`Suriname heeft regering met pit nodig'

In Suriname zijn vandaag parlementsverkiezingen. De economie is redelijk stabiel, maar tegelijkertijd broos. ,,Er hoeft maar iets te gebeuren en we komen aan de verkeerde kant van de streep.''

Op het zandterrein voor winkel Ayal slenteren twee mannen naar de bankjes onder de bomen. Zoals bijna iedereen in het kleine Jarikaba zijn Henck Satoe en Laloe Shravan arbeiders bij Surland, het overheidsbedrijf voor de bananenindustrie. De zon schijnt ongenadig op de lange rijen bomen met de typerende brede, groene bladeren, een generator maakt onophoudelijk lawaai bij het oppompen van water.

Satoe en Shravan, die op de plantages sjouwen, planten en chemisch wieden, hebben geluk gehad. Anders dan honderden collega's behielden zij hun baan, toen Surland de afgelopen jaren, zoals meer Surinaamse staatsbedrijven, in problemen kwam en moest sluiten. De productiviteit was te laag, het personeelsbestand te groot, de schulden enorm, de vakbond te dominant.

Na een saneringsoperatie probeert de onderneming er nu via een doorstart weer bovenop te komen. ,,Maar de tijden zijn slechter geworden'', klaagt Shravan. ,,We moeten hard werken, de voorzieningen staan onder druk.'' Satoe legt de schuld bij de regering-Venetiaan: ,,Ze hebben de boel uit de hand laten lopen en te laat ingegrepen. Nu hebben we problemen.'' Beide mannen zullen vandaag dan ook niet meer op het Nieuw Front (NF), de regerende coalitie, stemmen.

Maar enkele meters verderop, in de winkel van Raj Radjkhoesial, is een ander verhaal te horen. Raj geeft zijn stem juist wél aan het NF. Voor hem telt maar één ding: stabiliteit. Natuurlijk is het moeilijk geweest in Jarikaba, vertelt hij. Maar de koopkracht van de mensen is op peil gebleven. Zijn omzet is stabiel en hij kan zelfs concurreren met de Chinese supermarkt verderop: ,,Kwestie van de prijzen droppen. Met mijn handel kan ik zelfs twee kinderen in Nederland laten studeren.''

De situatie in Jarikaba schetst ruwweg het Surinaams economische landschap. Aan de ene kant is er ontevredenheid over het vaak futloze beleid van de NF-regering, die weinig innovatief was en bovendien noodzakelijke maatregelen, zoals een drastische hervorming van het ambtenarenapparaat, achterwege liet. Aan de andere kant zien burgers en bedrijfsleven de voordelen van een stabiele macro-economische omgeving. Indicatoren voor het vertrouwen zijn verbeterd: de Surinaamse dollar is relatief stabiel en de overheidsfinanciën zijn redelijk in balans. ,,De basis is goed, maar de nieuwe regering moet nu enkele stappen verder zetten'', vindt Jim Bousaid, topman van de commerciële Hakrinbank en lid van de Economenvereniging. Hij wijst met name op de situatie rond een aantal staatsbedrijven als Surland of SML (rijst), waar de politiek vaak ook nog een vinger in de pap heeft: ,,De overheid heeft daar als manager niets te zoeken. Er is een enorme schuldenproblematiek. Snelle uitvoer van privatiseringsprogramma's moet topprioriteit worden.''

Zo liggen er meer grote economische dossiers al jaren te wachten op een daadkrachtige aanpak. Naast sanering van de overheidssector moeten er maatregelen worden genomen om de eigen productie drastisch te verhogen, is er nog steeds geen sprake van een ordelijke belastinginning en heeft Suriname te maken met een grote, informele sector, voornamelijk in stand gehouden door witwasactiviteiten wegens Suriname's positie als doorvoerland van cocaïne.

Bij het economisch beleid voor de komende jaren is één aspect cruciaal, vertelt Silvano Tjong A Hin, werkzaam bij de Inter Amerikaanse Ontwikkelingsbank IDB: ,,Suriname, met name de overheidssector, heeft schreeuwend behoefte aan deskundigen. Projectuitvoerders, mensen die de aanbestedingsregels kennen, IT-deskundigen, you name it. De regering moet komen met een masterplan om mensen te recruteren, bijvoorbeeld uit Nederland. Dan kan je in een aantal jaren een enorme klap maken.''

Blijven de noodzakelijke maatregelen uit, dan kan de broze situatie snel ten kwade keren. Suriname heeft recentelijk de wind mee gehad, omdat de exportprijzen van een aantal belangrijke producten zoals bauxiet, goud en olie gunstig waren. Bousaid: ,,Maar er hoeft maar iets te gebeuren en we komen aan de verkeerde kant van de streep terecht.''

Dat de huidige toestand fragiel is, laat ook het laatste rapport uit maart van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zien. Naast tevredenheid over het aangescherpte beleid, door het NF de afgelopen weken in de campagne prominent uitgedragen, is er ook een scherpe waarschuwing, die níét op de verkiezingspodia te horen was.

Het IMF wijst namelijk óók op de noodzaak dat Suriname ,,zich stevig vastlegt'' op ,,essentiële hervormingen in de publieke sector'' om ,,de kwestbaarheid van buiten'' te minimaliseren. Eén ding moet in ieder geval niet gebeuren, waarschuwen veel deskundigen: Suriname kan zich niet weer een bewind zoals onder Wijdenbosch (1996-2000) veroorloven, toen de staatskas werd geplunderd en de Centrale Bank als gelddrukmachine werd gebruikt. Dan maar liever weer een nieuwe Front-regering, zo is op te tekenen. Maar wel graag één met wat meer pit.

www.nrc.nl Dossier Suriname