De nieuwe Orwell

Enron heeft twee betekenissen. Het is de naam van een groot Amerikaans concern dat failliet is gegaan. En het is een synoniem voor de enorme oplichterij die de oorzaak van de ondergang is. In het daarop volgende onderzoek heeft een federale commissie anderhalf miljoen door en binnen Enron verstuurde e-mails op haar website gezet. Nadat de duplicaten en de irrelevantie eruit waren gewied, bleef er een half miljoen over. Dat aantal is door computerdeskundigen nader bestudeerd. `Een goudmijn voor onderzoekers', zei een van hen. Je hoeft die hele hoeveelheid niet te lezen. Het is voldoende als je een bepaald woordgebruik herkent, patronen in de adressering, veranderingen in correlaties. De lijnen van communicatie in een onderneming worden niet alleen door hiërarchie en functie bepaald. Er zijn ook informele netwerken. Kort voor het onderzoek naar de oplichterij begon, ontstond daar een koortsachtige activiteit. Toen de politie eenmaal over de vloer was, werd het in het informele circuit grafstil. De verdachten hadden alleen nog contact met hun advocaten.

Het onderzoek naar de ondergang van Enron is een kleinigheid vergeleken bij wat er in de internationale verhoudingen tussen de staten gebeurt. Sinds de Tweede Wereldoorlog werken Amerika, Canada, Engeland, Australië en Nieuw Zeeland samen in een organisatie die Echelon heet. Na de aanval van elf september is Echelon volledig geremobiliseerd. Niemand in de openbare wereld weet ook maar bij benadering wat ze daar doen. Maar ze letten op iedereen en alles. Waarschijnlijk dus ook op de passagiers van de KLM, zoals bleek toen een vliegtuig niet in Amerika mocht landen omdat er twee verdachten aan boord waren. ,,Het is compleet Orwell'', zei de informaticadeskundige die het een verslaggever van de International Herald Tribune (24 mei) uitlegde.

Die man laat ons nooit meer los. Liever gezegd: onze werkelijkheid krijgt met de dag weer meer van wat in 1984 beschreven is. Dat Orwell zich heeft laten inspireren door Jevgeni Zamjatin (1884-1937) die in zijn boek Wij (1921) een maatschappij van totale observatie heeft beschreven, is van minder belang. Aan het boek van Orwell hebben we de doorbraak van het concept naar universele bekendheid te danken. Wie nu zegt: `Dit lijkt wel 1984', weet dat hij ongeveer begrepen wordt.

Maar er komen nieuwe verschillen. Orwell heeft zijn boek voltooid in 1948, toen de wereld buitengewoon overzichtelijk was. Je had wat wij in het westen de vrije wereld noemden. Aan de andere kant van het IJzeren Gordijn lag het dictatoriaal geregeerde Oostblok. En dan was er de Derde Wereld van de koloniën die een jaar of tien later tot ontwikkelingslanden waren geworden. En er waren nog wat kleinere gebieden die in het grote denken over de toekomst geen rol speelden. Televisie bestond wel maar had geen invloed. De telefoon had nog een draaischijf, een internationaal gesprek was een onderneming. Van een fax had niemand gehoord. Wat een rust.

Weten we nog hoe hoopvol het laatste decennium van de vorige eeuw is begonnen. Met de val van de Muur was het einde van alle dictaturen aangebroken. Francis Fukuyama kwam met zijn Einde van de geschiedenis. Toen de jaren negentig op de helft waren, raasden we met de laptop over de elektronische snelweg. Het world wide web zou de vervulling van de totale democratie betekenen. En economen die een reputatie te verliezen hadden, kondigden aan dat we met de Nieuwe Economie eindelijk terecht waren gekomen in het tijdperk van de eeuwige groei. In de Jordaan is een café, Ouwe Nol, dat bekend is geworden met de slagzin Ouwe Nol Altijd Lol. De wereld stond op de drempel van dit café.

Ik wil het niet over Osama bin Laden hebben. Het gaat over het effect dat elf september in combinatie met onze technische vorderingen heeft gehad. De globalisering van het terrorisme is gepaard gegaan met de globalisering van het wantrouwen, op een manier die Orwell verbaasd zou hebben. De voortgang in de elektronische communicatie en alles wat daarbij hoort, de opslag van gegevens, de ontwikkeling van het e-mailverkeer en de weblogs, de `blogosfeer', maakt een wereld voorstelbaar waarin iedereen elkaars verdachte is. In de dagelijkse praktijk wordt er al naar gehandeld, zoals je merkt als je in een vliegtuig naar Amerika stapt, in Amsterdam wordt aangehouden en geen identiteitsbewijs bij je hebt, in de tram door de video in de gaten wordt gehouden, enzovoort.

Rem Koolhaas heeft ergens geschreven dat je je de grootste vrijheid kunt verwerven door het verlies van je identiteit. De nieuwe vervulling van Orwell is de totale elektronische opspoorbaarheid. Wat je wel of niet gedaan hebt, al ben je onschuldig als een lam, het maakt niet uit. Je wordt gevonden. In de nieuwe Orwell is de grootste misdadiger de mens zonder identiteit.