Maskers

De architecten van de Ronde van Italië zijn tuk op traditie. Ook deze Giro ontsnapt niet aan het heilige `zwaartepunt': een hele week vakantie in de Dolomieten, volpension. Net nu iedereen een beetje op zijn tandvlees kauwt. En niet van die moderne ultrakorte ritjes, maar slome, volwassen etappes van boven de tweehonderd kilometer met vier, vijf ploerten van cols.

Ik houd zo van die laatste Giro-week.

Zondagmiddag schakelde ik weer in. Ze beklommen net het dak van de ronde, de Stelvio-pas. Dertig kilometer hairpins naar een hoogte van ruim 2.750 meter. Daar heb je als kijker wel een uur of anderhalf de handen aan vol. In theorie kun je rustig een paar keer gaan plassen zonder iets te missen. Ja, de regisseur deinde van de ene pluk renners naar de andere, en duidelijk werd dat we voormalig roze truidrager Ivan Basso, vorige week door La Gazzetta dello Sport nog vereerd met de bemoedigende titel `Ivan de Grote', door het drinken van veel te koude maag- en darmverpestende drankjes niet meer op het podium in Milaan hoeven te verwachten. Maar meer gebeurde er ook niet.

Hoewel ik aandrang voelde om te plassen, verhief ik me niet van de bank. Van de Stelvio mag geen seconde worden gemist. Wielrennen zoals het bedoeld was: een trage dans door de onherbergzaamheid. Op de Stelvio keek je geen gezonde mensen in de smoelen maar bleke maskers zoals James Ensor ze geschilderd had: scholen er wel mensen achter die maskers?

De Stelvio werd speciaal voor de Giro met sneeuwschuivers geopend. Tussen witte gevels wurmde het residu van een monsterontsnapping zich naar de top. Stokkende lijven in ijle atmosferen. Tijd om bij ijlheid stil te staan was er niet. In ieder geval was nadenken over dit of dat zuurstofgehalte zinloos. De lijven moesten door. Simpel.

In de kopgroep Ivan Parra, Colombiaan. Zaterdag had de man als eenzaam overblijfsel van een monsterontsnapping een exclusieve Dolomietenexcursie op zijn naam geschreven. Naar ijzeren wielerlogica moest hij totaal versleten zijn, dus wat deed hij in de kopgroep? Parra het kleintje, een paar maanden geleden nog zonder contract maar voor een minimumsalaris ingelijfd door de tweede divisieclub Sella Italia, fietste voor de tweede opeenvolgende dag voor een kapitaal aan trage televisieminuten bij elkaar. Tegen de avond leek het hoofd van Parra op een vissenkop. Hij zal er niet mee ingezeten hebben, hij won opnieuw in grootse eenzaamheid.

Even terug naar zaterdag. Parra die de eindstreep nadert. Hij gaat rechtop zitten, hij is uitzinnig. Onder zijn linkerbroekspijp haalt hij opeens een pasfoto tevoorschijn. Hij geeft er een kus op en toont ze aan het publiek en de kijkers in de huiskamer. Een opdracht aan een dode, vermoed ik. Later blijkt het om zijn eenjarig zoontje te gaan, Philippo.

Pappa meldde heel menselijk: eindelijk brood op de plank, mien jong.