Musicals over oorlog en onafhankelijkheid

De klassieke Hollywoodmusical is dood, leve Bollywood! Dat zou een van de verklaringen kunnen zijn voor het toenemende succes van Indiase films bij een westers publiek. Ze bieden een avondje aangenaam `ouderwets' entertainment, waarna je fluitend naar huis gaat. En je krijgt nog waar voor je geld ook. De meeste producties duren langer dan drie uur, waarin van alles op aanstekelijke wijze gemengd wordt: spectaculair gechoreografeerde dansscènes, heerlijke liedjes, zwijmelende romantiek, wat actie en - niet onbelangrijk - humor. Maar onderschat de films niet. Zoals het immens succesvolle Lagaan twee jaar geleden al aantoonde, gaan de films vaak ook nog ergens over. Het kastenstelsel, het Engelse koloniale verleden, en ook de recente, vaak traumatische geschiedenis worden in het verhaal verwerkt. De deling van Pakistan en India in 1947, vlak na de onafhankelijkheid, laat her en der zijn sporen na. Ook in Kisna (in India zelf overigens een flop, net als Dev). Daarin keren de slachtpartijen die uitbraken tussen hindoes en moslims terug. Vooral als vervelend obstakel in het verhaal over de liefdesaffaire tussen Katherine, de dochter van de Britse gouverneur, en stalknecht Kisna, maar toch. Haar hooghartige, racistische vader moet niks hebben van Kisna en verbiedt hem zelfs de toegang tot zijn huis. De Indiërs zelf begrijpen ook niet veel van de rare relatie tussen Kisna en Katherine. Het probleem dat er in Bollywoodfilms niet gezoend mag worden, levert ondertussen enkele zeer erotische scènes op. Censuur is niet altijd slecht. Kisna en Katherine die schaars gekleed de Ganges induiken en elkaar dan begieten met waterkruiken: het is kitsch, maar wel verdomd goede.

Het zesde Hindustaans Filmfestival vertoont niet alleen recente Bollywoodfilms - voor Hindoestanen vaak niet recent genoeg, zie hiernaast - maar ook enkele klassiekers. Zoals de eerste Indiase film die voor een Oscar werd genomineerd in 1958, Mother India, die te zien is in een nieuwe kopie. Hierin speelt een van de grootste Indiase filmsterren, Nargis, een prachtige rol. Haar leven staat symbool voor het land India en het streven naar onafhankelijkheid. De Britse overheerser is in Mother India een woekeraar die Radha (Nargis), haar man en twee zoons uitbuit.

Een andere ster, al sinds 1975, is Amitabh Bachchan, die in drie films uit het programma opduikt: Black, Waqt, en Veer-Zaara van grootmeester Yash Chopra. Black wijkt af van de Bollywood-formule en is alleen al daarom de moeite waard: er zitten helemaal geen liedjes in en het onderwerp vertoont geen enkel licht trekje. In de film spelen doof- en blindheid en Alzheimer de hoofdrol. Bachchans zoon Abhishek speelt vooralsnog wat lichtere rollen, te vergelijken met zijn vaders rollen in de jaren zeventig als actieheld, in al te gelikte producties als Dhoom, een soort remake van The Fast and the Furious, gemengd met allerlei andere Hollywoodfilms. Want kopiëren, dat doet de Bollywoodindustrie graag. Voor Indiërs zelf is dat niet zo storend, want die kijken meestal niet naar Amerikaanse films. Dat Phir Milenge de plot leent van Jonathan Demmes Philadelphia doet er dan ook niet zo toe. Bovendien levert het een voor Indiase begrippen gedurfde film op over de strijd van een met het hiv-virus geïnfecteerde vrouw tegen haar werkgever die haar ten onrechte ontsloeg. Indiase toeschouwers leren terloops het verschil tussen hiv en aids, en dat ze zonder angst voor infectie gewoon de hand kunnen schudden van de zieken.

Hindustaans Filmfestival. 26 mei t/m 12 juni. In: Filmhuis Den Haag, Lantaren/Venster, Rotterdam; 't Hoogt, Utrecht; Filmmuseum Cinerama, Amsterdam; Stadstheater, Zoetermeer.