Debat gaat alleen over kabinet-Balkenende

Europa is als altijd niet meer dan een voortzetting van nationale politieke strijd. Hoewel Europa nu en dan genoemd wordt, kan dit niet verhullen dat het referendumdebat feitelijk niet over Europa gaat, maar over Balkenende en zijn regeringsploeg. Dezelfde logica die bij Europese verkiezingen geldt, gaat dus ook hier op. Dit kabinet zit precies in het midden van zijn regeerperiode en is blijkens recente peilingen zo impopulair als nog geen naoorlogs kabinet ooit geweest is.

Dit referendum komt daarmee vanuit de voorstanders gezien op het meest ongunstige moment. Het is een gouden mogelijkheid voor de grote groep ontevredenen om een signaal af te geven aan deze regering; elke ja-campagne is bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Sterker nog, dit kabinet maakt het alleen nog maar erger: bij elk optreden van een stuntelende minister of staatssecretaris kan de teller in het nee-kamp weer gaan lopen.

In de kretologie van de nee-stemmers klinkt ook de echo van de Fortuyn-revolutie. Het is hetzelfde verzet tegen een autistische politieke elite dat Paars destijds de kop kostte.

Een opvallende parallel is eveneens te vinden in de reactie van het kabinet. Destijds heette het dat we een `pleefiguur' zouden slaan, nu moeten we geloven dat ,,het licht uitgaat''. Ook verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog zijn in de strijd tegen de eurosceptici minstens zo populair als in 2002 bij de vruchteloze pogingen de opkomst van Fortuyn te stoppen.

Hoeveel meer bevestiging heeft de teleurgestelde burger nodig dat de politieke elite helemaal niets heeft geleerd? Het beste wat het kabinet kan doen is een radiostilte tot 1 juni, misschien valt de schade dan nog mee.