`Pa hanteert de botte bijl'

Je ziet het steeds minder: kinderen die hetzelfde beroep kiezen als hun vader of moeder. Deel 8 van een serie dubbelgesprekken: twee brandweerlieden.

Toen Petra Claus (26) opgroeide, kwam het regelmatig voor dat haar vader uit zijn bed werd getrommeld. ,,Dan ging er een alarm af, schoot hij in zijn trainingspak en stormde hij het huis uit. Soms reden mijn zus en ik op de fiets achter hem aan. Gewoon, om te kijken hoe-ie het deed. We waren ontzettend trots op mijn vader.''

Ben Claus (58) was bijna dertig jaar lang vrijwilliger bij de brandweer in Doesburg. Hij begon er als `spuitgast' en klom op tot ondercommandant. Overdag was hij mededirecteur van een aannemersbedrijf, 's nachts reed hij met de brandweerauto door de stad. ,,Meestal zo'n twee of drie keer per week'', zegt hij. ,,Maar er waren ook perioden dat ik vijf nachten achtereen moest uitrukken. Ze noemen ons vrijwilligers, maar het werk is niet vrijblijvend.''

Vier jaar geleden meldde zijn dochter zich tot zijn verbazing (,,het is een kleine opdonder, ik had het nooit achter haar gezocht'') aan bij de brandweeracademie. Als (bezoldigd) hoofdbrandmeester geeft ze nu leiding aan een team van zestig brandweermannen en -vrouwen in Bergen op Zoom. Aanvankelijk wilde Petra Claus bestralingslaborante worden, maar gaandeweg de hbo-studie medisch beeldvormende en radiotherapeutische technieken (MBRT) kwam zij erachter dat de gezondheidszorg te veel van haar vergde. Haar moeder overleed vorig jaar aan borstkanker, na een ziekbed van zeven jaar. Het heeft, denkt ze, wel meegespeeld bij haar beslissing om een nieuwe weg in te slaan. Maar waarom de brandweer? ,,Ik was onder de indruk van de manier waarop mijn vader en zijn collega-brandweerlieden met elkaar omgingen. De kameraadschap was groots. Mensen hielpen elkaar zonder iets terug te verlangen. Dat sprak mij aan.''

Toch is van de kameraadschap van toen weinig overgebleven, moet Petra Claus erkennen. Vrijwilligers leven niet meer voor de brandweer, betaalde krachten declareren elk klusje. ,,Een brand blussen vinden mensen nog wel spannend, maar de rotzooi opruimen? Dat is een ander verhaal.'' Ben Claus: ,,Vroeger was brandweerman een roeping, nu is het een gewone baan. Mensen zijn een stuk materialistischer geworden.''

Bluste de brandweer in zíjn tijd vooral branden in woonhuizen, nu ligt de nadruk veel meer op het verkeer. ,,Moderne huizen zijn van beton gebouwd'', legt Ben Claus uit. ,,Daardoor doen zich daar veel minder branden voor.'' Op de weg daarentegen is de onveiligheid toegenomen. Meesmuilend: ,,En de brandweer wordt ook steeds vaker ingezet om oliesporen op het wegdek te verwijderen. Dat kwam vroeger nooit voor.''

Een ander verschil, zegt zijn dochter, is dat er veel meer aandacht is gekomen voor het voorkómen van branden. Dat heeft alles te maken met de rampen in Enschede en Volendam, vermoedt zij. ,,De roep om controle en handhaving is groter geworden. Als er over een jaar een outlet centre in Roosendaal verrijst, gaan wij nu al onderzoeken hoe het staat met de bluswatervoorziening. Wie gaat waar uitrukken? Werkt het noodplan? Dat moet duidelijk zijn voor de eerste steen wordt gelegd. Al was het maar om later schadeclaims te voorkomen.'' Ben Claus: ,,En jullie oefenen nu ook veel meer volgens duidelijke richtlijnen. In mijn tijd gebeurde dat vanuit de losse pols. We deden maar wat.''

Onenigheid hebben Claus senior en junior nooit over het werk. Petra: ,,Mijn vader is mijn sparring partner. Ik bel hem voor advies. Al hanteerde hij als leidinggevende graag de botte bijl. Ik ben diplomatieker.''

Dit is een serie over ouders en kinderen met hetzelfde beroep. Volgende week: twee boeren.