Zelfs Oeso wil eurorente omlaag

De externe druk op de ECB om de rente te verlagen neemt toe. Ook de Oeso, onverdacht bastion van neoklassiek economisch gedachtegoed, dringt daar nu op aan.

Dat de Duitse bondskanselier Schröder aandringt op een renteverlaging door de Europese Centrale Bank hoeft nauwelijks te verrassen. Vandaag werd bekend dat de IFO-index die de Duitse conjunctuur peilt, opnieuw is gezakt. Dat de Italiaanse premier Berlusconi erop aandringt, nog minder. Italië is opnieuw in een recessie afgegleden. Maar wat als de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (Oeso), de denktank van dertig aangesloten industrielanden in Parijs, dat doet?

Gisteren, bij de presentatie van de halfjaarlijkse Economic Outlook van de Oeso, maakte chef-econoom Jean-Philippe Cotis gewag van een duurzaam verlies van momentum in de euro-economie. De prognose voor 2005 is verlaagd tot een magere 1,2 procent economische groei. Dat die groei in de loop van dit jaar aantrekt in de richting van de 2,0 procent die voor 2006 wordt voorzien, mag ter kennisgeving worden aangenomen. Dergelijke herstelpaden zitten standaard ingebakken in de modellen waarmee wordt gewerkt: er is daar altijd sprake van een terugkeer van de economische groei naar het langetermijngemiddelde.

Cotis herhaalde wat organisaties als het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en particuliere banken al tijden zeggen: er is sprake van een grote onevenwichtigheid in de wereldeconomie. Azië blijft op het hoge groeipad, de Verenigde Staten herwinnen in de prognoses van de Oeso aan momentum. Enkel Europa blijft flink achter.

In G7-verband wijzen de Europese landen, dat wil zeggen Duitsland, Frankrijk en Italië, vooral op de verantwoordelijkheid van de anderen om de onevenwichtigheden recht te trekken: Azië moet zijn wisselkoersen flexibiliseren (lees: revalueren) en de binnenlandse vraag de kans geven, om zo de handelsoverschotten recht te trekken. De VS moeten bezuinigen en meer sparen om de tekorten op de begroting en de betalingsbalans, die geld wegzuigen uit de rest van de wereld, in te perken. Maar ook Europa zelf heeft zijn taak in de onevenwichtige wereldeconomie, en dat is, naast het doorvoeren van structurele hervorming, het stimuleren van de binnenlandse vraag.

Dat laatste lukt niet goed. Dat komt deels doordat de hervorming, in zoverre die daadwerkelijk worden doorgevoerd, op de korte termijn zorgt voor onzekerheid bij de burger, die zijn hand liever op de knip houdt. Maar, zo liet de Oeso gisteren weten, het zou wel degelijk daarbij helpen als het rentebeleid vriendelijker voor de economische groei is.

De Oeso kan in haar oproep voor een lagere rente bezwaarlijk worden verward met Europese politici die op zoek zijn naar de makkelijkste uitweg uit de economische stagnatie. De Parijse denktank is een bastion van neoklassiek economisch gedachtegoed. Dat nu ook deze organisatie oproept tot een verlaging van de rente, is dus opmerkelijk. De Europese Centrale Bank (ECB) intussen, houdt haar rente nu al bijna twee jaar op het al lage niveau van 2 procent. ECB-president Jean-Claude Trichet heeft een verdere verlaging openlijk uitgesloten en gesuggereerd dat als er al een verandering van beleid komt, dat een renteverhóging zal worden.

Dat is wellicht niet zo verstandig geweest. Op de financiële markten zijn beleggers enigszins in de war. De langetermijnrente is uitzonderlijk laag. Duitse staatsobligaties renderen op dit moment nog maar 3,3 procent, hetgeen doorgaans geen teken is van een verwacht economisch herstel. De vrije geldmarktrentes, waaronder Euribor en Eonia, schommelen met waarden van 2,07 procent dicht boven het officiële rentetarief van de ECB. Handelaren zijn kennelijk nog niet bereid een verlaging van de ECB-rente in te calculeren. Dat kan veranderen, wanneer de ECB zich in de naaste toekomst wat minder rigide mocht opstellen. De Oeso is niet de eerste de beste, en als daar wordt opgeroepen om nog eens naar het rentebeleid te kijken in Frankfurt, moet dat zeer serieus worden genomen.