Old boys, vrouwen en vertrouwen

Mevrouw drs. Annemiek Fentener van Vlissingen is gisteren benoemd tot president-commissaris van SHV Holdings. Als lid van de aandeelhoudersfamilie verkeert zij in een uitzonderlijke positie. Voor het overige lukt het vrouwen maar matig om door te dringen tot de hoogste uitvoerende of toezichthoudende posities in het Nederlandse bedrijfsleven. Voor wie buiten de kring staat van het bestuur of bestuurstoezicht ontstaat al gauw het beeld van een gesloten mannenbastion, waar `ons kent ons' het leidende principe is.

Het is voor de leden van een raad van commissarissen belangrijk dat ze elkaar onderling kennen en vertrouwen. Vertrouwen ontstaat niet in een enkel kennismakingsgesprek. Daar is tijd voor nodig, en bij voorkeur de gelegenheid elkaar in praktische levens- of bedrijfssituaties mee te maken. Bij grote vennootschappen worden commissarissen bij coöptatie benoemd. De raad van commissarissen stelt zelf een voordracht op, die vervolgens door de aandeelhoudersvergadering wordt bekrachtigd. Daarom is het helemaal niet zo gek en zelfs formeel juist dat er bij een vacature rond de tafel gevraagd wordt of er nog iemand een geschikte kandidaat kent. Als de raad van commissarissen iemand voorstelt, moet hij immers zelf vertrouwen hebben in de voorgedragen kandidaten.

Vertrouwen en weten wat je aan elkaar hebt zijn dus belangrijke voorwaarden voor voordracht en benoeming. Wat op de buitenstaander vaak – begrijpelijk – overkomt als vriendjespolitiek, is daar een uitvloeisel van. Als je dertig jaar geleden als studentenalpinist aan een touw hebt gehangen dat door jouw vriendje geborgd was, dan heb je hem leren vertrouwen. Als hij vervolgens maatschappelijk en bestuurlijk geen gekke dingen gedaan heeft, dan is het plezierig om hem straks als medecommissaris te hebben. Je weet immers wat je aan elkaar hebt. Dertig jaar geleden zaten er nog geen meisjes in zulke clubs, en als ze er al waren dan zaten ze niet in dezelfde vertrouwenbouwende kringen. Ook nu is dat nog lastig trouwens. Mijn dochter zit bij een studentenroeivereniging, waar jongens en meisjes in gelijke aantallen door elkaar lopen. Maar de spannende dingen maakt ze exclusief met vriendinnen mee, in haar dames-acht. Zo ontstaat rondom haar een jongevrouwennetwerk, gelijk het mannennetwerk voor de herenroeiers. Zij zal over dertig jaar niet door een van de heren voor een commissariaat gevraagd worden. Evenmin als de heren trouwens voorop zullen staan in het omgekeerde geval. Je speelt het lekkerst als je al eerder met iemand gespeeld hebt, en hoe jonger hoe beter.

Vertrouwen is belangrijk en het is een groot goed. Tot een bepaald punt, en dat is waar vertrouwen uitloopt op gezapigheid en gemakzucht. Als vertrouwen solide is en tegen een stootje kan, moet het bereid zijn zich te laten uitdagen. Sterker, dan zoekt het die uitdaging op. Als de leden van een gezelschap allemaal dezelfde achtergrond hebben, dan is de kans groot dat ze ook hun blinde vlekken delen. En dat ze er niet voor voelen elkaar te confronteren. Want je vriendje kan het wel fout hebben, maar volgende week kom je hem weer ergens tegen en dan moeten er geen ongezellige dingen gezegd zijn. Dan wordt de lieve vrede belangrijker dan robuuste inhoudelijke toetsing van soms ingrijpende beslissingen. Dan ontstaat wat Jerry B. Harvey in een niet al te nieuw maar heerlijk boekje heeft beschreven als `the Abilene paradox'. Een groep mannen zit bij elkaar en een van hen zegt: ,,Zullen we naar Abilene gaan?'' Niemand heeft zin in Abilene, ook niet degene die het voorstel doet want die dacht alleen maar dat de anderen zich zaten te vervelen. Maar

niemand zegt het, en zo gaan ze allemaal naar waar niemand had willen zijn.

Het is verleidelijk in stereotyperingen over `de man' of `de vrouw' te spreken. Vrouwen zouden meer oog voor hun omgeving hebben tegenover het lineaire denken van mannen. Of vrouwen zouden meer procesgericht zijn, en mannen inhoudgericht. Dat vertroebelt de discussie. Er is één overheersende reden waarom een raad van commissarissen voor de volgende vacature een gekwalificeerde vrouw zou moeten opzoeken in plaats van een vriendje voor te dragen. Namelijk juist dat ze een relatieve buitenstaander is, die als het nodig is dingen kan zeggen die de gezelligheid doorbreken. Dat kan onprettig zijn, maar lang niet zo onaangenaam als sommige besluiten die in consensus genomen worden. Zoals grootschalig naar Abilene gaan.

Vrouwen als commissarissen, het komt nog weinig voor. Ze staan buiten het mannenbastion van `vriendjes' en het old boys' network. Ze verkeren daar, buiten de muren van die burcht, in goed gezelschap. Topconsultants van firma's als McKinsey en BCG zijn evenmin welkom in de bestuurskamer. Althans niet als commissaris. Zij mogen er hun analyses komen presenteren, maar bij de besluitvorming moet je ze niet hebben. Veel te slim, die jongens, die spelen vast alles op de inhoud en doen niet mee met het spel van elkaar ontzien, belangen afruilen, en de sfeer prettig houden. Bovendien, stel je voor dat we door de mand vallen.

Een sterke raad van commissarissen verdient de toetsing van het afwijkende gezichtspunt, het andere perspectief. Dat betekent dat er buitenstaanders in moeten zitten. Vrouwen bijvoorbeeld, of te slimme jongens, en ten minste twee, want één alleen heeft geen kans. Natuurlijk moet er vertrouwen zijn voordat een voordracht tot stand komt. Bij een buitenstaander kan dat niet het vertrouwen zijn van ooit samen aan een touw gebungeld te hebben. Werk er dan aan door het een keer met de hele raad van commissarissen en de nieuwe kandidaten een paar dagen te hebben over het spel en de spelregels. Wat is dit voor onderneming, wat voor ervaring zit hier rond de tafel, hoe wensen wij onderling te functioneren en hoe geven we het bestuurstoezicht vorm. Zelfs als het met de kandidaten niets wordt is het een nuttige opfrisser.