IJzeren Rijn: kosten delen met België

Nederland moet meebetalen aan de IJzeren Rijn. Dat heeft het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag bepaald.

De reguliere kosten voor het reactiveren en moderniseren van de oude spoorlijn zijn voor de Belgen, maar een door Nederland gewenste omleiding bij Roermond moet Nederland zelf betalen, en ook moeten Nederlanders en Belgen samen de kosten dragen van een tunnel door nationaal park De Meinweg, ten oosten van Roermond. Bovendien moet Nederland bijdragen in de kosten omdat ook Nederlandse treinen later over een deel van de spoorlijn zullen rijden.

België en Nederland hadden twee jaar geleden een geschil over de kosten van de IJzeren Rijn voorgelegd aan dit internationale rechtscollege en beloofden daarbij zich bij de uitspraak neer te leggen.

De IJzeren Rijn is een oude Belgische spoorverbinding tussen Antwerpen en het Duitse Ruhrgebied die over Nederlands grondgebied loopt. De Belgen hebben zes jaar geleden aan Nederland verzocht mee te werken aan de reactivering van de enkelspoors lijn, die nauwelijks meer wordt gebruikt.

De Belgen hebben het recht om de spoorlijn te gebruiken, omdat beide landen dat in 1879 hebben vastgelegd in een verdrag. Wel is op het opnieuw in gebruik nemen en moderniseren van de spoorlijn de Nederlandse wetgeving van toepassing. Maar Nederland kan niet zelfstandig besluiten om dit historische tracé te wijzigen, aldus het Hof.

De kosten van de noodzakelijke maatregelen om het historische tracé weer in gebruik te nemen zijn in principe voor de Belgen, aldus de uitspraak. Maar daaronder valt niet een door Nederland gewenste afwijking van de historische route, namelijk een omleiding van de goederenspoorlijn bij Roermond. Ook moeten de kosten voor een tunnel door nationaal park De Meinweg ten oosten van Roermond door Belgen en Nederlanders gezamenlijk worden opgebracht. Zonder de plannen van de Belgen zou een tunnel inderdaad niet nodig zijn geweest, reden waarom de Belgen eraan moeten betalen.

Nederland heeft het gebied aangewezen als nationaal park in 1995.