Het nieuws van 26 mei 2005

Kasteel Wijlre

De gastvrijheid van kunstverzamelaars Jo en Marlies Eyck, de bewoners van het zeventiende-eeuwse Kasteel Wijlre, is vermaard. Op gezette dagen gaan de poorten open en mag het publiek ongestoord rondlopen door de perfect symmetrische tuinen met prachtig geschoren heggen. In het koetshuis en in het Hedge House, een door architect Wiel Arets ontworpen paviljoen kunnen bezoekers een indruk krijgen van de kunstcollectie. Deze zomer is in en om het Hedge House een groepstentoonstelling te zien, waarvoor het gastheerschap als uitgangspunt diende. Aan elf kunstenaars werd gevraagd een werk te maken dat een relatie aan zou gaan met de omgeving. Naast een onkostenvergoeding kregen de kunstenaars ook de kans om een tijdlang op het landgoed te logeren. En zo ontstond A Guest + a Host = a Ghost. De meeste genodigde kunstenaars hadden al een bijzondere band met het terrein. Peter Struycken bijvoorbeeld, van wie het echtpaar Eyck 35 werken in de collectie heeft, maakte al in de jaren tachtig een sculptuur voor op het gazon. Nu maakte Struycken een stel gewaagde kleurenschema's voor het interieur van het Hedge House. Andere kunstenaars gingen met de natuur aan de slag. Irene Fortuyn maakte een `Portret van huis en tuin' door met het roet van de open haard een muurschildering aan te brengen. Ze plakte er bronzen broches op, afgietsels van fraai gevormde boomknoesten. Er zijn geen tekstbordjes op kasteel Wijlre, maar wie meer weten wil, hoeft maar een kik te geven of er staat iemand voor hem klaar.

Behaagzucht

Oh Happy Day is zo'n film die je in het filmhuiscircuit wel vaker tegenkomt: een en al behaagzucht. Sympathieke en alledaagse hoofdpersonen maken een dramaatje mee van een lach en een traan, met muziek om je in de stemming te houden en een ambivalente afloop om de boel een authentiek aanzien te geven. Er is het Deense sukkelclubje dat in een amateurkoor zingt (hier komt de Dogma-hit Italiaans voor beginners om de hoek kijken) en dat ineens zijn dirigent verliest aan een jongenskoor. (Hilariteit) Zo leren we Hannah kennen, een wat oudere Deense die haar hartstochten en ambities liever inslikt dan ze de vrije teugel geeft.Die Hannah gaat met haar gekke vriendin Grethe uit het koor naar het optreden van een Amerikaans spiritual-koor, geleid door een prachtige zwarte man met een zo te zien beheersbaar drankprobleem. Om er zeker van te zijn dat wij als publiek goed begrijpen wat er aan de hand is, laat regisseur Hella Joof de camera wel vier of vijf keer van nabij naar het gezicht van Hannah turen tijdens een van de extatische zangnummers. Die nacht krijgt de bus van het spiritualkoor een ongeluk doordat Hannah met haar broekspijp tussen de fietsketting blijft steken. (Hilariteit) Zodoende kan de koorleider zich vrijmaken om Hannahs koor te beluisteren. Hem valt direct de verstopte gave van Hannah op en hij neemt zich voor die eruit te halen. Hij háált haar gave eruit, én haar hartstocht en dan is Hannah niet meer te houden. De kantoorbaan die haar man haar belooft, geeft ze op voor de spirituele en fysieke bevrijding die Moses bewerkstelligt. Maar zoals het een echte Mozes betaamt: hij kan haar wel het beloofde land laten zien, maar hij mag het zelf niet betreden. Alle rafeltjes zijn er afgeknipt, behalve de rafeltjes die zorgvuldig zijn gedrapeerd om Oh Happy Day een mooi gevoel te geven. Het is tamelijk onecht allemaal, en ook niet erg grappig.

Musicals over oorlog en onafhankelijkheid

De klassieke Hollywoodmusical is dood, leve Bollywood! Dat zou een van de verklaringen kunnen zijn voor het toenemende succes van Indiase films bij een westers publiek. Ze bieden een avondje aangenaam `ouderwets' entertainment, waarna je fluitend naar huis gaat. En je krijgt nog waar voor je geld ook. De meeste producties duren langer dan drie uur, waarin van alles op aanstekelijke wijze gemengd wordt: spectaculair gechoreografeerde dansscènes, heerlijke liedjes, zwijmelende romantiek, wat actie en - niet onbelangrijk - humor. Maar onderschat de films niet. Zoals het immens succesvolle Lagaan twee jaar geleden al aantoonde, gaan de films vaak ook nog ergens over. Het kastenstelsel, het Engelse koloniale verleden, en ook de recente, vaak traumatische geschiedenis worden in het verhaal verwerkt. De deling van Pakistan en India in 1947, vlak na de onafhankelijkheid, laat her en der zijn sporen na. Ook in Kisna (in India zelf overigens een flop, net als Dev). Daarin keren de slachtpartijen die uitbraken tussen hindoes en moslims terug. Vooral als vervelend obstakel in het verhaal over de liefdesaffaire tussen Katherine, de dochter van de Britse gouverneur, en stalknecht Kisna, maar toch. Haar hooghartige, racistische vader moet niks hebben van Kisna en verbiedt hem zelfs de toegang tot zijn huis. De Indiërs zelf begrijpen ook niet veel van de rare relatie tussen Kisna en Katherine. Het probleem dat er in Bollywoodfilms niet gezoend mag worden, levert ondertussen enkele zeer erotische scènes op. Censuur is niet altijd slecht. Kisna en Katherine die schaars gekleed de Ganges induiken en elkaar dan begieten met waterkruiken: het is kitsch, maar wel verdomd goede.