Oude koek met malse blaadjes

Raapsteeltjes, ze zijn er al weer een tijdje. Het verlokkende lichtgroene blad van raapsteeltjes is op zijn best als het rauw wordt gegeten. Je kunt er wat van door een groene bladsalade mengen of grof gesneden door bijtgare korte pasta roeren samen met wat gesmoorde stukjes pancetta en veel zwarte peper. Maar rauwe raapsteeltjes door gestampte aardappels vind ik nog altijd een van de lekkerste combinaties. Oude koek met malse blaadjes maar o zo snel klaar.

Koop raapsteeltjes liefst op een boerenmarkt want dan zijn ze kraakvers en heerlijk om rauw te eten; verflenste bosjes raapstelen lenen zich beter voor gepureerde groentesoep.

Bereiding: Schil de aardappels, snijd ze in blokjes en kook ze in ruim water en wat zout gaar in circa 8 minuten. Snijd intussen de uiteinden met de worteltjes van het bosje raapstelen weg. Was de raapsteeltjes in ruim water en laat ze even uitlekken in een vergiet. Voeg ze weer bijeen tot een bundeltje en snijd blad en stelen in stukjes van circa 1 1/2 cm. Giet het water af van de aardappels en stamp de blokjes tot kruim in de pan. Roer er dan warme groentebouillon door en flink wat olijfolie. Roer vervolgens de raapstelen door de gestampte aardappels, breng de stamppot definitief op smaak met zout en maal er royaal peper over. De olijfolie is belangrijk want die zorgt dat het gerecht niet te zwaar op de maag wordt en verleent bovendien een heerlijke smaak aan het geheel. Eet dit voorjaarsstamppotje eens op zichzelf als voorgerecht, dan komt de fijne smaak van de raapstelen beter tot zijn recht.

Morgen: kaassoep