Geloof niet in een God-van-de-gaten

Evolutie is voor veel gelovigen geen probleem, maar de moderniteit wel, meent Willem B. Drees.

De minister van Onderwijs wil een discussie over evolutie. Evolutie is echter niet voor alle gelovigen een probleem. Velen merken met verbazing dat sommigen denken dat hun geloof af zou hangen van de onwaarheid van een wetenschappelijke theorie.

In de begintijd van de moderne wetenschap vonden sommige auteurs dat organismen zo goed pasten bij de wereld waarin ze functioneren, dat ze wel door een groot ambachtsman gemaakt moeten zijn. Dat was een legitimatie van wetenschap, die Gods werken bestudeert. Vooral in Engeland speelde het `argument from design' een grote rol. Door Darwins evolutietheorie (1859) dreigde het argument vanuit doelmatigheid verloren te gaan. Een overtuiging hoeft natuurlijk niet in de prullenbak wanneer een argument wegvalt. Maar het argument speelde zo'n grote rol in de onderbouwing van geloof dat kritiek op dit argument kritiek op het geloof zelf werd.

Rond 1960 ging het om iets anders, het gezag van de Bijbel. Gegeven de scheiding van kerk en staat was het niet passend om de Bijbel als argument te gebruiken in het biologieonderwijs. Daarom werd een liberaal argument gebruikt: verschillende wetenschappelijke standpunten dienen evenveel aandacht te krijgen. Daarom ook werd de eigen positie voor de buitenwereld gepresenteerd als een wetenschappelijk alternatief. De zogeheten Young Earth Creationists gingen zoeken naar wetenschappelijke argumenten ten gunste van de schepping in zes dagen, een paar duizend jaar geleden. En vooral, zoeken naar losse eindjes in de evolutiebiologie. Want dat is kenmerkend voor creationisme en `intelligent design': de inzet is gericht op het vinden van zwakke plekken in evolutionaire verklaringen, en niet op eigen voorspellingen.

Young Earth Creationisme week te veel af van de wetenschap om de verkleedpartij met succes te kunnen volhouden. In de laatste tien jaar is dan ook een andere strategie prominent, die van `Intelligent Design'. Met `ID' zijn we weer terug bij het argument vanuit de doelmatigheid. Waarbij wel de strategie van de `wetenschappelijke creationisten' is overgenomen. De ambitie is ID wetenschappelijk te verdedigen. Daarom lijkt het een wetenschappelijke controverse, maar eigenlijk is het een religieuze en maatschappelijke controverse.

In de tijd van Darwin was evolutie een element in de strijd tussen traditionele en modernistische gelovigen. Dat bij de recente opening naar de anti-evolutie lobby een katholieke minister een prominente rol speelt, is verbazingwekkend, aangezien in de katholieke kerk evolutie nog minder een issue was dan bij protestanten. Paus Johannes Paulus II heeft zich positief over de evolutietheorie uitgelaten. Indien de zwaartekracht de planeten in hun baan houdt, dan is dat prima. Het is immers God die de Schepper is van de zwaartekracht.

Zo geldt dat ook voor evolutie. Indien er een evolutionair proces is geweest, dan ontdekken we Gods scheppend handelen in en door natuurlijke processen. Natuurlijk roept deze positie ook vragen op over geloof en wetenschap, maar dat zijn filosofische vragen die ook gelden voor de zwaartekracht.

Het is ook een sociale strijd. Na de schietpartij op Colombine Highschool in Littleton las de leider van de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden in Amerika een brief voor waarin verdedigd werd dat het drama geen reden is om wapenbezit aan banden te leggen. De schietpartij kwam door echtscheidingen en crèches waar kinderen leven volgens de wet van de jungle, door tv en computerspelletjes, door onnatuurlijk kleine gezinnen, én door de biologielessen waarin kinderen leren dat ze omhooggevallen apen zijn, geëvolueerd uit modder. Sommige mensen hebben bezwaar tegen de moderne wereld, en in die strijd is de strijd tegen evolutie één front naast de strijd voor het gezin, tegen abortus, en voor wapenbezit.

Zij die tegen evolutie strijden, doen dat ten dienste van hun geloof. Hun koers is volgens mij riskant. Ze geloven in een God-van-de-gaten, waarbij de gaten hardnekkig verdedigd moeten worden. Gelovigen die de nadruk leggen op de verwondering over het bestaan en op dankbaarheid voor datgene waar we afhankelijk van zijn, of die geraakt zijn door de Bergrede en andere woorden van en verhalen over Jezus, hoeven niet zo krampachtig te reageren op wetenschap.

Helaas wordt het Amerikaanse model van geloven geëxporteerd naar Europa en andere werelddelen. Groepen die ontevreden zijn met de moderne samenleving voelen zich verwant met de nadruk op het gezin en andere waarden en normen van hun Amerikaanse geloofsgenoten. Enkelen nemen ook andere elementen over, zoals de strijd tegen evolutie.

Als het gaat over anti-moderne normen en waarden, laten we het daar dan over hebben. Laten we echter niet doen alsof dit een wetenschappelijk probleem is dat aandacht verdient, en ook niet doen alsof alle gelovigen bezwaar tegen de evolutiebiologie hebben. Veel gelovigen zijn God juist dankbaar voor de gelegenheid om met inzet van hart en verstand de schepping te onderzoeken en de medemens te dienen door wetenschap en techniek.

Willem B. Drees is hoogleraar godsdienstwijsbegeerte en ethiek aan de Universiteit Leiden.