Georgina Verbaan als somber muisje

Op het scherm zien we vaag gefilmde herinneringen: een bokser, strandbeelden. Dan gaat het scherm omhoog en zien we een leeg Amsterdams appartement. Het door het raam vallend licht onthult langzaam een meisje in de hoek, ineengedoken als een bang dier, zich vastklampend aan een telefoonhoorn. De onbekende die haar belt is eigenlijk op zoek naar de officiële bewoner. Maar vijf kwartier later zijn de twee voor eeuwig aan elkaar geklonken.

Het toneelstuk Oogverblindend van Cyrus Frisch gaat over een brief encounter tussen een depressief meisje in Amsterdam en een chirurg in Buenos Aires. Frisch wil dit gegeven later uitwerken in een film, Dazzled. De cineast en filmmaker overschrijdt in zijn werk graag de grenzen van de ethiek, en die tussen realiteit en fictie. In zijn bekendste toneelstuk Jezus/ Liefhebber zette hij een doodzieke junk en andere levensechte verworpenen in, en voor zijn laatste toneelstuk Ik ben bang ging hij in Afrika op zoek naar aids-patiënten die voor geld hun lichaam aan hem wilden tonen. Twee van zijn Nederlandse acteurs namen boos ontslag. Frisch wil de toeschouwer wijzen op het wereldleed, en de geperverteerde, gestileerde wijze waarop we daar graag naar kijken.

Kortom, niet bepaald de man die je zou verwachten in de nabijheid van Georgina Verbaan (1979), een actrice die bekend is uit het lichte genre, met name de tv-serie Goede tijden, slechte tijden, en de vakantiefilm Costa. Bij Frisch maakt Verbaan desalniettemin haar toneeldebuut, in een mooie, passende rol. Frisch maakt goed gebruik van haar onopvallende, kleine voorkomen, dat haar tien jaar jonger doet lijken dan ze toch al is. Door Verbaan ineengedoken in een hoek te plaatsen, en haar daar lange tijd te houden, zet hij een mooi, stil toneelbeeld neer. Als zij vertelt van een muisje dat bijna verdronk in een koffiepot, lijkt dit vooral een zelfportret. Verbaan en haar tegenspeler (René van Asten, alleen aan de telefoon te horen) vertellen elkaar voornamelijk verhalen, in het Engels, en dat doen ze heel overtuigend. Verbaans kleine stem contrasteert mooi met de rustige, oudere-mannenstem van Van Asten. Als ze heel even gaat lopen, is ze minder overtuigend: te bedacht aarzelend. Lopen op een toneel is blijkbaar toch een vak apart.

Een van Frisch' terugkerende vragen is: hoe reageert de westerse middenklasser op het leed vlak onder zijn neus – zwervers, junks – en het wereldleed op televisie? Antwoord: met een mengeling van schuld, afkeer, ontkenning, somberheid en woede. Let wel, woede tegen de slachtoffers, want die bederven ons mooie uitzicht. Ook het meisje in de hoek worstelt hiermee. De chirurg aan de andere kant van de lijn overtroeft haar met veel erger leed, ziekenhuishorror. Deze uitwisseling maakt gaandeweg plaats voor een ander verhaal. De twee hebben elkaar al eerder ontmoet. In het niemandsland van dit telefoongesprek vlamt plots een liefde op, die al sterft voor hij goed is begonnen.

In de laatste minuten haalt Frisch opeens het schrikbewind van dictator Videla in het Argentinië van de jaren zeventig erbij, in een vileine bijzin gekoppeld aan ons koningshuis. Dit nieuwe ingrediënt komt te laat, komt ongeloofwaardig over, en benadrukt de sentimentele toon die eerder al op de loer lag. Frisch zei vorige week in de Volkskrant dat hij voor de rol van chirurg aanvankelijk de broer van prinses Máxima had gevraagd. Goed dat dit niet is doorgegaan, want dan zou Frisch wederom zijn eigen werk in de schaduw hebben gesteld van een relletje. En dat terwijl Oogverblindend een mooi, klein, geëngageerd liefdesverhaal is, in een eenvoudige, krachtige vorm.

Voorstelling: Oogverblindend van Cyrus Frisch, door Productiehuis Frascati. Gezien: 23/5 Frascati, Nes 63, Amsterdam. Aldaar t/m 28/5. Inl. 020-6266866 of www.indenes.nl.