Het beeld

,,Het is zó primitief!'' Als Wouter Buikhuisen beide handen naar zijn hoofd brengt, is dat niet om lobotomie te bepleiten voor agressieve en oliedomme tegenstanders, maar om zijn woorden kracht bij te zetten. Voor het eerst sinds de Leidse universiteit haar hoogleraar criminologie in 1989 loosde door zijn afdeling op te heffen (zo luidt althans zijn visie), sprak de verguisde voorstander van de biosociale criminologie gisteren weer in het openbaar. Aan de rand van zijn Spaanse zwembad luchtte hij tegen samensteller Jeroen Berkvens zijn hart in Profiel (HUMAN), dat na vier afleveringen al een heel interessante programmareeks belooft te worden.

Voor jongeren valt de weerzin van een vorige generatie tegen Buikhuisens ideeën misschien moeilijk voor te stellen. Toen hij in 1978 bij zijn oratie beschimpt werd en columnist Piet Grijs (Hugo Brandt Corstius) hem in Vrij Nederland week in week uit voor fascist uitmaakte, was het nog vloeken in de linkse kerk om bijvoorbeeld te beweren dat delinquenten een verlaagde hartslag vertonen en wellicht aangeboren neuropsychologische eigenschappen een rol zouden kunnen spelen bij het ontstaan van crimineel gedrag. Misdaad werd toen immers in brede kring (ongeveer van De Waarheid tot NRC Handelsblad) beschouwd als iets dat uitsluitend door sociale factoren kon ontstaan.

Geneticus Hans Galjaard zegt nu dat Buikhuisen te vroeg was, zoals soms kunstenaars hun tijd vooruit kunnen zijn, maar dat de gekte van de onverdraagzaamheid in Nederland niet pas na de moorden op Fortuyn en Van Gogh is begonnen.

Volgens Buikhuisen werd hij overal tegengewerkt, kreeg hij geen toegang meer tot jongeren in instituties en werd hij in de steek gelaten door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), toen hij daar de vrijheid van onderzoek bepleitte. Zelfs een onderzoek dat in een academisch ziekenhuis geboren kinderen gedurende hun leven neuropsychologisch en gedragsmatig wilde volgen, bleek geen haalbare kaart voor een wetenschapper onder verdenking. Buikhuisen werd een verbitterd antiquair, die nu op z'n 72ste alsnog zijn gram haalt.

Hij zegt genoeg aanbiedingen te hebben gehad om hoogleraar in Amerika te worden, maar weigerde omdat hij als kind in het jappenkamp besloten had: ,,Ik zal nooit meer buigen.'' Navrant is dat ook zijn tegenstanders van destijds, wier motieven in het overigens uitstekende Profiel niet nader verklaard worden, zich lieten inspireren door de Tweede Wereldoorlog en het misbruik door de nazi's van fysieke normen om goede mensen van slechte te onderscheiden. In de jaren zeventig was goed of fout in de oorlog belangrijker dan academische vrijheid. Maar in die tijd was er geen wetenschapsminister die de evolutieleer ter discussie stelde.

Nederlanders laten zich liever leiden door ethische normen dan door nieuwsgierigheid of inzicht. Dat was en is hier altijd het probleem, zoals elke avond in ieder televisiedebat valt te constateren. Dat het deugt is belangrijker dan of het waar is.