Eerste aanklacht genocide in Slovenië

De Sloveense justitie heeft gisteren de tweede man van de Joegoslavische geheime dienst onder Tito aangeklaagd voor genocide. Mitja Ribicic, nu 86, zou in 1945 en 1946 de opdracht tot 234 moorden hebben gegeven.

Tito gold tijdens de Tweede Wereldoorlog als held, toen hij leider was van het communistische verzet in Joegoslavië. Het land was tijdens de oorlog bezet door Duitsland en later Italië. Maar in de periode na de oorlog zijn onder zijn bewind naar verluid 12.000 voornamelijk nazi-collaborateurs omgebracht als represaille.

Sinds enige jaren begint voorzichtig de discussie over berechting van communistische misdaden uit deze periode. De aanklacht komt op het moment dat de regering twee wetsvoorstellen behandelt om alle burgerslachtoffers van tijdens en na de Tweede Wereldoorlog als slachtoffers van `revolutionair geweld' te kwalificeren. Hierbij wordt dan geen onderscheid gemaakt tussen slachtoffers van communistisch of nazi-geweld. Ribicic, die de beschuldigingen ontkent, is de eerste communistenleider die wordt aangeklaagd.