka Hörnschemeyer houdt zich bezig met historisch beladen plaatsen, zoals de lanceerbasis van Hitlers V-wapens in Peenemünde.

Gescheurde gordijnen wapperen onheilspellend voor een gebroken ruit. Rafels versleten stof bewegen op de wind, op de achtergrond rommelend geluid van regen. Het gebouw ademt hol en wanhopig zijn geschiedenis. Gordijnen komen tot leven als een gezicht met groeven.

Deze korte videofilm VKN-lager 305, een loop, is gemaakt door de Duitse kunstenaar Franka Hörnschemeyer (1958). De gordijnresten hangen in een vervallen bioskoop/theater dat stamt uit de nazi-tijd. Het gebouw staat in een `Sperrgebiet' (verboden toegang) aan de Oostzee, provincie Usedom, op een kilometersgroot terrein. In de Tweede Wereldoorlog was hier, in Peenemünde, een raketbasis van de nazi's gevestigd en werd er een begin gemaakt met onze hedendaagse ruimtevaart. Onder de werknemers bevonden zich zowel ingenieurs als gedetineerden uit concentratiekampen, vooral Nederlanders, Belgen en Fransen.

Als ik samen met Hörnschemeyer het gebouw bezoek in het verlaten bos, moet ik uitkijken waar ik loop. Het plafond buigt door, af en toe komt er iets naar beneden. Het ruikt er naar stof en klaslokalen, verrot hout. In het gangpad liggen bioscoopstoelen in een plas water. Sommige muren zijn beklad. Vrijwel niemand komt hier, al schijnen jonge nazi's zich er in het geheim te verzamelen op verjaardagen van hun helden.

De in Berlijn wonende Hörnschemeyer stuitte per toeval op dit gebied en raakte zo geïntrigeerd dat ze zich de afgelopen vier jaar met Peenemünde bezighield. Ze deed research in archieven in München, wandelde met voormalig militairen en historici over het terrein om de vervallen resten in kaart te brengen. Ze maakte in het verboden gebied foto's van de beschadigde gebouwen met namen als Prüfstand VII, Lager Versuchskommando Nord en Flüssigsauerstofanlage – in alle mogelijke seizoenen.

Hörnschemeyer houdt zich als kunstenaar al jaren bezig met de geschiedenis van een plaats, de beperkingen en de gelaagdheid. Hörnschemeyer: ,,Als ik ergens kom, geloof ik niet direct wat er is. Een blik verandert naarmate je meer van een oord weet. Wat is de `ware' ruimte? Niet de begrenzing, maar wat de mogelijkheden zijn om een omgeving waar te nemen en te verbeelden, zodat zich verdicht wat ruimte is. Ik fotografeer niet wat ik zie, maar wat ik weet.''

Het zijn indrukwekkende foto's, afgedrukt op licht materiaal, aluminium waarvan vliegtuigen worden vervaardigd. De beelden laten zien hoe de begroeiing – omgevallen bomen, een harnas van bladeren – het verboden terrein overwoekert, overneemt. Dat stemt melancholiek en stelt tegelijkertijd gerust, net zoals een afgebladderd huis ambivalente gevoelens oproept. Eens was het vers geschilderd en nu is het einde in zicht en komt er iets nieuws. En terwijl je het moment gadeslaat en ademhaalt, komen de herinneringen en associaties op door een geur, kleur of klank.

Hörnschemeyer ontmoette ik twintig jaar geleden in Hamburg op een verjaardagsfeestje van een alcoholische schilder. Eens, lang terug, zat ik met haar in een café, toen zij van het toilet kwam met een stuk wc-papier waarop ze de maat had genomen van de `lege ruimte' onder het wc-hok: het aantal centimeters dat je onder de deur kunt kijken en de schoenen van mensen ziet. Dergelijke standaardmaten komen terug in haar werk: metersgrote installaties, die vaak teruggrijpen op kaarten, geschiedenis en maten van een bepaalde plek of architectuur.

Krachtcentrale

Peenemünde, in de voormalige DDR, heeft sinds 2000 een museum, dat de geschiedenis van het gebied toont in de voormalig krachtcentrale. Daarnaast is er een tentoonstellingsruimte voor hedendaagse kunst, waar de foto's van Hörnschemeyer te zien zijn. Op een groot gedeelte van het schiereiland is zoals gezegd de toegang nog steeds verboden, net als in de tijd toen de nazi's aan hun geheime missie werkten en men alleen met speciale pasjes het gebied kon betreden. Ook in de DDR-tijd, als militair terrein van de NVA (Nationale Volksarmee), was het gebied niet vrij toegankelijk. Vandaag de dag geldt het verbod uit veiligheidsoverwegingen.

Sinds de jaren dertig deed een aantal Duitse wetenschappers, onder wie Walter Dornberger en Wernher von Braun er proeven met raketten. Zij koesterden de jongensdroom om de maan te bereiken, een wens die ook zichtbaar was in de laatste Duitse stomme film, Das Maedchen auf dem Mond. De manier om deze ambitie waar te maken was met het militaire apparaat samen te werken aan de bouw van `Wunderwaffen'. Von Braun scheen tijdens een zeiltocht op de Oostzee te hebben uitgerekend hoeveel het kost om bemand naar de maan te gaan. Er werd een geheime locatie gezocht om aan raketbouw (het vervaardigen van wapens) te gaan werken. Eerst had Von Braun een andere plek op het oog, maar daar bouwde men al een vakantieoord, een arbeidersparadijs van `Kraft durch Freude'. Het vissersdorp Peenemünde met 447 inwoners werd ontruimd, de bewoners uitgekocht.

In de nazomer van 1936 begon de bouw van een stad voor 20.000 inwoners. Met een school, een sportzaal, woningen, wegen, barakken voor de arbeiders.

In 1940 werden de eerste raketten ontworpen om New York te bombarderen. Andere doelen waren Londen, Birmingham, Manchester, Glasgow. In 1941 kwam de architect Albert Speer in Peenemünde, die gedeeltelijk de gebouwen op het terrein had ontworpen. Hitler gaf Peenemünde in datzelfde jaar de `höchste Dringlichkeit Stufe', maar pas in '42 lukte het om een raket van punt naar punt te laten gaan.

In het museum zijn archieffilmpjes te zien van mislukte pogingen. Zo stierven er af en toe arbeiders omdat een raket op een woonbarak neerstortte. Uit de allereerste type-A raketten kwamen de V1 en V2 voort (de V staat voor `Vergeldingswapen'). In augustus 1943 bombardeerden de Engelsen Peenemünde, waarbij 733 doden vielen, onder wie 500 dwangarbeiders. Ondanks deze tegenvaller zagen Hitler en Himmler in de raketten het beslissende toekomstwapen.

Hitler en Speer besloten vier dagen na de luchtaanval over te gaan op serieproductie van de A4 met behulp van voornamelijk joodse concentratiekampgevangenen. Er werd voorgesteld een onderaardse fabriek te bouwen: Dora-Mittelwerk.

Wernher von Braun coördineerde de constructie, oefeningen en productie zowel in Peenemünde, Blizna (waar de raketaanvallen werden voorbereid) en Dora-Mittelwerk, plaatsen die hij met elkaar probeerde te verbinden. In het museum zijn interviews te zien met overlevenden, zoals de Nederlander Godfried Elzenga, die eind 1943 naar KZ Dora, bij Nordhausen, werd overgeplaatst. In Dora kwamen de arbeiders, die mede uit concentratiekamp Buchenwald werden gehaald, bij bosjes om. Lijken werden zelfs in beton gemetseld, in de vloeren waarop later raketten werden geproduceerd. Om de V1 en V2 te kunnen ontwikkelen stierven duizenden.

Na de val van het Derde Rijk vertrokken Von Braun en Dornberger naar de Verenigde Staten. Een ander deel van hun oorspronkelijke team kwam terecht in de Sovjet-Unie. Ze bouwden voort aan hun ruimtevaartdroom tijdens de Koude Oorlog. De Russen beconcurreerden zichzelf, doordat ze tegelijkertijd twee raketbases onderhielden. Vandaar dat de Amerikanen de wedstrijd uiteindelijk wonnen. Op zondag 20 juli 1969 landde de capsule (de Eagle) van de Apollo 11 op de maan. Neil Armstrong stapte om vier voor elf 's avonds, als eerste mens op het maanoppervlak. ,,It's one small step for men, one gigant leap for mankind.''

Logeren

Gedurende de week dat ik in Zinnowitz logeer, lees over Peenemünde en rondgeleid wordt over het terrein, overvalt de somberheid me ondanks het prachtige bos en de zee. Een natte zakdoek is met een klap in mijn gezicht gewaaid. Ik kan niet, zoals de secretaresse van Von Braun, beweren dat ik hier de gelukkigste tijd uit mijn leven doorbreng. Het hoogtepunt is `Herrentag': Vaderdag. Als ik in het weekend door het bos fiets, stuit ik op zo'n twintig stomdronken Duitsers die met kratten bier lopen te zeulen. Vaderdag wordt in groepsverband gevierd: kerels die samen zuipen en joelend de weg versperren. Ze bedoelen het niet kwaad, maar vrouwen en kinderen blijven binnen.

Ik ben blij als ik een dag later Franka Hörnschemeyer omarm, ik denk aan haar uitspraak: ,,Wij bewegen ons in de ruimte en de ruimte beweegt om ons.'' Afgelopen jaren zijn we hecht bevriend geraakt. In Hamburg bezochten we de Kunsthal. In de zaal van de beeldhouwer Lehmbruck bouwde Hörnschemeyer een constructie. Ze liet hiervoor een gedeelte van het plafond en de tussenmuren weghalen en presenteerde de beelden van Lehmbruck in haar eigen stalen bouwwerk waar je op kon klimmen en overheen kon lopen. Het werk is nog steeds in Hamburg te zien. Hörnschemeyer werkt regelmatig met bouwmaterialen als gipskarton en bekistingen. In Essen presenteerde zij begin dit jaar een werk van dikke kartonnen bewegende wanden, waar je doorheen kon lopen alsof het water was. Het werk dwong je het aan te raken, anders was het niet geheel zichtbaar: je liep door een sluis van strakke stroken wand en kwam dan in een grotere ruimte, die je alleen maar uit kon komen als je weer door een bewegende kartonnen muur ging.

Later vraag ik me af waarom ik Hörnschemeyers werk zo Duits vind en of dat wel klopt. Haar Duitsheid bestaat misschien uit het doorzetten, het niet opgeven om grote projecten te realiseren, het denken in systemen, de ernst waarmee een onderwerp wordt benaderd. Tijdens mijn bezoeken in Berlijn fietsten we door de stad, waar Hörnschemeyer gebouwen, straten, begraafplaatsen liet zien en gedreven vertelde over wat haar interesseerde. Zo nam ze me enkele maanden nadat de Muur gevallen was mee naar een `tussengebied' in de voormalige grenszone tussen Oost en West. Daar stond nog een stuk oude muur met ernaast de stenen hokken voor de bewakingshonden. Toen op het terrein bij de Spree nieuwe regeringsgebouwen neergezet werden, vervaardigde Hörnschemeyer voor de Duitse Bondsdag een kunstwerk. Dit bouwwerk valt te bezichtigen, je kunt een rondleiding aanvragen en er doorheen wandelen: rode en gele bekistingselementen, 3,90 bij 14,60 bij 17,20 meter. Zogenaamde Schalelementen, stalen constructies die in de bouw worden gebruikt om betonnen muren in te gieten, staan opgetrokken in een labyrint met maten die verwijzen naar de inmiddels afgebroken hondenhokken en wachttorens. Er doorheen lopen is een eigenaardige ervaring: de verhoudingen van de doorzichtige stalen ruimte komen bekend voor, zonder dat je direct weet waaraan het je herinnert. Soms kun je ergens doorheen kruipen, soms moet je terug.

Haar foto's van Peenemünde hebben diezelfde kwaliteit: ervaringen worden voelbaar in een uitgehold gebouw, een bewegend gordijn, een natte doek.

Werk van Hornschemeyer is te zien in BFD, Duitse Bondsdag in Berlijn; PSE 900, Lehmbrucksaal, Kunsthalle Hamburg; Historisch-technisches Informationszentrum Peenemünde; Im Kraftwerk, Peenemünde, tel. 00.49.38371505, fax: 00.49.38371505111