Darwin en de minister

De werkelijke waterscheiding in de Nederlandse politiek wordt gevormd door het verschil tussen confessioneel en niet-confessioneel. Dit bleek gisteren weer eens toen minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) tekst en uitleg moest geven in de Tweede Kamer over haar opvattingen inzake de relatie tussen de evolutieleer en de creationistische ideeën van Intelligent Design. Deze laatste, uit de VS overgewaaide, theorie gaat er vanuit dat God de intelligente ontwerper is van het leven op aarde. De minister stelt zich op het standpunt dat de evolutietheorie gelijkwaardig is aan Intelligent Design. Zij wil hierover een dialoog entameren tussen wetenschappers. Echter, de hypothese van Intelligent Design is geen kwestie van wetenschap, maar van geloof. Een godsdienstig denkbeeld wordt gemengd door een tot nu toe niet gefalsifieerde wetenschappelijke theorie over het ontstaan van leven. Volgens de evolutieleer worden toevallige mutaties die nuttig blijken voor de overleving van een bepaalde soort, bestendigd in blijvende kenmerken. De leer van Intelligent Design (niet te verwarren met het verhaal van Adam van Eva) gaat ervan uit dat alle elementen uit een cel zo onmisbaar en zo uniek zijn dat daar wel een schepper aan te pas moet zijn gekomen.

Tijdens het debat gisteren vond Van der Hoeven voor haar gedachte alleen steun bij haar eigen partijgenoten en de kleine christelijke partijen. De rest van de Kamer, de coalitiepartners van VVD en D66 incluis, nam fors afstand van de minister. Het felst betoonde zich Kamerlid Bakker (D66), die de minister vroeg of zij ook van mening is dat de aarde niet langer rond is en of de theorie dat kindertjes van de ooievaar komen ook gelijk is aan de huidige stand van de wetenschap op dit terrein. Hoewel enigszins raillerend, waren dit terechte vragen. Door de evolutietheorie af te doen als ,,niet compleet'' en op gelijke voet te stellen met pseudo-wetenschappelijke ideeën uit fundamentalistisch-christelijke hoek stelt Van der Hoeven zich op als een dwaallicht. Wil zij terug naar de donkere Middeleeuwen? Een minister van Onderwijs en Wetenschappen kan er beter het zwijgen toe doen dan particuliere geloofsopvattingen te berde te brengen die de scheiding tussen kerk en staat doen vervagen.

Van der Hoeven betoogde gisteren dat zij geenszins van plan is haar ideeën om te zetten in een concrete aanpassing van leerplannen en de eisen voor eindexamens op middelbare scholen. En dat is maar goed ook, want het is zaak de wetenschappelijke theorie van de evolutieleer te scheiden van het geloof. Als Intelligent Design ergens thuishoort, is het in de godsdienstles.

De minister onderschat welke consequenties haar uitlatingen kunnen hebben op het onderwijsveld, ook zonder dat zij concrete aanpassingen doet in leerplannen. Orthodox-christelijke en islamitische scholen, die de evolutieleer afwijzen, hebben nu een krachtige medestander in hun strijd tegen het van hogerhand opgelegde lesprogram. Als de minister haar gedachte bedoeld heeft als methode om de integratie van moslims te bespoedigen, is het een integratie de verkeerde kant op – weg van de moderniteit. Daarmee wordt zowel gelovigen als niet-gelovigen geen dienst bewezen.