Tweede Kamer akkoord met strenger mestbeleid

De Tweede Kamer heeft gisteren in grote lijnen ingestemd met het nieuwe mestbeleid dat in 2006 moet ingaan. Dat beleid stelt strenge regels voor de hoeveelheid meststoffen die boeren op hun land mogen uitrijden, en in welke periode van het jaar ze dat mogen doen.

Nederland was gedwongen een nieuw mestbeleid op te zetten, omdat het vorige in strijd was met Brusselse regels, met name de zogeheten nitraatrichtlijn die sinds 1991 van kracht is in Europa. Die richtlijn stelt dat er niet meer dan 50 milligram nitraat in een liter grondwater mag zitten. Een te hoge inname aan nitraat verhoogt de kans op aantasting van hartvaten en leidt bij kinderen tot groeivertraging. In mest zit nitraat, dat via de bodem in het grondwater terechtkomt. Twee jaar geleden stelde het Hof van Justitie in Luxemburg dat Nederland niet genoeg deed om de watervervuiling door mest tegen te gaan.

Een overschot aan meststoffen leidt ook tot overmatige algengroei in oppervlaktewater. Hoewel het mestoverschot in Nederland de afgelopen jaren flink is verminderd, noemde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dat overschot vorig jaar nog een van de belangrijkste milieuproblemen in Nederland.

Tijdens het Kameroverleg gisteren was er vooral discussie over het verhandelen van dierrechten, dat zijn rechten om vee te mogen houden. Nu zijn rechten voor kippen en varkens nog niet onderling verhandelbaar, maar volgens het nieuwe systeem wel. PvdA en GroenLinks vrezen dat kippenstallen plaats zullen maken voor varkensstallen, die een groter milieuprobleem vormen. Daarnaast zou het handelssysteem het mogelijk maken dat in kwetsbare natuurgebieden meer vee komt, terwijl het huidige beleid er juist op gericht is om de veedichtheid in die gebieden te verminderen. Minister Veerman van Landbouw wil daarom dat de provincies eventuele gaten in het beleid zo snel mogelijk dichten, om een toename van de veedichtheid in kwetsbare natuurgebieden te voorkomen.