Abbas' haast

Vier maanden geleden kozen de Palestijnen Mahmoud Abbas als president. Hij volgde de overleden Yasser Arafat op, tot dan toe de belangrijkste sta-in-de-weg voor een vredesregeling met Israël. Sinds Abbas' verkiezing, gevolgd door een gematigder Israëlische opstelling in het langjarige conflict met de Palestijnen, is het relatief rustig geweest in Israël en de Palestijnse gebieden. De gewelddadigheden over en weer verminderden. Abbas en premier Ariel Sharon van Israël schudden elkaar de hand en de publieke opinie roemde iets te snel het nieuwe tijdperk dat nu was aangebroken. De euforie is voorbij nu blijkt dat er verrassend weinig is gebeurd. Abbas' achterban begint ongeduldig te worden en roert zich. De eerste schermutselingen – raketten op joodse nederzettingen – dienden zich onlangs alweer aan.

Abbas ontmoet vandaag in Washington president George W. Bush, in de hoop dat deze erin slaagt Israël tot onderhandelen te dwingen over de diep weggeborgen `routekaart' naar vrede. In de Wall Street Journal van vandaag vuurt de Palestijnse president alvast een salvo af in de richting van Sharon en Bush: ,,Tijd is de grootste vijand van vrede in het Midden-Oosten. (...) Het is niet genoeg dit conflict simpelweg te managen, terwijl Israël eenzijdige maatregelen neemt.'' Het zint Abbas niet dat Israël zijn nederzettingen in Gaza wil opdoeken terwijl het volgens hem tegelijkertijd de kolonies op de Westelijke Jordaanoever versterkt en dit gebied afsluit met een kolossaal en ondoordringbaar hekwerk. Abbas doet een beroep op Bush om zijn woorden over een twee-statenoplossing na te komen.

Zijn cri de coeur heeft iets wanhopigs. Abbas staat voor de haast onmogelijke taak zijn verdeelde volk kalm te houden, extremisten van geweld te laten afzien, vredesgesprekken te beginnen en snel resultaat te boeken. De president kan nog even, maar niet lang meer, kapitaliseren op het beetje goodwill dat hij in eigen huis heeft. Zijn wittebroodsweken zijn haast voorbij. Zonder politieke en financiële hulp van buitenaf is hij nergens. Hij verdient de internationale steun waar hij om vraagt, niet alleen van Amerika maar ook van de Europese Unie, Rusland en de Verenigde Naties, mede-initiatiefnemers van de `routekaart'. Maar hij zal om te beginnen zèlf met initiatieven moeten komen, hetgeen tot nu toe is uitgebleven.

Israëls ,,unilaterale'' nederzettingenpolitiek lijkt de belangrijkste steen des aanstoots. Maar als Sharon erin slaagt zijn in eigen land omstreden plan tot sluiting van de kolonies in Gaza door te zetten, zou dat een nieuw feit scheppen; een doorbraak die de Palestijnen niet kunnen negeren. Ze zullen tevens moeten accepteren dat het onrealistisch is te verwachten dat Israël zijn grote nederzettingen op de Westoever ooit opgeeft, hoezeer dat ook te betreuren is. Het net zo betreurenswaardige hek dat Sharon liet optrekken en dat de meeste Israëliërs zien als een goede en niet meer weg te denken waarborg tegen aanslagen, is ook al haast een voldongen feit.

Arafats dood, een nieuwe man en vier maanden betrekkelijke rust in het Israëlisch-Palestijnse conflict hebben nog geen vredesoverleg opgeleverd – laat staan vrede. Het tij dreigt te verlopen en dat baart zorg. In die zin heeft Mahmoud Abbas gelijk. De tijd is de vijand van de vrede. Hij zal in zijn gesprek met Bush urgentie moeten overbrengen zonder anderen de schuld te geven van deze dreigende impasse. Er is geen dag meer te verliezen.