Wunderbaum haalt asielzoekers binnen

,,Van vluchten krijg je honger hè?'', vraagt actrice Maartje Remmers aan een klein bruin meisje met vlechtjes dat hevig staat te kauwen. De moeder van het meisje zit in de tuin. Ze zit daar samen met nog een tiental asielzoekers en kijkt kouwelijk door het raam naar binnen, waar de leden van Wunderbaum rondredderen in de voorstelling Welcome in my Backyard. Wunderbaum is een origineel, jong theatercollectief dat tot voor kort als Jonghollandia onder de vleugels van het Eindhovense gezelschap ZTHollandia opereerde. Uitgangspunt van Welcome in my Backyard is de vraag hoe ver je kunt gaan met het toelaten van vreemdelingen in je persoonlijke leven. De voorstelling speelt zich af in een leegstaand huis in Rotterdam. De asielzoekers in de tuin zijn uitgeprocedeerd en kunnen nergens meer heen. Of toch, ze kunnen naar binnen. Eerst de woonkamer in, dan steeds dichter op de huid van hun `weldoeners'.

Marleen Scholten speelt de rol van de ultieme welzijnswerkster. Steeds meer spullen sleept ze het huis uit, ,,omdat er mensen zijn die het slechter hebben.'' Stapels handdoeken en pannen voedsel verdwijnen, tot ze alles heeft weggegeven en alle kleren van haar lijf trekt, omdat haar onderbroek en haar T-shirt met `Global Intifada' minder bedeelden beter passen. Haar tegenpool is Walter Bart, die het uiterst benauwd krijgt als een depressieve zwijgende man op zíjn plaats aan de keukentafel soep naar binnen lepelt. Ertussenin zitten Maartje Remmers, die gretig naar iedereen luistert en bij alle mannen op schoot klimt, en Matijs Jansen, de regelaar. Jansen helpt de vluchtelingen met het ophangen van een tv-schotel en legt ze uit dat het nog wel even kan duren voor er helderheid in hun situatie komt. ,,Blijf tot die tijd maar in de tuin zitten, okee?''

Welcome in my Backyard handelt ietwat schools over grenzen: de grenzen van een land, van menselijkheid, van privacy. Het is knap hoe de amateurs die de asielzoekers spelen, hun aanwezigheid gestaag steeds meer voelbaar weten te maken. De plastic tuinstoeltjes worden verruild voor een plekje op de bank, de moeder van het kleine meisje neemt het roer in de keuken over. Moldaviër Oleg Fateev zorgt met zijn accordeon voor de nostalgische noot en slaat daar direct munt uit door bij het publiek om geld voor zijn optreden te vragen. Jansen steekt er lacherig een stokje voor. ,,Nee Oleg, die mensen hebben al geld voor een kaartje betaald.'' En als Oleg aandringt. ,,Je krijgt toch je CAO-loon.'' Kleine intermezzi als deze, humorvolle knipoogjes, maken Welcome in my Backyard aangenaam. Met zoveel mensen op het toneel gebeurt er ook steeds wat, als ware het reality-tv. Er worden koekjes gebakken, er wordt gerapt en gedanst en als twee asielzoekers ziek worden mogen ze in het bed van Scholten slapen, iets wat Walter Bart nóg ongelukkiger maakt.

Zo golft de voorstelling over de hobbels die het gevolg zijn van samenleven met vreemdelingen. Zowel de clichématige problemen als de gekkere pijnpunten passeren de revue. Tegen het einde zakt de voorstelling in, omdat er niet gekozen is voor een duidelijk standpunt. Wellicht een bewuste keuze; de westerse Wunderbaum acteurs blijven hun eigen grillen volgen en de toekomstloze asielzoekers blijven zitten waar ze zitten. Het gáát ook nergens naartoe.

Voorstelling: Welcome in my Backyard door Wunderbaum. Gezien 21/5 Locatie, Rotterdam. Aldaar t/m 28/5. Tournee t/m 18/6. Inl. (010) 411 8110 of www.schouwburg.rotterdam.nl