Bedelen

Bedelarij door kinderen komt in een stad als Napels regelmatig voor. Opeens, uit het niets, duikt in de trein een kind van een jaar of zes, zeven voor je op, schuddend met een bekertje, vragende ogen. Wat doe je?

Kinderen hoor je eigenlijk altijd iets te geven, is mijn credo, maar toch voel ik me enigszins gebruikt als ik bij de volgende halte een welgedane moeder zie uitstappen met het kind dat ze net op me heeft afgestuurd terwijl zij, verdekt op een afstandje opgesteld, stond toe te kijken.

Dát was niet de bedoeling, nee, maar wat had je dan gedacht? Dat al die kindertjes helemaal alleen op de wereld hun kostje bij elkaar moeten scharrelen? Dat is alleen iets voor ouderwetse kinderboeken.

Trouwens, de volgende keer ga je toch weer door de knieën als een klein, zwart meisje met zo'n voorgebonden kinderaccordeonnetje twee maten van O sole mio begint te spelen.

Veel machtelozer nog voel ik me bij een ander type bedelaar, een dat niet eens als zodanig bekendstaat: de zwerfhond. Wat de zwerfkat is voor Rome, is de zwerfhond voor Napels. De eerste dagen vallen ze je niet zo op. Die hond die daar in dat straatje steeds op en neerloopt, kan even zijn huis niet binnen. Dat komt wel goed. Maar de volgende dag zie je dezelfde hond er wéér rondlopen, als hij al niet zomaar ergens op een stoep ligt te slapen.

Slapende honden.

Je zou ze willen wakker maken, aanlijnen en naar het hotel meenemen. De volgende dag naar de dierenarts, een paar injecties en hup mee het vliegtuig in naar Nederland. Misschien iets voor een nieuwerwets kinderboek?

Als je erop gaat letten, zie je ze overal, de slapende honden. Volkomen uitgeteld liggen ze ergens langs de straat op hun zij, terwijl het verkeer voorbijraast. Vaak liggen ze bij elkaar in de buurt, alsof ze dat wat meer veiligheid geeft.

Het leven van een zwerfhond moet, vooral psychisch, nog uitputtender zijn dan dat van de zwerfmens. De zwerfmens heeft zich erbij neergelegd dat hij nergens bijhoort, voor hem is de wereld alleen nog maar een bar oord waarin hij moet overleven. De zwerfhond is van nature een optimist, hij blijft zo lang mogelijk op zoek naar een goed mens. Soms zie je hem een poosje oplopen met een voorbijganger, alsof hij wil suggereren: wij zouden best een leuk stel kunnen zijn. De illusie duurt nooit langer dan dertig, veertig meter. Dan moet de zwerfhond weer op zoek naar een andere illusie.

Dat is de zwerfhond die om aandacht bedelt. De meeste zwerfhonden bedelen gewoon om voedsel. Een hond die erg veel honger had, zat een oud vrouwtje tot in de slagerij achterna. ,,Mangiare!'', zei ze tegen mij met grote, angstige ogen.

De aardigste zwerfhond was de hond die een zeer plechtige ceremonie van hooggeplaatste politiefunctionarissen bij het koninklijk paleis van Capodimonte verstoorde. De heren stonden elkaar allemaal glinsterende decoraties op te spelden, toen een zwarte poedel onverschillig het binnenplein overstak. Hij wandelde wat om

de hoogwaardigheidsbekleders heen, schudde zich eens goed uit en kuierde toen weer door. Er

was niemand waar hij bij wilde horen.