Borrell: Nederlanders bang voor het onbekende

De Nederlandse onwetendheid over de EU-Grondwet heeft Josep Borrell, voorzitter van het Europees Parlement, verrast.

,,De Nederlanders zijn bang. Er is een angst voor het onbekende. En dat kan je weer verklaren door een verbazende onwetendheid. Daardoor kan er ook zoveel onzin worden gezegd over de Grondwet.''

Voor een `onpartijdig' voorzitter van het Europees Parlement drukt de Spaanse socialist Josep Borrell zich opvallend scherp uit. Maar met de Europese Grondwet waarover Nederland zich over precies een week kan uitspreken, staat er volgens hem dan ook heel wat op het spel. ,,Het is de keuze van de Nederlanders, maar die is van invloed op ons allemaal in Europa.''

Borrell bracht gisteren een bliksembezoek aan Nederland. Om te praten met de Europa-woordvoerders uit de Eerste en Tweede Kamer, premier Balkenende en om 's avonds nog een speciaal debat van de Amsterdamse gemeenteraad over de Grondwet bij te wonen. En om een interview af te geven. Want zoals hij zegt: ,,Wat ik tegen de fractievoorzitters zeg komt niet verder dan hen.'' Borrell wil dat zijn boodschap verder komt dan een vergaderzaaltje in de Tweede Kamer. Die boodschap luidt dat Europa niet zonder Nederland kan. En: Borrell kan zich ,,ook niet voorstellen dat Nederland zonder Europa kan''.

Borrell is verrast door de argumenten die in Nederland tegen de Grondwet worden gehanteerd. ,,Je hoort dan dat de Grondwet de Nederlandse soevereiniteit zal aantasten. In Spanje is niemand op dat idee gekomen. Maar het tegendeel is dan ook waar. Met deze grondwet geeft een verdrag voor het eerst aan dat men respect heeft voor de nationale identiteit. Er wordt gezegd dat Europa niet democratisch is. Maar deze grondwet is de grootste stap naar de opbouw van een democratisch Europa.''

Dat deze discussies ontstaan heeft volgens Borrell alles te maken met het gebrek aan kennis bij het publiek over wat er nu werkelijk in de Grondwet staat. Het verklaart in zijn ogen ook het grote verschil in beoordeling van de Grondwet tussen de politici en de burgers. In Frankrijk en Nederland zal het er bij de komende referenda om spannen, terwijl bijvoorbeeld in het Europees Parlement sprake was van een overgrote meerderheid voor de Grondwet.

Borrell: ,,De politieke klasse is veel beter geïnformeerd. Men is veel te laat begonnen uit te leggen wat er in de Grondwet staat.'' Hij vindt het ,,een beetje laat'' nu de vraag te stellen of een referendum een goed middel is voor het vragen van een oordeel over zo'n complexe zaak. In elk geval wordt er nu eindelijk wel een debat over Europa gevoerd, constateert hij. ,,Ooit moest het zover komen dat de Europeanen echt over Europa zouden praten. Of een referendum geschikt is hangt van het land af. Als je een andere vraag beantwoordt dan de vraag die eigenlijk wordt gesteld, is het geen goede methode. Dan is de verleiding groot om niet een oordeel te geven over de tekst, maar over de context. En dan gaat het al gauw over zaken die niets te maken hebben met de Grondwet.''

Een `nee' in Frankrijk of Nederland hoeft volgens Borrell niet te betekenen dat de aangekondigde referenda in andere landen afgeblazen kunnen worden. [Vervolg BORRELL: pagina 2]

BORRELL

'Bij een 'nee' zijn we terug bij 2000'

[Vervolg van pagina 1] ,,Alle landen hebben het recht zich uit te spreken. Een nee in één land is heel anders dan wanneer tien landen nee zouden zeggen. Dat zullen we zien in januari 2007.''

Maar dat het afwijzen van de Grondwet in één of meer landen zal leiden tot heronderhandelingen ziet hij niet snel gebeuren. Borrell: ,,Dat er dan opnieuw over de tekst onderhandeld kan worden is het enige rationele argument dat ik heb gehoord: je zegt nee in de hoop er iets beter voor terug te krijgen. Maar die gedachte is fout. Alle landen zullen bereid moeten zijn tot overleg. De politieke wil daarvoor zal er niet zijn.''

,,Als lid van de Europese Conventie heb ik anderhalf jaar over de tekst gediscussieerd en weet dus hoe moeilijk het was om consensus te vinden. Neem bijvoorbeeld de tien landen die vorig jaar tot de Unie zijn toegetreden. Die gaan in de Grondwet in stemgewicht terug van de 26 procent die ze nu hebben naar 16 procent. Denkt men echt dat die straks naar Den Haag zullen komen met de vraag wat ze nog meer moeten inleveren zodat de Nederlanders ja zeggen?''

Aan speculaties over de uitslag van de komende referenda wil de voorzitter van het Europees Parlement zich niet wagen. Alleen wil de parlementsvoorzitter wel kwijt dat de Europese Unie dan een grote stap terugzet. ,,Dat zitten we eigenlijk weer in het jaar 2000. Toen zeiden we dat het Verdrag van Nice niet voldeed en dat er iets nieuws moest komen. Bij een afwijzing zullen we moeten concluderen dat we zeven jaar hebben geïnvesteerd in een mislukt proces.''

Hij hoopt dat de kiezers bereid zullen zijn ,,over hun nationale identiteit heen te springen'' Borrell: ,,Willen we dat Europa een echte speler wordt, die vraag is aan de orde. Is er één land in Europa dat het in zijn eentje beter zou kunnen opnemen tegen China dan Europa gezamenlijk?''