Achtervolgd door bromsnor

Hoe kijkt een kind van drie tegen de wereld aan? Wat gaat er om in een man die wordt vastgelegd in een schilderij? Kan je een geur spelen op een piano? Dat is het soort vragen dat K. Schippers keer op keer stelt in zijn romans. Eensluidende antwoorden hoeven we daar natuurlijk niet op te verwachten. Een peuter kan zich nu eenmaal nog niet goed uitdrukken. Een schilderij zwijgt meestal. En het is niet objectief vast te stellen of geur en klank kunnen samenvallen. Duidelijk is wel dat Schippers graag speculeert over zulke vragen en plezier heeft in het oprekken van de grenzen van het mogelijke.

In de roman Poeder en wind (1996) liet hij een vrouw van zeventig het genoegen smaken om een week lang weer een jonge blom te zijn. Voor haar was het, zoals voor de meeste Schippers-personages, onverdraaglijk om maar één leven ter beschikking te hebben of in dat ene leven niet buiten de eigen oevers te kunnen treden. De karakters in Schippers' boeken willen, zonder een beroep te hoeven doen op hogere machten, verder kunnen kijken dan hun neus lang is. Zij zijn dus niet uit op zoiets als een hiernamaals, maar op iets extra's dat hen uittilt boven de beperkingen van het hier en nu. Het is een sympathiek streven dat in zijn romans tot opgewekte bespiegelingen leidt, maar vaak ook tot ongewone avonturen.

In Waar was je nou, zijn nieuwe roman, gaat hij nog een stap verder dan in Poeder en wind. Hoofdpersoon Ruud, een fotograaf van onbestemde leeftijd, heeft zoals veel Schippersfiguren, een hang naar vroeger. Hij koestert een nostalgisch verlangen naar de zomers, de muziek, de films, de trams, de gebouwen, de vuilnisbakken, de automatieken en de kroketjes van weleer. Daarom krijgt hij maar geen genoeg van de foto's die zijn overleden moeder – een begenadigd amateurfotografe – heeft nagelaten en die hij met zijn zuster Trudy aan het ordenen is. Vooral van de foto's uit de tijd dat hij een jaar of twaalf was, gaat een grote zuigkracht uit. `Kamers, stranden en zeeën gaan door mijn handen', mijmert hij. Hij kijkt zo lang naar een gekarteld strandtafereel met vlieger dat hij er pardoes in verdwijnt. Een foto van een tramhalte doet hem in de Blauwe Tram van toen belanden.

Samen met Trudy maakt hij vervolgens, via de afbeelding van een speeltuin, een uitstapje door de straten van hun oude buurt, `West End' geheten. (`De kerk tegenover het feestgebouw is nog lang geen moskee.') Een achtervolging door een soort bromsnor maakt een abrupt einde aan deze nostalgische trip. Trudy denkt dat haar broer het hele verhaal heeft verzonnen en dat ze eigenlijk niet uit het heden zijn weggeweest. Daarom besluit Ruud dat hij haar zal bewijzen dat hij echt terug kan in de tijd, door de broche op te sporen die hun moeder placht te dragen en die mee terug te nemen naar het heden. Een onmogelijke missie, zoals uiteindelijk zal blijken.

Nogmaals keert hij dus terug naar zijn jeugd via een familiekiekje als het kind dat hij ooit was. Hij valt niet helemaal samen met zijn jongere alter ego, want hij beschikt over een volwassen bewustzijn. Schippers geeft zich niet al te veel moeite om aannemelijk te maken hoe zijn hoofdpersoon heen en weer reist tussen heden en verleden en tussen ouderdom en jeugd, op enig gegoochel met fototoestellen, cameraperspectieven, vergrotingen en lenzen na. In het algemeen vermoeit hij ons niet met verklaringen over de gang de zaken in Waar was je nou. Hij laat in het midden of Ruud af en toe daadwerkelijk verdwijnt uit zijn volwassen leven, of dat hij een dubbelleven leidt. Zo blijft ook onbeslist of hij zijn jeugd nog eens simpelweg wil herbeleven, of dat hij er, door tactische manoeuvres, enkele cruciale verbeteringen in wil aanbrengen.

In elk geval bereidt Schippers ons in deze roman een verrassend slot, doordat Ruud ineens besluit in zijn jeugd te willen blijven en niet meer vanuit de foto terug te willen keren naar het hier en nu. Hij laat zijn fotozaak voor wat het is, nemen we dan maar aan, keert zijn twee vriendinnen en zijn zuster de rug toe en kiest voor de vrouw op wie hij als jongen al verliefd was en die zijn moeder had kunnen zijn.

Of er enig perspectief zit in deze ogenschijnlijk onmogelijke liefde en of voor Ruud deze herkansing gelukkig zal uitpakken, worden wij niet gewaar. Schippers houdt zijn verhaal, in korte, snelle, wispelturige spreektaalzinnen (`Heb geen kinderen, zei ik, wil ze ook niet') zo luchtig en open mogelijk. Hij vrolijkt het geheel op met anekdotes over variété-artiesten, Argentijnse violisten en scènes uit oude films. Tussendoor gooit hij balletjes op over uiteenlopende zaken: de blaar onder de voet van Serena Williams, de roddelbelustheid van een psychiater, de aanschaf van herenkleding, het verlies van een huissleutel. Hij merkt op dat de pink een bijzonder lichaamsdeel is, `de edelman onder de vingers'. Het zijn vederlichte beschouwingen over bijna niets.

Waarschijnlijk moeten we de bedoeling van Waar was je nou niet al te diep zoeken. Met al zijn gezwalk door ruimte en tijd wil Schippers misschien alleen maar beweren dat iemand, door zich open te stellen voor beelden, geuren, kleuren en klanken, vanzelf teruggevoerd wordt naar vroeger. Naar zonovergoten stranden, prille erotiek, naar gelukkige jonge jaren waarin alles nog mogelijk is. Voor mensen die, al of niet met behulp van hun eigen fotoalbum, toe zijn aan een tweede jeugd, biedt deze luchtige heimweeroman een goede handleiding.

K. Schippers: Waar was je nou. Querido, 240 blz. €17,95