Ontvoer de bisschop, ha ha ha

Drie straatschoffies in Dublin vinden een pistool op straat en besluiten daarmee de bisschop te ontvoeren, gewoon voor de lol: het gegeven van Roddy Doyle's komedie Brownbread (1986) is al ijzersterk. De drie jongens op een slaapkamertje in de buitenwijk Barrytown, de bisschop in volle ornaat op de grond, en buiten de politie die het ook niet meer weet. Want wat moet je met terroristen zonder eisen of motieven; terroristen die alleen maar giechelend een mijter opzetten en hun middelvinger opsteken?

De tamelijk onbekende Utrechtse groep Inka Parka voert de komedie op in de werkplaats van de iets grotere zustergroep Aluin. Victorine Plante (van cabaretduo Bolder & Plante) vertaalde en regisseert. De groep sluit met Brownbread aan bij het groeiende aantal jonge groepjes die wilde komedies brengen over criminele jongeren, geïnspireerd op het idioom van Amerikaanse geweldsfilms. Plante laat haar beginnende acteurs snel, luid en vet spelen. Sommige gaat dat beter af dan anderen. Vaak draagt deze speelstijl bij aan de algemene hilariteit, soms verpest de aanpak juist de grappen.

De populaire Ierse schrijver Doyle (Paddy Clarke, Ha Ha Ha, The Barrytown Trilogy) begint met waar hij goed in is: een geestige en milde blik op het ruwe Ierse arbeidersmilieu. Deze krijgt vooral gestalte in de vader van een van de jongens – gemoedelijk gespeeld door Edo Brunner – die met een brommerhelm op het politiekordon doorbreekt om te vragen of de jongens soms zin hebben in een patatje.

Doyle laat de komedie al snel gierend uit de bocht vliegen. Het Amerikaanse leger doet een inval in Barrytown om de bisschop te bevrijden. De Amerikanen, die de Ierse jochies zien als internationale terroristen, maken er al snel een potje van, zodat president Bush er per satelliet aan te pas moet komen om de zaak recht te breien, mede onder druk van de Iers-Amerikaanse gemeenschap.

Opmerkelijk dat de komedie al in 1986 is geschreven, enige jaren vóór Irak 1 en Bush 1. Plante heeft haar vertaling natuurlijk geactualiseerd, maar zelfs zonder die ingreep klinkt het allemaal zeer actueel.

Dat wil overigens niet zeggen dat Doyle ,,een scherpe blik op de Amerikaanse bemoeienis met de rest van de wereld' heeft, zoals de groep op de folder meldt. Daarvoor is de interventie te clichématig en te uitzinnig komisch. Doyle gebruikt de inval vooral om de gijzeling razendsnel uit de hand te laten lopen, en de komedie in de vijfde versnelling te zetten. `Scherp' past sowieso niet in zijn pallet. Vermakelijk en hilarisch wel.

Voorstelling: Brownbread van Roddy Doyle, door Inka Parka. Regie: Victorine Plante. Gezien 23/5 Utrecht, Villa Concordia (Concordiastraat 67, op industrieterreintje). Aldaar t/m 8/6. Inl. 030-27