Linkervleugel blijft SPD trouw, maar met moeite

Oskar Lafontaine, boegbeeld van de linkervleugel van de Duitse SPD, stapt uit de partij. Hoewel velen het inhoudelijk met hem eens zijn, zullen ze hem niet volgen.

,,Oskar, wees eerlijk: ga nu!'' Oskar, donder op. De secretaris-generaal van de SPD, Klaus Uwe Benneter, had er genoeg van. En Oskar ging.

Zeven jaar heeft Oskar Lafontaine, voormalig voorzitter van de partij en oud-minister van Financiën, de SPD vanaf de zijlijn op de korrel genomen. Keer op keer wakkerde Lafontaine de onrust in de partij aan door de koers van kanselier Schröder als kil neoliberalisme aan te vallen. Toen hij na de verloren verkiezingen van zondag in Noordrijn-Westfalen wéér zijn pijlen afschoot, had de SPD-top het met hem gehad.

Oskar Lafontaine treedt uit de partij omdat de SPD met de hervormingskoers van Schröder de verkiezing in wil gaan. De aartsrivaal van Schröder speelt zelfs met de gedachte om de SPD van links aan te vallen. Als kopstuk van een nog te vormen linkse verbintenis bestaande uit de ex-communistische PDS en de linkse splinterpartij WASG (Stemalternatief werk en sociale rechtvaardigheid). In dat geval zou de SPD in de net ontbrande verkiezingsstrijd in de tang worden genomen: de christen-democraten en liberalen van rechts, Oskar Lafontaine van links. Geen prettig vooruitzicht.

De kans dat een links verbond daadwerkelijk van de grond komt is echter niet zo groot.

Het is een sympathieke gedachte, zei PDS-coryfee Gregor Gysi, maar helaas heeft Schröder al een streep door de rekening gehaald. De tijd is krap. De PDS heeft Lafontaine een plaats op haar lijst aangeboden – een optie waarvoor deze inmiddels vriendelijk heeft bedankt. Het overkoepelend vakverbond DGB ziet ook niets in een nieuw links verbond.

De linkervleugel van de SPD was altijd zeer gecharmeerd van de politieke koers van de oud-voorzitter. In columns, onder andere in het boulevardblad Bild, en talloze interviews ontwikkelde Lafontaine zich tot een venijnige criticus van de hervorming van de verzorgingsstaat. Vertegenwoordigers van de rechtervleugel van de partij zoog hij het bloed onder de nagels vandaan. De linkervleugel voorzag hij van ammunitie voor het interne debat.

Diezelfde linkervleugel was daarentegen niet erg te spreken over de persoon Lafontaine en diens strategische inzicht. In 1998 bedankte Lafontaine plotsklaps voor het voorzitterschap van de partij en voor het ambt van minister van Financiën, dat hij net enkele maanden bekleedde. Zijn aanhangers zagen dat als verraad en hebben hem de desertie nooit vergegeven.

Sommige vertegenwoordigers van links hebben dan ook al laten weten dat ze er niet over piekeren om met Lafontaine mee te gaan naar een nieuw links verbond. Zo zei Sigrid Skarpelis-Sperk, SPD-afgevaardigde in de Bondsdag en een felle tegenstander van Schröder: ,,Ik blijf zeker in de SPD. Waarom zou ik uitgerekend nu uit de partij stappen, nu een koerswijziging van de Duitse sociaal-democratie weliswaar niet onmiddellijk verwezenlijkt kan worden, maar wel aan de horizon verschijnt?''

Met of zonder Lafontaine, de linkervleugel in de SPD blijft eisen stellen. Al enkele uren na Schröders aankondiging van vervroegde verkiezingen maakte plaatsvervangend fractievoorzitter Michael Müller zich sterk voor een duidelijk antikapitalistisch profiel. Anderen pleitten onmiddellijk voor een aanpassing van Schröders hervormingen die als onrechtvaardig worden ervaren. Velen zien ook niet in waarom je met een koers die net is afgestraft opnieuw zou moeten aantreden. Partijvoorzitter Franz Müntefering zei ironisch dat hij zich al ,,verheugde'' op de interne discussies.

Schröder is er met zijn coup van afgelopen zondag in elk geval niet in geslaagd om het interne debat in één klap te smoren. De vervroegde verkiezingen moesten disciplinerend werken op de partij en dissidenten weer in het gareel brengen. Door de campagne kort te houden is het risico van interne twisten bovendien kleiner. Op twee partijcongressen zullen de Genossen zich deze zomer weer de vraag moeten stellen hoeveel neoliberalisme ze kunnen verdragen en hoeveel aanpassing van sociale verworvenheden ze nog kunnen verantwoorden.

In de richtingenstrijd spelen ook de vakbonden een prominente rol. Het machtige vakverbond DGB, traditioneel nauw verweven met de SPD, heeft al jaren grote moeite met Schröders koers. Voorzitter Michael Sommer maakte bekend dat de DGB deze keer géén stemadvies pro SPD zal uitbrengen, ook al vrezen de bonden dat een regering onder leiding van de CDU zal beknibbelen op de rechten van werknemers.