Chef de mission intern of extern?

Moet de chef de mission voor de Olympische Spelen van Peking van binnen of van buiten NOC*NSF komen? Dat is de vraag.

De sportkoepel NOC*NSF neemt opvallend veel tijd een chef de mission voor de Olympische Spelen van 2008 in Peking aan te wijzen. Een breuk met het verleden, toen de keus meestal binnen drie maanden werd bepaald. Maar de benoeming is een delicate zaak geworden, omdat er onenigheid is over de vraag of de nieuwe man of vrouw intern of extern moet worden gezocht. De kans is groot dat Marcel Sturkenboom zijn functie als directeur Sport van NOC*NSF gaat combineren met die van chef de mission.

Tot en met de Spelen van vorig jaar in Athene was het een goede gewoonte de chef de mission buiten het personeelsbestand van NOC*NSF te zoeken. De enige constante factor was dat hij voortkwam uit de invoedssfeer van het bestuur. Zowel Jan Loorbach, die de olympische ploeg van 2000 in Sydney leidde, als Peter Vogelzang, die hem vier jaar later voor `Athene' opvolgde, was bestuurslid. Maar beiden hielden hun baan.

Die combinatie ging meer en meer wringen. De chef de mission, die volgens het olympisch handvest de baas over de olympische ploeg is, neemt als relatieve buitenstaander een machtige positie in het driehoofdige team de mission in. Dat harmonieerde steeds minder met de twee professionals de laatste acht jaar Sturkenboom en technisch directeur Joop Alberda die ooit naar het idee van oud-voorzitter Wouter Huibregtsen aan de chef de mission waren toegevoegd. Huijbregtsen is ook de bedenker van `team de mission', een constructie die het Internationaal Olympisch Comité (IOC) formeel niet kent; het IOC doet alleen zaken met de chef de mission.

Aanvankelijk drong voorzitter Erica Terpstra van NOC*NSF aan op een vlotte, externe benoeming van een chef de mission. Maar dat werd mede geblokkeerd door de late indiensttreding van Charles van Commenée als technisch directeur. Hij kon niet eerder dan 1 februari weg bij zijn oude werkgever, de Britse atletiekbond. En Van Commenée had het vetorecht over de aanstelling van een chef de mission bedongen, om te voorkomen dat hij iemand wordt gekoppeld die hem niet bevalt. Maar Terpstra werd ook geconfronteerd met de wens van vooral het NOC*NSF-bureau, onder aanvoering van Sturkenboom, een professional te benoemen. Wat ligt meer voor de hand dan het werk rond de olympische ploeg aan deskundigen over te laten? Het bureau kan de taak van `chef' er moeiteloos bij doen, is de achterliggende gedachte.

Op het moment dat zaken gedaan moesten worden, was er binnen NOC*NSF sprake van twee stromingen. Er werd besloten een commissie in te stellen die met een voorstel bij het bestuur moest komen. Naast de professionals Van Commenée, Sturkenboom en Jeroen Bijl, het nieuwe hoofd Topsportontwikeling, maakten de bestuursleden Henk Gemser, Peter Groenenboom, Wim Ludeke en Trinko Keen daar deel van uit. Zij komen voor de eerstvolgende bestuursvergadering niet met een kandidaat, maar wellicht met een voorstel te kiezen voor een professional als chef de mission.

Als het bestuur de opvatting van de commissie deelt, is de weg vrij voor Sturkenboom. Hij heeft de ervaring en de kennis, omdat hij al verantwoordelijk is voor de organisatie en financiën van de olympische ploeg. Van Commenée ligt minder voor de hand, omdat hij aan technische zaken zijn handen al vol heeft. Kernvraag is of die vermenging van functies wenselijk is, omdat het bureau Topsport dan alle macht rond de olympische ploeg naar zich toetrekt. De belangrijkste externe kandidaat is Cees Vervoorn, oud-zwemmer en directeur van de Amsterdamse Academie voor Lichamelijke Opvoeding.