Onduidelijkheid troef in CAO-overleg

Nooit eerder moesten er zoveel CAO's vernieuwd worden als dit jaar. Dagelijks zitten onderhandelaars aan tafel om te praten over vroegpensioen, ziekte-uitkeringen, kinderopvang en loonstijgingen. Wat leveren die onderhandelingen op? Een tussenbalans.

Inmiddels zijn er zo'n 150 CAO's afgesloten. Dat is nog maar het begin, want uiteindelijk moeten dit jaar meer dan duizend CAO's vernieuwd worden. Dat zijn de CAO's die dit jaar sowieso aan de beurt zijn, maar ook heel wat CAO's die vorig jaar afliepen en die niet aangepast werden als gevolg van de onduidelijkheid rondom het vroegpensioen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat het vroegpensioen centraal staat bij de huidige onderhandelingen. Maar terwijl het er vorig jaar nog naar uitzag dat bijna niemand meer eerder kon stoppen met werken, worden er inmiddels volop afspraken gemaakt over vervroegde pensionering. FNV-bestuurder Agnes Jongerius is tevreden. Maar de werkgevers hadden het liever anders gezien. ,,Wat je nu veel ziet is dat mensen een hoger ouderdomspensioen kunnen opbouwen voor na hun 65ste. Dat pensioen is zó hoog en zó luxe dat ze het kunnen gebruiken om een paar jaar eerder te stoppen met werken'', zegt Hans van der Steen, voorzitter van werkgeversorganisatie AWVN.

Van der Steen spreekt van ,,struisvogelpolitiek''. ,,Door de vergrijzing en de ontgroening zullen de pensioenen straks alsnog onbetaalbaar worden.'' Het liefst zou hij zien dat de onderhandelaars een voorbeeld nemen aan de nieuwe CAO van Akzo. Daar gaan de werknemers op hun 65ste met pensioen. Wie eerder wil stoppen met werken, kan daar zelf voor sparen in de levensloopregeling. Werknemers kunnen elk jaar een deel van hun salaris onbelast opzijzetten en Akzo levert daar ook een bijdrage aan. ,,Dat is veel verstandiger dan alle fiscale ruimte benutten om toch nog prepensioen op te bouwen.''

Toch zijn de vroegpensioenafspraken niet meer zo riant als een jaar geleden. Weliswaar blijft het vroegpensioen in tientallen CAO's bestaan, in heel wat meer andere CAO's kwamen werkgevers en werknemers er niet uit en is het onderwerp op de lange baan geschoven. Bovendien geldt in de CAO's waar vroegpensioen wél geregeld is, dat de leeftijd waarop mensen kunnen stoppen met werken iets stijgt. Soms een paar maanden, meestal een jaar. De uitkomst voor ambtenaren is nog onduidelijk, omdat er – op de universiteits- en hbo-CAO's na – nog geen CAO's zijn afgesloten. Maar Ina Sjerps, voorzitter van de overheidswerkgevers, maakt het liefst korte metten met het huidige vroegpensioen. Dat heeft vooral te maken met de financiering. Die is in elke sector anders geregeld. Soms hebben mensen er zelf geld voor opzij gelegd, soms wordt het vroegpensioen van ouderen grotendeels betaald door jongeren. Dat is bij ambtenarenpensioenfonds ABP het geval. ,,Jongeren betalen nu veel premie, terwijl ze er zelf niet van profiteren'', meent Sjerps.

Ook de uitkering bij ziekte staat hoog op de agenda van de onderhandelaars. Oorspronkelijk mochten de werkgevers het loon in het eerste ziektejaar tot 100 procent doorbetalen. In het tweede ziektejaar zouden werknemers het moeten doen met 70 procent. In de Stichting van de Arbeid is echter afgesproken dat in totaal meer dan 170 procent betaald mag worden als er serieus werk wordt gemaakt van begeleiding van zieke werknemers. ,,Je ziet in de nieuwe CAO's allerlei varianten'', zegt Wim Engels, CAO-coördinator van vakbond Unie MHP. ,,Soms krijgen mensen het eerste halfjaar 100 procent, dan een halfjaar 90 procent en in het tweede jaar 80 procent.'' Maar van het reïntegratiebeleid komt ondertussen weinig terecht, vinden zowel werknemers als werkgevers. Aan wie dat ligt is onduidelijk, want de partijen geven elkaar de schuld. ,,Werkgevers doen alsof ze het alleen over geld hoeven te hebben'', zegt FNV'er Jongerius. AWVN-voorzitter Van der Steen: ,,De vakbonden moeten de hand in eigen boezem steken. Zíj hebben reïntegratiebeleid en verzuimpreventie fors ontmoedigd.''

Ook over de lonen verschillen werkgevers en werknemers vaak van mening. De FNV zet in op een loonsverhoging van 1,25 procent en in veel CAO's is inmiddels een stijging van 1 procent afgesproken. ,,Dat is niet wat we bedoelden toen we met de sociale partners afspraken dat we uiterste terughoudendheid zouden betrachten'', zegt Van der Steen. ,,Wij zijn niet tegen, maar dan moet er iets tegenover staan, bijvoorbeeld afspraken over flexibiliteit, zodat de werkgever kosten kan besparen.'' Met de vele afspraken die inmiddels gemaakt zijn over `resultaatgericht belonen' is hij wel tevreden.

De loonsverhogingen in het bedrijfsleven zijn niet haalbaar voor ambtenaren, denkt voorzitter Sjerps van de overheidswerkgevers. ,,De overheid volgt de nullijn, dus als de loonkosten stijgen, gaat dat ten koste van iets anders'', waarschuwt zij. ,,Dat komt terug in de arbeidsvoorwaarden of de werkgelegenheid.'' FNV-bestuurder Jongerius: ,,Er is geen reden om de overheid op achterstand te zetten, dus dat worden stevige onderhandelingen.'' Maar volgens Sjerps staat de overheid helemaal niet op achterstand. ,,De overheid volgt het bedrijfsleven altijd één of twee jaar later. Wij hadden een paar jaar geleden nog flinke loonsverhogingen toen die er in de marktsector niet waren.''

Bij de onderhandelingen over de ambtenaren-CAO's komt ook het ouderschapsverlof op de agenda. De overheid is een van de weinige sectoren die dit verlof deels doorbetaalt. Jongerius hoopt dat dit niet verandert. ,,Het argument is dat je de levensloopregeling kunt gebruiken voor ouderschapsverlof. Maar als je de levensloopregeling positief in de markt wilt zetten, moet je die regeling niet presenteren als vervanging voor vroegpensioen en doorbetaald ouderschapsverlof. Dan krijgt de regeling een nog slechtere bijsmaak dan zij al heeft.'' Maar Sjerps wil doorbetaald ouderschapsverlof ter discussie stellen. ,,Mensen gebruiken het een tijdje voordat ze in deeltijd gaan werken, maar je kunt ook meteen in deeltijd gaan werken. Dat is een wettelijk recht. Ik zou het geld liever gebruiken voor verlenging van het zwangerschaps- en bevallingsverlof.'' Bovendien vindt ze het onterecht dat de overheid als werkgever zo nadrukkelijk opdraait voor de kosten van kinderen. ,,Mensen met kinderen werken graag bij de overheid wegens de goede voorzieningen. Dan werkt de tweede partner vaak in het bedrijfsleven. Daar kunnen ze een beter salaris bieden, omdat ze die voorzieningen niet hebben. Dat de overheid voor ouders een aantrekkelijke werkgever is, levert ons natuurlijk concurrentievoordeel op. Maar ik denk toch dat we de kosten van kinderen anders moeten verdelen.''

Een ander belangrijk onderwerp voor ouders is de kinderopvang. De meeste werkgevers betalen hier inmiddels aan mee. ,,Recentelijk hebben we in de CAO voor het uitzendwezen ook vastgelegd dat de werkgevers meebetalen'', zegt Jongerius. ,,Daar ben ik blij mee, want dat is een grote CAO in een branche met veel vrouwen.'' De nieuwe kinderopvangwet gaat ervan uit dat de werkgevers van beide partners elk een zesde betalen. ,,In het verleden waren er werkgevers die eenderde betaalden als de werkgever van de andere partner niet meebetaalde'', zegt Jongerius. ,,Dat gebeurt steeds minder.'' Sjerps vindt dat terecht. ,,De overheidswerkgevers betalen hun eigen werkgeversdeel.'' Overigens zou ze, zegt zij, van kinderopvang liever een collectieve voorziening maken.

Opmerkelijk genoeg staat in 30 procent van de CAO's nog niets over kinderopvang. CAO-coördinator Wim Engels heeft de indruk dat de nieuwe wet een negatief effect heeft op de houding van de sociale partners. ,,Als de werkgever niet meebetaalt, keert de overheid een compensatie uit. Ik heb het idee dat men zich er aan de onderhandelingstafel om die reden niet druk om maakt. Dat zal in 2008 wel veranderen, als de compensatie wordt afgeschaft.''

Wat volgens zowel werkgevers als werknemers niet goed uit de verf komt, zijn de afspraken over `sociale innovatie', zoals dat in hun jargon heet. ,,Leeftijdsbewust personeelsbeleid en loopbaangesprekken voeren bijvoorbeeld'', zegt Engels. ,,Je houdt ouderen langer aan het werk als je ze een andere job kunt aanbieden zodra het werk zwaar valt.'' In de ogen van Sjerps is dat zelfs belangrijker dan de vroegpensioendiscussie, waar iedereen zich op concentreert. ,,Het is een trend in de sociale zekerheid dat de wetgever de verantwoordelijkheid om mensen aan het werk te houden bij de werkgevers neerlegt. Die moeten er steeds meer voor zorgen dat ouderen en zieken aan de slag blijven. Tegelijkertijd hebben we te maken met een enorme ontgroening. Op heel korte termijn ontstaat er een tekort aan hoogopgeleiden, om te beginnen in het onderwijs. We kunnen ons die uitstroom van ouderen dus helemaal niet permitteren. Hoe lossen we dat op? Dat vind ik de grootste uitdaging.''

Voor werkgeversvoorzitter Van der Steen hoort slimmer werken daar ook bij. ,,Nederland blijft qua arbeidsproductiviteit achter bij de rest van Europa. Dat hoeft niet te betekenen dat we de werktijd verlengen, want je kunt ook andere dingen doen die de productiviteit verhogen. Je kunt de werkroosters aanpassen of flexibel met werktijden omspringen, zodat je direct kunt inspelen op drukke en slappe periodes. Maar daarover zijn maar in een paar CAO's afspraken gemaakt.''

Jongerius is het met hem eens, maar volgens haar is dit niet het juiste moment om daarover afspraken te maken. ,,Ik heb toch al zo'n medelijden met de onderhandelaars. Er liggen al zoveel belangrijke onderwerpen op hun bord waar ze niet onderuit kunnen. Dan schiet een onderwerp als innovatie erbij in, hoe jammer dat ook is.'' Engels beaamt dat. ,,Tegen de tijd dat de onderhandelaars aan innovatie toe zijn, hebben ze geen puf meer om het op de agenda te zetten.''