Wellink beaamt: gulden te goedkoop

In de aanloop naar de invoering euro in 1999 was sprake van een onderwaardering van de gulden tegenover de Duitse mark. Maar een aanpassing van de `instapkoers' van de gulden was niet nodig en kon ook niet door Nederland op eigen gezag worden doorgevoerd.

Dit stelt president Wellink van De Nederlandsche Bank in gesprek met deze krant. Hij benadrukt dat het een puur theoretische exercitie is om de `juiste' koers van munten ten opzichte van elkaar te bepalen.

Over de koers waartegen de gulden per 1999 in de euro is opgegaan is politieke commotie ontstaan na uitspraken van directielid H. Brouwer van De Nederlandsche Bank eind april. Brouwer zei dat er sprake was van een onderwaardering van de gulden met 5 tot 10 procent. De veronderstelde te lage instapkoers speelt volgens opiniepeilingen nu een rol bij het referendum over de Europese Grondwet. Wellink benadrukt dat de hele kwestie in 1999, bij de girale invoering van de euro, al in de openbaarheid is geweest. Als betaalmiddel werd de euro ingevoerd begin 2002.

Volgens Wellink kwam De Nederlandsche Bank destijds tot de conclusie dat de koers van de gulden gemiddeld ten opzichte van de andere munten van de aanstaande deelnemers aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) wel goed was, maar dat er ten aanzien van de Duitse mark sprake was van ,,een afwijking van de theoretische koers'' – een onderwaardering. ,,Tegen de Duitsers hebben we dat en passant gezegd. Maar die keken daar anders tegenaan: de reden was volgens hen dat de gulden niet sterker was geworden, maar de Duitse mark zwakker. Bovendien piekerden zij er niet over om voor een herschikking van een paar procenten het hele stelsel van onderlinge koersen overhoop te gooien.''

Wellink stelt dat daarmee de kous af was. ,,De regels in het Verdrag van Maastricht, waarin de procedure rond de euro was vastgelegd, waren dat een lidstaat in de twee jaar vóór de invoering van de euro zijn eigen munt niet op eigen initiatief mocht herwaarderen.'' Hij zegt dat er destijds geen officieel punt van de gulden is gemaakt tegenover Duitsland. ,,De insteek was om even te peilen of we de euro in konden gaan met de geldende koersen van destijds. Het enige mogelijke spanningspunt was voor ons de verhouding tot de mark. Maar nogmaals: iedere lidstaat die wilde toetreden tot de monetaire unie was toen aan het rekenen.''

Vanmorgen, bij de presentatie van het jaarverslag van De Nederlandsche Bank, noemde Wellink de commotie rond de euro en de gulden een `non-discussie' waar `sommigen mee op de loop zijn gegaan'. Hij stelde dat de bank er laconiek onder is. ,,De commotie is gebaseerd op een volstrekt onbegrip.''

Wellink stelde dat de loon-prijsspiraal waarin Nederland rond 2000 verzeild raakte vooral een gevolg was van een al naar oververhitting neigende economie gecombineerd met een overspannen huizenmarkt. ,,Vervolgens werd de economie extra gevoed door de belastingherziening van 2001.''

vraaggesprek: pagina 13