Het water wordt ons grootste probleem op aarde

Het is vijf voor twaalf. De wereld heeft te kampen met verontreinigd water en waterschaarste. Daarom hebben wij de plicht om op het gebied van landbouw en industrie de verspilling te onderzoeken en verbeteringen in gang te zetten, vindt Steve Loranger.

Water geldt sinds lang als een grote bron van zorg voor de meeste ontwikkelingslanden, en terecht: jaarlijks sterven ongeveer zes miljoen mensen door verontreinigd water, en vier van de vijf sterfgevallen in ontwikkelingslanden zijn het gevolg van ziekten die samenhangen met water.

De meeste rijke landen daarentegen – zoals de Europese landen en de Verenigde Staten – maken zich doorgaans geen zorgen over hun watervoorziening. De communis opinio is dat problemen als waterschaarste en betrouwbaar water hun niet echt aangaan.

Op die zelfgenoegzame houding valt veel aan te merken. Om te beginnen is het zo dat de aanvoer van ruime hoeveelheden betrouwbaar drinkwater zelfs hoogontwikkelde landen voor reusachtige problemen stelt. Veel waterdistributiesystemen in ontwikkelde landen zijn al kwetsbaar en ze verouderen snel. Als gevolg hiervan neemt in vele `moderne' landen de verontreiniging toe.

Dat is de inwoners van vele geïndustrialiseerde landen niet ontgaan. Zo zijn de Italianen met 177 liter per persoon per jaar 's werelds grootste verbruikers van gebotteld water. De Duitsers maken zich zorgen over de concentratie hormonen en nitraten in hun water. En voor Amerikanen is het heel gewoon om een zuiveringsinstallatie in huis te hebben, of een speciale watervoorziening per woonwijk.

Het komt erop neer dat in de ontwikkelde landen een toenemend aantal mensen het gemeentelijk waterleidingbedrijf niet meer vertrouwt. Terwijl de wereld steeds strengere eisen stelt aan veilig en zuiver water, ontdekken wij steeds meer ziekteverwekkende en verontreinigende stoffen waartegen maatregelen moeten worden genomen.

De wereld heeft niet alleen te kampen met verontreinigd water, maar ook met waterschaarste. Zowel in ontwikkelde als in ontwikkelingslanden is het niet ongewoon dat gemeenschappen meer dan 40 procent van hun waterverbruik niet kunnen verantwoorden. De verliezen kunnen het gevolg zijn van lekkage, verouderde systemen of corruptie. Maar wat de oorzaak ook is, voor deze verspilling betalen samenlevingen een hoge prijs.

En de toestand verslechtert. De landbouw verbruikt 70 procent van ons zoet water, en doet vaak vreselijk inefficiënt. Of je nu de irrigatie in Californië, Zuid-Europa of Soedan bekijkt, de inefficiëntie en verspilling zijn vaak enorm, met als gevolg weglekken, verzilting, uitdrogende rivieren en woestijnvorming.

Nog meer water wordt verspild door gebrekkige agrarische methoden en doordat waterprijzen als gevolg van subsidiëring geen afspiegeling vormen van de werkelijke kosten, waardoor ook de prikkel om water te besparen ontbreekt.

De agrarische sector is echter niet de enige boosdoener. Ook in de industrie is de situatie ontmoedigend. De fabricage van één complete auto vergt bijna 150.000 liter water. Om één vat ruwe olie te produceren is bijna 7.000 liter water nodig, voor een ton staal 235.000 liter en voor één enkele halfgeleider 11.500 liter.

En die mobieltjes die je tegenwoordig overal ziet? De vervaardiging van de chips in één zo'n telefoontje heeft vele duizenden liters water gekost.

Terwijl de Europeanen zich geen zorgen maken over hun wateraanvoer, heeft een rapport van het centrale onderzoekscentrum van de Europese Commissie onlangs gewaarschuwd dat klimaatverandering tot een spectaculaire verslechtering van de situatie zou kunnen leiden. In Zuid-Europa zou de hoeveelheid neerslag kunnen dalen, met als gevolg ernstige droogtes.

De boodschap is duidelijk: wij moeten de moed opbrengen om op deze twee gebieden – landbouw en industrie – de verspilling te onderzoeken en verbeteringen in gang te zetten. Vooral voor snel groeiende economieën, zoals China en India, is het bijzonder moeilijk om zowel in de behoeften van de industriële verbruikers als in die van de bewoners te voorzien.

Niet zelden verbruikt een fabriek in China tien keer zoveel water als een fabriek in een hoogontwikkelde economie. En dat terwijl tweederde van de Chinese steden aan watertekort lijdt, 90 procent van de rivieren vervuild is en 20 procent van het water in China door lekkage verloren gaat.

China heeft inmiddels de eerste lastige maar noodzakelijke maatregelen genomen om te bevorderen dat men verstandiger omgaat met deze onmisbare grondstof. Eén daarvan is de eerste verhoging van het watertarief sinds 1949.

Het zijn stappen in de goede richting, maar gezien de problemen die in de toekomst opdoemen, is het lang niet genoeg.

Het is vijf voor twaalf. De Wereldbank schat dat wereldwijd al 300 miljoen mensen leven in gebieden met `ernstige' tot `zware' tekorten. Binnen 25 jaar zal het aantal mensen in gebieden met tekorten stijgen tot drie miljard.

Maar de beschikbare hoeveelheid zoet water blijft gelijk: het is ongeveer één procent van al het water op onze planeet. De rest zit als zout water in de oceanen of als zoet water onbruikbaar in de poolkappen, in de grond of in sneeuw of luchtvochtigheid.

In de meeste landen begrijpt het publiek echter nog maar amper hoe riskant de huidige toestand is. Uiteindelijk zullen wij met een wereldwijde blik moeten onderkennen dat water geen traditionele `plaatselijke' kwestie is.

Zaken die met water samenhangen behoren thans tot de nijpendste problemen op aarde.

Daarom moeten de geïndustrialiseerde landen van de wereld – de Verenigde Staten en Europa voorop – het voortouw te nemen bij de aanpak van de waterproblematiek.

Onze normen voor de betrouwbaarheid en het gebruik van water zijn al zeer stringent, maar wij moeten zorgen dat ze sneller worden ingevoerd. Dat zou niet alleen onderstrepen dat wij verantwoordelijk het milieu beheren, het zou ook – belangrijker nog, en heel praktisch – helpen de techniek en de technologie te ontwikkelen die vervolgens kunnen worden overgedragen aan ontwikkelingslanden en landen met een opkomende markt, waar ze zeer heilzaam zouden kunnen zijn.

In de landbouw en de industrie begint men al verstandiger om te gaan met water, maar er kan meer worden gedaan, in de Verenigde Staten, in Europa en elders. En als geheel moet dit proces sneller en consistenter verlopen. Nieuwe, minder energie verbruikende en betaalbare technologie – zoals ontzilting – verschijnt al op de markt, maar wordt vaak onsystematisch toegepast, en veel minder effectief dan zou kunnen.

Het gaat erom dat de beleidsmakers in heel de wereld het water bovenaan hun lijst van prioriteiten zetten. Dat zal gebeuren via het onderwijs, door een groter besef bij het publiek en doordat de politiek zich ervoor inzet.

Aan schaarste en zuiveringsproblemen valt alleen iets te doen als het water wordt gekoppeld aan de vraag en de kosten. Marktprijzen leiden tot verhoogd bewustzijn, grotere efficiëntie en betrokkenheid van het publiek. Wanneer eenmaal de juiste prikkels – hetzij humanitair, ecologisch of financieel – hun werk doen, zullen technologie en innovatie spoedig volgen. Denk aan wat de Britse schrijver William Bullein al in 1562 heeft gezegd: ,,Water is een voortreffelijke dienaar – maar een wrede meester.'' Als wij aan het begin van wat wel de `Eeuw van het water' is genoemd, heer en meester willen worden over onze watervoorziening, dan zouden wij er goed aan doen onze achterhaalde kijk op deze kostbare grondstof te herzien.

Steve Loranger is president-directeur van ITT Industries, een Amerikaans industrieel conglomeraat dat zich wereldwijd richt op watermanagement, telecommunicatie en defensie.