Frans tennistalent schakelt laatste Nederlander uit

Na tweeënhalve dag was de rol van `tennisnatie' Nederland al uitgespeeld op Roland Garros. De 27-jarige Peter Wessels verliet gisteren als laatste Nederlandse prof het graveltoernooi van Parijs na een kansloze nederlaag in drie sets tegen het Franse talent Richard Gasquet: 6-3, 7-6 en 6-1. De achttienjarige lokale favoriet stuit in de volgende ronde op het jeugdige Spaanse fenomeen Rafael Nadal. Wessels bereidt zich daarentegen de komende dagen voor op de Nederlandse competitie met zijn teamgenoten van het Hilversumse Hilverheide.

Het is veelzeggend dat uitgerekend Wessels in de Franse hoofdstad nog gold als de hoop voor het Nederlandse tennis. De tennisser die in het verleden zo chronisch geblesseerd leek dat hij een paar jaar geleden serieus overwoog te stoppen, was na twee dagen de laatste Nederlander op Roland Garros. Martin Verkerk en John van Lottum waren te geblesseerd om naar Parijs te komen, Sjeng Schalken haakte de dag voor het toernooi af en Raemon Sluiter en Michaëlla Krajicek werden in de eerste ronde al direct uitgeschakeld.

Nadat Wessels in de eerste ronde verdienstelijk in Parijs had gedebuteerd met een zege op de Braziliaan Ricardo Mello, mocht hij in de strijd om een plek bij de laatste 32 spelers aantreden op het court central. Hij begon aan een op voorhand al bijna kansloze ontmoeting met de gravelspecialist Gasquet. Vooraf had Wessels met zijn coach Hugo Ekker besproken ,,gewoon zijn eigen spelletje'' te spelen tegen de tiener die onlangs in de finale van Hamburg stond.

De lange Wessels probeerde met zijn harde opslagen en een gevarieerd spelletje zijn tegenstander te ontregelen. Hij wisselde groundstrokes van achter de baseline af met dropshots. En zo nu dan maakte Wessels zelf de gang naar het net. De tactiek werkte goed genoeg om Gasquet delen van de partij bij te kunnen benen, maar aanspraak op een zege mocht hij niet maken. Zeker niet toen Wessels in de tweede set nog een 5-2 voorsprong uit handen gaf. En daarmee eigenlijk de hele wedstrijd. ,,Ik bleef maar nadenken over de kansen die ik had gemist'', sprak Wessels na afloop. ,,Na de tweede set was het voorbij. Daarna wilde ik eigenlijk zo snel mogelijk weg.''

Gasquet, die als negenjarig jongetje al op de cover van een Frans tennisblad stond, krijgt morgen opnieuw de kans de harten van het Franse publiek te stelen tegen Nadal. In eigen land is hij het boegbeeld van een nieuwe lichting talenten, zoals Nadal dat in Spanje is, Robin Söderling in Zweden, Tomas Berdych in Tsjechië en Stanislas Wawrinka in Zwitserland. Nederlandse talenten in dezelfde leeftijdscategorie als Robin Haase en Igor Sijsling zijn nog lichtjaren verwijderd van de top. Het is de vraag of ze ooit zullen doorbreken op de podia waar al jaren geen jonge Nederlander te zien is.

Davis-Cupcaptain Tjerk Bogtstra liet vorig jaar aan de bond weten dat hij een maatschappelijke carrière verkoos boven het verder begeleiden van talenten. Aan het einde van dit jaar zal hij bezien of hij verder gaat als captain van het landenteam dat in juli van dit jaar met modale spelers als Sluiter en Wessels in de kwartfinales strijdt tegen Slowakije. Bogtstra zal zich de vraag stellen of hij het nog als uitdaging ziet op de bank te zitten bij een ploeg die eigenlijk al jaren boven zijn stand leeft. Als de aanwas van nieuw talent uitblijft, is degradatie uit de Wereldgroep slechts een kwestie van tijd.

De tennisbond introduceerde in 1999 een nieuwe structuur om talenten op te leiden, maar vooralsnog is er alleen de hoop dat sommige jeugdspelers goed genoeg zijn om ooit prof te kunnen worden. De bond haalt graag Michaëlla Krajicek aan als het voorbeeld van succes, maar daarbij moet wel worden vermeld dat de 16-jarige speelster een groot deel van haar opleiding genoot in Tsjechië onder leiding van vader Petr Krajicek.

Wessels werd als junior `de nieuwe Krajicek' genoemd, maar hij heeft die belofte nooit kunnen inlossen. Dat Wessels op zijn 27ste met een 82ste plaats op de wereldranglijst op dit moment de hoogst genoteerde Nederlandse tennisser is, zegt nog het meest over de deplorabele staat waarin het nationale tennis nu verkeert.