Door de liefde in de hel van het verzetskamp

Human Rights Watch beschuldigt de gewapende Iraanse oppositiegroep Mujahedeen Khalq ervan dissidente leden te martelen. In Iran geeft een ex-lid een inkijkje in de beweging.

De roze kunstarm van Arash Sametipour (30) valt met een bonk op tafel. Het is niet makkelijk je armen over elkaar te slaan wanneer de linkerledemaat van plastic is. ,,Ik moet er nog steeds aan wennen'', excuseert de Iraniër zich.

Vijf jaar geleden was Sametipour op een geheime missie in de Iraanse hoofdstad Teheran. Hij was door de gewapende Iraanse oppositiebeweging Mujahedeen Khalq (MKO) vanuit haar militaire kampen in Irak naar Teheran gestuurd om de plaatselijke politiecommandant te vermoorden. Hij faalde.

De Mujahedeen-Khalq (islamitische strijders van het volk) werd in 1965 gevormd als een marxistisch-islamitische organisatie. Ze vocht mee in imam Khomeiny's islamitische revolutie van 1979 tegen sjah, maar raakte korte tijd na de omwenteling uit de gratie. De organisatie lanceerde een geweldscampagne tegen het islamitische regime, en werd op haar beurt bloedig vervolgd door de autoriteiten. Duizenden leden vluchtten naar het buurland Irak en zetten vandaaruit de strijd voort.

Vrijdag publiceerde de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch een rapport waarin de Mujahedeen Khalq ervan wordt beschuldigd dissidente leden te martelen in zijn kampen in Irak. Het rapport `No Exit: Human Rights Abuses inside the MKO Camps' (www.hrw.org), is gebaseerd op getuigenissen van ex-MKO-leden. Afgelopen weekeinde verklaarde Farah Karimi, Iraans-Nederlands kamerlid van GroenLinks, dat zij jarenlang lid is geweest van de organisatie die inmiddels op de officiële Amerikaanse en Europese lijsten van terroristische organisaties staat.

,,Mijn Masoul, mijn leider, vertelde me dat ik zelfmoord moest plegen, als ik zou worden gepakt tijdens mijn missie'', vertelt Sametipour. Nadat hij een verkeerde commandant in zijn auto had beschoten, dreef de Iraanse politie hem in het nauw. ,,Mijn cyaankalipil werkte niet, dus trok ik de pin uit mijn handgranaat. Dat mislukte ook en ik verloor alleen mijn arm.''

Het levensverhaal van Arash Sametipour geeft een inkijkje in de organisatie, die het marxisme heeft laten vallen en door sommige facties binnen de Amerikaanse regering nu als democratisch alternatief voor het Iraanse islamitische regime wordt gezien. Een paar duizend strijders zitten nog steeds in de MKO-kampen in Irak, sinds de omverwerping van het regime van Saddam Hussein ontwapend door en onder bewaking van het Amerikaanse leger. In Iran zelf zijn echter nauwelijks nog aanhangers van de groep te vinden.

In de beginjaren van de revolutie kon de MKO binnen enkele uren honderdduizenden aanhangers de straat op krijgen. Maar nadat de organisatie zich tijdens de Iraans-Iraakse oorlog (1980-1989) aan de zijde van de Iraakse leider Saddam Hussein hadden geschaard, is haar populariteit onder de bevolking snel verdampt. Toen Sametipour vijf jaar geleden voor zijn missie vanuit Irak bij de grensplaats Abadan Iran was ingesmokkeld, nam hij een taxi naar een nabijgelegen stad. ,,Ik vroeg de chauffeur over de Mujahedeen Khalq, de vrijheidsbeweging. Hij begon vreselijk te schelden en noemde ons `verraders' en `lafaards'. Ik was geschokt. Tijdens dagelijkse ideologische sessies in mijn kamp in Irak had de leiding me ingeprent dat het Iraanse volk zat te smachten naar de dag dat we de macht zouden overnemen.''

Zoals veel Iraniërs verhuisde Sametipour in 1997 naar Amerika. Op de universiteit werd hij verliefd op een Iraanse wier ouders in de MKO-kampen in Irak leefden. ,,We gingen naar wat bijeenkomsten waar ik onder druk werd gezet om het Iraanse volk te bevrijden van het juk van de geestelijken. Dat wilde ik helemaal niet, maar ik wilde wel met Haydeh mee'', legt Sametipour uit. ,,Toen Haydeh werd opgeroepen om zich bij de andere strijders in Irak te voegen, ben ik haar gevolgd. Het was de fout van mijn leven.''

Het leven in de MKO-kampen in de Iraakse woestijn bleek een hel. Huwelijken zijn verboden binnen de MKO en absolute trouw is vereist aan het leiderspaar Massoud en Maryam Rajavi wier huwelijk in 1985 door de groep wordt beschouwd als het begin van een ,,permanente ideologische revolutie''. ,,Dagelijks hadden we lange sessies waarin ik al mijn gedachten op papier moest zetten; over Iran, over mijn medeleden, over seks. Daarna gingen we erover discussiëren. Na een paar maanden had ik geen eigen wil meer over'', vertelt Sametipour. Zijn liefde Haydeh zag hij nog maar één keer, want mannen en vrouwen worden strikt gescheiden gehouden binnen de MKO. ,,Tijdens een grote bijeenkomst probeerde ik naar haar te zwaaien maar ze reageerde niet. Ik denk dat ze nog steeds in Irak zit.''

Hoe ver sommige leden van de MKO bereid zijn te gaan voor hun leiders werd duidelijk in de zomer van 2003. Maryam Rajavi – in 1993 bestempeld als `gekozen president' van het toekomstige Iran' en naar Parijs verhuisd om Westerse politieke steun te werven – en nog 150 MKO-leden werden toen in de Franse hoofdstad gearresteerd op verdenking van terroristische activiteit. Daarop staken tien aanhangers in Londen en Parijs zich publiekelijk in brand; twee stierven. ,,Een van hen kende ik nog uit de VS, ze zat pas een paar jaar bij de groep'', zegt Sametipour.

Na zijn mislukte moordmissie in Teheran werd Sametipour in Iran veroordeeld tot zes jaar cel. Het lijkt erop dat de Iraanse overheid gewone leden van de MKO licht straft om mensen aan te moedigen te deserteren. Vlak voor de dood van Khomeiny in 1989 werden er nog duizenden leden geëxecuteerd die in Iraanse gevangenissen zaten. Tegenwoordig keren de meeste MKO-leden probleemloos terug uit het buitenland. Sinds oktober vorig jaar tot en met maart zijn volgens Amerikaanse bronnen die in het rapport van Human Rights Watch worden geciteerd 273 ex-MKO-leden naar Iran teruggekeerd.

Sametipour is nu vrijwilliger bij de hulporganisatie Nejat (redding), die ex-leden van de MKO bijstaat. Volgens de MKO is Nejat een uitvinding van de Iraanse veiligheidsdiensten. Maar de oprechtheid van Sametipour en verschillende andere leden die individueel en vrijuit met deze krant spraken, doet anders vermoeden. ,,Ik zal eerlijk zeggen dat ik nog steeds geen liefhebber ben van het huidige Iraanse regime, maar ik werk hier zodat ik MKO-leden een ontsnapping uit de hel van de kampen in Irak kan bieden'', zegt Sametipour. ,,Ik wil niet dat iemand dezelfde fouten maakt als ik heb begaan.''